Besluit van 7 oktober 2017, tot wijziging van het Besluit stimulering duurzame energieproductie in verband met bepalingen over de subsidiëring van innovatieve windenergie op zee

 
INDEX
GRATIS UITTREKSEL

Besluit van 7 oktober 2017, tot wijziging van het Besluit stimulering duurzame energieproductie in verband met bepalingen over de subsidiëring van innovatieve windenergie op zee

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Op de voordracht van Onze Minister van Economische Zaken van 29 mei 2017, nr. WJZ / 17069204; Gelet op artikel 3, eerste en tweede lid, van de Kaderwet EZ-subsidies;De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 12 juli 2017, nr. / W15.17.0154/IV); Gezien het nader rapport van Onze Minister van Economische Zaken van 4 oktober 2017, nr. WJZ / 17119158; Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I

Het Besluit stimulering duurzame energieproductie wordt als volgt gewijzigd:AAan artikel 1 wordt onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel s door een puntkomma een onderdeel toegevoegd, luidende: t. innovatiekavel:

kavel als bedoeld in artikel 1 van de Wet windenergie op zee, dat bestemd is voor de productie van hernieuwbare elektriciteit door middel van windenergie op zee met de bijzondere en risicovolle inzet van een innovatieve productie-installatie. BIn artikel 2, eerste lid, wordt na «Onze Minister kan», ingevoegd: onverminderd artikel 24a. CArtikel 24a wordt vervangen door drie artikelen, luidende:

Artikel 24

a.

  1. Onze Minister kan op aanvraag aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie op zee op een innovatiekavel subsidie verstrekken voor de kosten van de bijzondere en risicovolle inzet van een innovatieve productie-installatie. Dit laat de mogelijkheid om subsidie te verstrekken als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, onverlet. 2. Op subsidie als bedoeld in het eerste lid, eerste volzin, zijn paragraaf 1, 6, 7, en 9 en artikel 69 van toepassing en is artikel 4 van overeenkomstige toepassing. De overige bepalingen van dit besluit zijn niet van toepassing.

Artikel 24

b.

  1. Bij ministeriële regeling wordt, na overleg met Onze Minister van Financiën, per innovatiekavel een subsidieplafond vastgesteld voor het verlenen van subsidie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, en artikel 24a, eerste lid. 2. Bij ministeriële regeling kan een periode worden vastgesteld waarbinnen de aanvragen om subsidie voor een innovatiekavel ontvangen moeten zijn. 3. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de verstrekking van subsidie als bedoeld in het eerste lid, die kunnen afwijken van de artikelen, bedoeld in artikel 24a, tweede lid en van de artikelen 6, derde lid, 23, 24 en 70, eerste lid. In ieder geval kunnen regels worden gesteld over de productie-installaties waarvoor deze subsidie wordt verstrekt, de vorm van de subsidie, de aanvraag van een subsidie en de besluitvorming daarover en het bedrag van de subsidie dan wel de wijze waarop dit bedrag wordt bepaald. 4. Een ministeriële regeling die op grond van het derde lid afwijkt van dit besluit, wordt vastgesteld voor een periode van ten hoogste 5 jaar.

Artikel 24

c.

  1. Onze Minister verdeelt het subsidieplafond, bedoeld in artikel 24b, eerste lid, op basis van rangschikking. 2. Bij ministeriële regeling worden criteria voor rangschikking van de aanvragen vastgesteld. 3. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot wegingsfactoren voor de criteria, bedoeld in het tweede lid. DIn artikel 59, eerste lid, onderdeel d wordt «artikel 56, vierde lid» vervangen door: artikel 56, zesde lid. EIn artikel 62, derde lid, wordt «in afwijking van het plan» vervangen door: in afwijking van de gegevens zoals ingediend bij de aanvraag om subsidie.

ARTIKEL II

Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.histnootWassenaar, 7 oktober 2017Willem-AlexanderDe Minister van Economische Zaken, H.G.J. Kamp

Uitgegeven de twintigste oktober 2017 De Minister van Veiligheid en Justitie, R.H.A. Plasterk a.i.

NOTA VAN TOELICHTING

  1. Algemeen

    1. Doel en aanleiding

      Dit besluit strekt tot aanpassing van het Besluit stimulering duurzame energieproductie (hierna: het besluit) in verband met de subsidiëring van innovatieve windenergie op zee.

      De stimulering van duurzame energieproductie (hierna: SDE) richt zich in eerste instantie op het stimuleren van duurzame energie tegen zo laag mogelijke kosten. Dit betekent dat er in zijn algemeenheid wordt uitgegaan van de toepassing van zogenaamde bewezen technologieën. Het kan echter van belang zijn om ook de toepassing van meer innovatieve technieken te stimuleren. Dit speelt met name bij de categorie windenergie op...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT