Besluit van 30 augustus 2019, houdende wijziging van het Besluit basisregistratie ondergrond met betrekking tot het aanwijzen van registratieobjecten (tweede tranche)

 
GRATIS UITTREKSEL

Besluit van 30 augustus 2019, houdende wijziging van het Besluit basisregistratie ondergrond met betrekking tot het aanwijzen van registratieobjecten (tweede tranche)

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 24 juni 2019, nr. 2019-0000305118, CZW; Gelet op artikel 9, eerste lid, en artikel 23, eerste lid, onderdeel a, van de Wet basisregistratie ondergrond; De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 3 juli 2019, nr. W04.19.0161/I);Gezien het nader rapport van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 14 augustus 2019, nr. 2019-0000376282, CZW; Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I

Het Besluit basisregistratie ondergrond wordt als volgt gewijzigd:ANa artikel 2.1.3 worden drie artikelen ingevoegd, luidende:

Artikel 2.1.4

Met betrekking tot het registratieobject booronderzoek binnen de categorie verkenningen wordt als brondocument aangewezen een document over een geotechnische boormonsterbeschrijving. Daarin zijn de resultaten opgenomen van geotechnisch onderzoek naar de opbouw en de eigenschappen van de ondergrond op de onderzoekslocatie. Het onderzoek vindt plaats door middel van een boorgat waaruit grondmonsters zijn verkregen en aan de hand waarvan de grondopbouw in verschillende lagen is beschreven.

Artikel 2.1.5

Met betrekking tot het registratieobject booronderzoek binnen de categorie verkenningen wordt als brondocument aangewezen een document over een geotechnische boormonsteranalyse dat bij een veld- of laboratoriumonderzoek is opgemaakt over de waarnemingen inzake het grondmonster dat is genomen tijdens de geotechnische boring.

Artikel 2.1.6

Met betrekking tot het registratieobject wandonderzoek binnen de categorie verkenningen wordt als brondocument aangewezen een document over een bodemkundige wandbeschrijving met de resultaten van een onderzoek van de wand van een profielkuil op een locatie naar de bodemkundige eigenschappen van de bodem door middel van grondmonsters die zijn verkregen van de wand van een profielkuil of andere ontsluiting aan de hand waarvan de bodemopbouw in verschillende horizonten is beschreven. BIn paragraaf 6 van hoofdstuk 2 worden na het opschrift vijf artikelen ingevoegd:

Artikel 2.6.1

Met betrekking tot het registratieobject bodemkaart binnen de categorie authentieke modellen wordt als brondocument aangewezen een document met kaartvlakken die informatie geven over de bodemopbouw en bodemkenmerken tot een diepte van 1,2 meter onder het maaiveld.

Artikel 2.6.2

Met betrekking tot het registratieobject geomorfologische kaart binnen de categorie authentieke modellen wordt als brondocument aangewezen een document met een model dat de vorm van het aardoppervlak beschrijft, waaronder: a. het karakter van het reliëf, b. een omschrijving van de gedaante van de vorm, en c. gegevens over de ontstaanswijze van de inhoud en de opzet van het model.

Artikel 2.6.3

Met betrekking tot het registratieobject hydrogeologisch model binnen de categorie authentieke modellen wordt als brondocument aangewezen een document met een digitaal model van de ondergrond tot een diepte van 500 meter met een beschrijving van: a. de diepteligging van hydrogeologische eenheden, b. de dikte van hydrogeologische eenheden, en c. hydraulische eigenschappen van hydrogeologische eenheden.

Artikel 2.6.4

Met betrekking tot het registratieobject GeoTOP binnen de categorie authentieke modellen wordt als brondocument aangewezen een document met een geologisch model van de laagopbouw en grondsoort van de ondergrond tot een diepte van maximaal 50 meter.

Artikel 2.6.5

Met betrekking tot het registratieobject digitaal geologisch model binnen de categorie authentieke modellen wordt als brondocument aangewezen een document met een lagenmodel van de geologische eenheden, die worden onderscheiden tot een diepte van 500 meter op basis van de aard en samenstelling van de gesteenten of grondsoorten. CArtikel 3.1 wordt als volgt gewijzigd:1. In het eerste lid wordt onder vervanging van «, en» aan het slot van onderdeel b door een komma en onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel c door «, en» een onderdeel toegevoegd, luidende: d. over de geotechnische boormonsterbeschrijving in het registratieobject booronderzoek: gegevens over het gebruikte bemonsteringsapparaat. 2. In het tweede lid wordt «onderdelen a en c» vervangen door «onderdelen a, c en d». DNa artikel 3.3 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 3.4

  1. Naast de gegevens, bedoeld in artikel 22, tweede lid, van de wet, bevat de registratie ondergrond over een authentiek model, voor zover van toepassing: a. de identificatiecode van een of meer in de registratie ondergrond opgenomen geometrische eenheden, b. de ruimtelijke begrenzing van één of meer gegevens, c. de schaal die van toepassing is op de gegevens, d. een methodisch bepaalde inhoudelijke classificatie of gebiedsaanduiding, e. de gegevens over de totstandkoming van het model of een deel daarvan. 2. De gegevens, bedoeld in het eerste lid, zijn authentieke gegevens.

    ARTIKEL II

    Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

    Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst. ’s-Gravenhage, 30 augustus 2019Willem-AlexanderDe Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, K.H. Ollongren

    Uitgegeven de dertiende september 2019 De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus

    NOTA VAN TOELICHTING

    1. Algemeen

  2. Inleiding

    De Wet basisregistratie ondergrond (hierna: Wet Bro) is op 1Â januari 2018 in werking getreden. Deze wet regelt de basisregistratie ondergrond (hierna: BRO). In deze basisregistratie worden gegevens opgenomen over de geologische en bodemkundige opbouw van de ondergrond die voortvloeien uit verkenningen, over ondergrondse constructies, over gebruiksrechten en over authentieke modellen in relatie tot de ondergrond van Nederland met inbegrip van het continentaal plat.1 De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (hierna: de Minister van BZK) is verantwoordelijk voor de inrichting en het beheer en ziet toe op het gebruik van de BRO. De Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek (hierna: TNO) verricht in opdracht en onder verantwoordelijkheid van de Minister van BZK de feitelijke werkzaamheden met betrekking tot de inrichting en het beheer van de BRO.

    De Wet Bro bepaalt dat gegevens in de BRO worden opgenomen door de verplichte levering van zogenoemde brondocumenten door bestuursorganen aan de Minister van BZK. Om dit proces te faciliteren is in samenwerking met bestuursorganen, die in dit verband ook wel bronhouders worden genoemd, een zogeheten bronhouderportaal ontwikkeld. De in het bronhouderportaal ontvangen gegevens worden verwerkt in een digitale registratie, de Landelijke Voorziening BRO (hierna: LV BRO).

    De brondocumenten worden volgens de Wet Bro aangewezen bij algemene maatregel van bestuur. Het Besluit basisregistratie ondergrond (hierna: Besluit Bro) voorziet in de aanwijzing van deze brondocumenten en regelt daarmee de feitelijke gegevensinhoud van de BRO. De aanwijzing van brondocumenten vindt plaats in verschillende tranches. Per 1 januari 2018 is de eerste tranche van de BRO in werking getreden voor 3 registratieobjecten (Stb. 2017, 504).

    De BRO is een onderdeel van het stelsel van basisregistraties. Bestuursorganen die bij de uitvoering van een wettelijke taak of bij het verrichten van werkzaamheden een in het Besluit Bro aangewezen brondocument ontvangen met betrekking tot de ondergrond van Nederland met inbegrip van het continentaal plat, leveren dat brondocument aan via het bronhouderportaal. Bestuursorganen zijn vervolgens verplicht om de BRO te raadplegen wanneer zij gegevens over de ondergrond nodig hebben. Burgers, bedrijven en overheden kunnen de BRO kosteloos raadplegen.

  3. Inhoud van dit voorstel

    Het voorliggende besluit regelt de tweede tranche met het aanwijzen van acht nieuwe registratieobjecten die bestuursorganen in de vorm van brondocumenten aan de BRO moeten aanleveren. Dat betreft de volgende registratieobjecten:

    Registratieobject

    Registratiedomein

    Categorie

    Booronderzoek – geotechnische boormonsterbeschrijving

    Bodem- en grondonderzoek

    Verkenning

    Booronderzoek – geotechnische boormonsteranalyse

    Bodem- en grondonderzoek

    Verkenning

    Wandonderzoek – bodemkundige wandbeschrijving

    Bodem- en grondonderzoek

    Verkenning

    Digitaal Geologisch Model

    Modellen

    Model

    Hydrogeologisch Model

    Modellen

    Model

    GeoTOP

    Modellen

    Model

    Bodemkaart

    Modellen

    Model

    Geomorfologische kaart

    Modellen

    Model

    De inhoud van deze tranche is tot stand gekomen op basis van advies van de Programmastuurgroep BRO, die bestaat uit een representatieve vertegenwoordiging van partijen uit het werkveld en op bestuurlijk niveau de Minister van BZK adviseert over de realisatie van de BRO.

    Daarnaast zijn in dit besluit regels gesteld die betrekking hebben op de inrichting van de BRO inzake deze registratieobjecten.

    2.1 Inhoudelijke toelichting op de registratieobjecten in de categorie verkenningen

    2.1.1 Booronderzoek – geotechnische boormonsterbeschrijving

    De geotechnische boring is een type booronderzoek. Het vastleggen van de waarneming van de opbouw van de ondergrond met een geotechnisch oogmerk op een locatie heet de geotechnische boormonsterbeschrijving. Het proces start met het maken van een boring. Bij een geotechnische boring wordt handmatig of mechanisch een gat in de grond geboord. Van het opgeboorde materiaal wordt beschreven welke grondsoort het is (bijvoorbeeld klei, veen, zand of grind) en op...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT