Besluit van 5 juni 2020 tot wijziging van het Inrichtingsbesluit WVO en het Inrichtingsbesluit WVO BES in verband met onder meer de vaststelling van een voorwaarde voor doorstroom naar havo

 
INDEX
GRATIS UITTREKSEL

Besluit van 5 juni 2020 tot wijziging van het Inrichtingsbesluit WVO en het Inrichtingsbesluit WVO BES in verband met onder meer de vaststelling van een voorwaarde voor doorstroom naar havo

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Op de voordracht van Onze Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media van 31 maart 2020, nr. WJZ/23927688(8163), directie Wetgeving en Juridische Zaken; Gelet op de artikelen 27, eerste lid, en 27a, tweede lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs en de artikelen 64, eerste lid, en 64a, tweede lid, van de Wet voortgezet onderwijs BES; De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 29 april 2020, nr. W05.20.0085/I); Gezien het nader rapport van Onze Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media van 3 juni 2020, nr. 24572124(8163), directie Wetgeving en Juridische Zaken; Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I WIJZIGING INRICHTINGSBESLUIT WVO

Het Inrichtingsbesluit WVO wordt als volgt gewijzigd:AArtikel 2 wordt als volgt gewijzigd:1. Het eerste lid vervalt, onder vernummering van het tweede en derde lid tot eerste en tweede lid. 2. In het eerste lid (nieuw) wordt «de in het eerste lid bedoelde bevoegdheid» vervangen door «de in artikel 27, eerste lid, van de wet bedoelde bevoegdheid tot toelating». 3. In het tweede lid (nieuw) wordt «het tweede lid» vervangen door «het eerste lid». BNa artikel 9 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 10 Doorstroom naar havo
  1. Een leerling die in het bezit is van een diploma vmbo in de theoretische leerweg kan de toelating tot het vierde leerjaar van een school voor havo worden geweigerd, indien het eindexamen dat heeft geleid tot zijn diploma geen van de volgende vakken als extra vak omvat: a. de vakken, genoemd in artikel 10, zesde lid, van de wet; b. de vakken, genoemd in artikel 10, zevende lid, onderdeel b, van de wet; c. de vakken, genoemd in artikel 26b, derde tot en met zevende lid, met uitzondering van de vakken genoemd in artikel 26b, zevende lid, onderdeel c, subonderdelen 1° en 2°, en onderdeel d; of d. de vakken, genoemd in artikel 26c, tweede tot en met zesde lid, met uitzondering van de vakken, genoemd in artikel 26c, zesde lid, onderdeel c, subonderdelen 1° en 2°, en onderdeel d. 2. Een leerling die in het bezit is van een diploma vmbo in de gemengde leerweg kan de toelating tot het vierde leerjaar van een school voor havo worden geweigerd, indien het eindexamen dat heeft geleid tot zijn diploma geen van de volgende vakken als extra vak omvat: a. de vakken, genoemd in artikel 10d, zesde lid, van de wet; b. de vakken, genoemd in artikel 10d, zevende lid, onderdeel c, van de wet; of c. de vakken, bedoeld in het eerste lid, onderdelen c en d. CNa artikel 14 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 14

a. Gelijke behandeling doubleren.

Het bevoegd gezag maakt bij beslissingen tot verwijdering van leerlingen op de grond dat deze niet zijn bevorderd tot het zesde leerjaar van het vwo dan wel het vijfde leerjaar van het havo, geen onderscheid tussen leerlingen op basis van de schoolsoort of leerweg waarvoor zij eerder stonden ingeschreven.

ARTIKEL II WIJZIGING INRICHTINGSBESLUIT WVO BES

Het Inrichtingsbesluit WVO BES wordt als volgt gewijzigd:AArtikel 2 wordt als volgt gewijzigd:1. Het eerste lid vervalt, onder vernummering van het tweede en derde lid tot eerste en tweede lid. 2. In het eerste lid (nieuw) wordt «de in het eerste lid bedoelde bevoegdheid» vervangen door «de in artikel 64, eerste lid, van de wet bedoelde bevoegdheid tot toelating». 3. In het tweede lid (nieuw) wordt «het tweede lid» vervangen door «het eerste lid». BNa artikel 9 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 9

a. Doorstroom naar havo.

  1. Een leerling die in het bezit is van een diploma vmbo in de theoretische leerweg kan de toelating tot het vierde leerjaar van een school voor havo worden geweigerd, indien het eindexamen dat heeft geleid tot zijn diploma geen van de volgende vakken als extra vak omvat: a. de vakken, genoemd in artikel 16, zesde lid, van de wet; b. de vakken, genoemd in artikel 16, zevende lid, onderdeel b, van de wet; c. de vakken, genoemd in artikel 20, derde tot en met zevende lid, met uitzondering van de vakken genoemd in artikel 20, zevende lid, onderdeel c, subonderdelen 1° en 2°, en onderdeel d; of d. de vakken, genoemd in artikel 21, tweede tot en met zesde lid, met uitzondering van de vakken, genoemd in artikel 21, zesde lid, onderdeel c, subonderdelen 1° en 2°, en onderdeel d. 2. Een leerling die in het bezit is van een diploma vmbo in de gemengde leerweg kan de toelating tot het vierde leerjaar van een school voor havo worden geweigerd, indien het eindexamen dat heeft geleid tot zijn diploma geen van de volgende vakken als extra vak omvat: a. de vakken, genoemd in artikel 29, zesde lid, van de wet; b. de vakken, genoemd in artikel 29, zevende lid, onderdeel c, van de wet; of c. de vakken, bedoeld in het eerste lid, onderdelen c en d. CNa artikel 13 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 13

a. Gelijke behandeling doubleren.

Het bevoegd gezag maakt bij beslissingen tot verwijdering van leerlingen op de grond dat deze niet zijn bevorderd tot het zesde leerjaar van het vwo dan wel het vijfde leerjaar van het havo, geen onderscheid tussen leerlingen op basis van de schoolsoort of leerweg waarvoor zij eerder stonden ingeschreven.

ARTIKEL III OVERGANGSRECHT
  1. Ten aanzien van leerlingen die op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel A, waren bevorderd tot het vierde leerjaar van het vmbo, blijft, met betrekking tot de toelating van deze leerlingen tot het vierde leerjaar van het havo, het recht van toepassing zoals dat gold onmiddellijk voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel A, indien hen de toelating tot dat leerjaar kan worden geweigerd op grond van artikel 10 van het Inrichtingsbesluit WVO. 2. Ten aanzien van leerlingen die op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel II, onderdeel A, waren bevorderd tot het vierde leerjaar van het vmbo, blijft, met betrekking tot de toelating van deze leerlingen tot het vierde leerjaar van het havo, het recht van toepassing zoals dat gold onmiddellijk voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel II, onderdeel A, indien hen de toelating tot dat leerjaar kan worden geweigerd op grond van artikel 9a van het Inrichtingsbesluit WVO BES.

ARTIKEL IV INWERKINGTREDING

Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst. ’s-Gravenhage, 5 juni 2020Willem-AlexanderDe Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, A. Slob

Uitgegeven de zeventiende juni 2020 De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus

NOTA VAN TOELICHTING

  1. Algemeen

    1. Inleiding

      In artikel 27a, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs1 (hierna: «WVO»), is bepaald dat het bevoegd gezag van havo-scholen2 leerlingen met een diploma in de gemengde leerweg (hierna: «gl») of de theoretische leerweg (hierna: «tl») van het vmbo niet mogen weigeren op basis van een oordeel over kennis, vaardigheden of leerhouding van de leerling. Dezelfde regel geldt voor vwo-scholen ten aanzien van leerlingen met een havo-diploma. Het principe van de wet is drempelloze doorstroom. Artikel 27a, tweede lid, maakt het echter mogelijk dat bij algemene maatregel van bestuur (hierna: «amvb») voorwaarden worden bepaald, die scholen wel aan gediplomeerde leerlingen mogen stellen om te mogen doorstromen naar een hogere schoolsoort (hierna: «doorstroomvoorwaarde»). Deze amvb legt een dergelijke doorstroomvoorwaarde vast.

      Wanneer de leerling aan de voorwaarde voldoet, mag het bevoegd gezag deze leerling de toelating niet weigeren. Leerlingen die niet aan de voorwaarde voldoen, mogen worden geweigerd. Het staat de school echter vrij om deze leerlingen toch toe te laten op basis van eigen toelatingsbeleid. Artikel 27a, tweede lid, van de WVO verplicht het bevoegd gezag immers niet tot weigering als de leerling niet aan de doorstroomvoorwaarde voldoet. Het voorgaande laat overigens onverlet de bevoegdheid van scholen om leerlingen te weigeren vanwege plaatsgebrek of om denominatieve redenen.

      De in deze amvb neergelegde voorwaarde houdt in dat de vmbo-gl/tl-leerling in een extra vak eindexamen moet hebben gedaan. Deze leerling bereidt zich zodoende beter voor op de overstap naar havo, zodat de kans wordt vergroot dat deze succesvol verloopt.

      In deze amvb is daarnaast geregeld dat het bevoegd gezag van een school stapelende leerlingen in 4-havo dan wel 5-vwo niet mag verwijderen als zij doubleren als een dergelijk «doubleerverbod» niet ook geldt voor leerlingen die vanuit het havo dan wel vwo zijn ingestroomd in genoemde leerjaren. De grondslag daarvoor is gelegen in artikel 27, eerste lid, van de WVO.

    2. Achtergrond en probleemschets

      In 1999, na de start van het vmbo, waren in de regelgeving eisen gesteld aan de doorstroom van vmbo-leerlingen naar het havo.3 Alleen leerlingen met een vmbo-diploma in de theoretische leerweg hadden de mogelijkheid om de overstap naar havo 4 te maken. Naast het diploma moesten de leerlingen in de theoretische leerweg eindexamen gedaan hebben in wiskunde en Duits of Frans om toelaatbaar te zijn tot het havo. Vanaf 2003 zijn de doorstroomeisen in de regelgeving gefaseerd weggenomen. Genoemde vakkenpakketeisen zijn in 2003 geschrapt.4 In 2012 zijn de laatste eisen aan de overstap van het vmbo naar het havo uit de regelgeving geschrapt. Vanaf dat moment mochten ook leerlingen die het vmbo in de...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT