Besluit van 19 november 1997, houdende vaststelling van de formulieren als bedoeld in artikel 10 van de Wet op de lijkbezorging betreffende het overlijden ten gevolge van een niet-natuurlijke oorzaak, niet zijnde levensbeëindiging zonder uitdrukkelijk verzoek

 
INDEX
GRATIS UITTREKSEL

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Jaargang 1997

550

Besluit van 19 november 1997, houdende vaststelling van de formulieren als bedoeld in artikel 10 van de Wet op de lijkbezorging betreffende het overlijden ten gevolge van een niet-natuurlijke oorzaak, niet zijnde levensbeëindiging zonder uitdrukkelijk verzoek

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Justitie, gedaan mede namens de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, van 24 maart 1997, nr. 616405/97/6, Directie Wetgeving;

Gelet op artikel 10 van de Wet op de lijkbezorging;

De Raad van State gehoord (advies van 7 oktober 1997, nr. WO3.97.0166);

Gezien het nader rapport van Onze Ministers van Justitie en Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 13 november 1997, nr. 657098/97/6, Directie Wetgeving;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 1

Het model-formulier van het verslag van de gemeentelijke lijkschouwer aan de officier van justitie, bedoeld in artikel 10 van de Wet op de lijkbezorging, betreffende het overlijden ten gevolge van een niet-natuurlijke oorzaak, niet zijnde levensbeëindiging op verzoek, hulp bij zelfdoding of levensbeëindiging zonder uitdrukkelijk verzoek, luidt als volgt:

Aan de Officier van Justitie in het arrondissement De ondergetekende lijkschouwer der gemeente ; verklaart gedurende de laatste twee jaar geen handelingen op het gebied van de geneeskunst te hebben verricht ten aanzien van: naam voornamen (voluit)

Staatsblad 1997 550 1

geboren op , te gewoond hebbende* te , overleden op ; wonende* te , uit wie op , te een zoon/dochter* dood is geboren; verklaart het lijk persoonlijk te hebben geschouwd; verklaart er niet van overtuigd te zijn, dat de dood ten gevolge van een natuurlijke oorzaak is ingetreden; in verband waarmee hij de in artikel 14 van de Wet op de lijkbezorging bedoelde ambtenaar van de burgerlijke stand heeft gewaarschuwd;

Bijzonderheden: (datum) (Ondertekening) Krachtens artikel 6, eerste lid, Wet op de lijkbezorging is het de gemeentelijke lijkschouwer niet toegestaan als zodanig op te treden, indien hij gedurende de laatste twee jaar ten aanzien van de overledene of de moeder van de doodgeborene handelingen op het gebied van de geneeskunst heeft verricht en indien tussen deze en hem bloed- of aanverwantschap tot in de derde graad of huwelijk bestond of bestaat.

* Doorhalen hetgeen niet van toepassing is

Artikel 2

Het model-formulier van het verslag van de gemeentelijke lijkschouwer aan de officier van justitie, bedoeld in artikel 10 van de Wet op de lijkbezorging, betreffende het overlijden ten gevolge van de toepassing door een arts van levensbeëindiging op verzoek of het verlenen van hulp bij zelfdoding luidt als volgt:

Aan de Officier van Justitie in het arrondissement

De ondergetekende, lijkschouwer der gemeente ; verklaart gedurende de laatste twee jaar geen handelingen op het gebied van de geneeskunst te hebben verricht ten aanzien van: naam: voornamen (voluit) geboren op , te gewoond hebbende te , overleden op verklaart dat de behandelend arts van de overledene hem heeft medegedeeld dat de dood is ingetreden ten gevolge van de toepassing van levensbeëindiging op verzoek / het verlenen van hulp bij zelfdoding*; verklaart te hebben geverifieerd hoe en met welke middelen het leven is beëindigd;

Staatsblad 1997 550 2

verklaart van de behandelend arts te hebben ontvangen een verslag van levensbeëindiging op verzoek of hulp bij zelfdoding, volgens het model in de Bijlage, die een onderdeel vormt van dit besluit; verklaart in verband met dit overlijden wel / geen * schriftelijke wilsverklaring van de overledene te hebben ontvangen; verklaart in verband met dit overlijden wel / geen * verklaring van een geconsulteerde arts te hebben ontvangen; verklaart het verslag van levensbeëindiging op verzoek of hulp bij zelfdoding en, indien ontvangen, de schriftelijke wilsverklaring van de overledene en de verklaring van de geconsulteerde arts, alsmede een kopie van dit formulier te zullen toezenden aan de daartoe door de Ministers van Justitie en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport ingestelde toetsingscommissie euthanasie in de regio waarbinnen het overlijden heeft plaatsgevonden; verklaart het lijk persoonlijk te hebben geschouwd; verklaart er niet van overtuigd te zijn, dat de dood ten gevolge van een natuurlijke oorzaak is ingetreden; in verband waarmee hij de in artikel 14 van de Wet op de lijkbezorging bedoelde ambtenaar van de burgerlijke stand heeft gewaarschuwd;

(datum) (ondertekening) Krachtens artikel 6, eerste lid, Wet op de lijkbezorging is het de gemeentelijke lijkschouwer niet toegestaan als zodanig op te treden, indien hij gedurende de laatste twee jaar ten aanzien van de overledene handelingen op het gebied van de geneeskunst heeft verricht en indien tussen deze en hem een bloed- of aanverwantschap tot in de derde graad of huwelijk bestond of bestaat.

* Doorhalen wat niet van toepassing is.

Artikel 3

Het besluit van 17 december 1993, Stb. 688, houdende vaststelling van het formulier, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Wet op de lijkbezorging, wordt ingetrokken.

Artikel 4

Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, met dien verstande dat de intrekking van het in artikel 3 bedoelde besluit, voor zover dat betrekking heeft op actieve levensbeëindiging zonder uitdrukkelijk verzoek, op een later tijdstip kan worden gesteld.

Staatsblad 1997 550 3

Het advies van de Raad van State is openbaar gemaakt door terinzagelegging bij het Minis-terie van Justitie. Tevens zal het advies met de daarbij ter inzage gelegde stukken worden opgenomen in het bijvoegsel bij de Staatscourant van 9 december 1997, nr. 237.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage, 19 november 1997

Beatrix

De Minister van Justitie, W. Sorgdrager

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, E. Borst-Eilers

Uitgegeven de zevenentwintigste november 1997

De Minister van Justitie, W. Sorgdrager

STB3639 ISSN 0920 - 2064 Sdu Uitgevers 's-Gravenhage 1997

Staatsblad 1997 550 4

BIJLAGE MODELVERSLAG

VOOR DE BEHANDELEND ARTS IN VERBAND MET EEN MELDING AAN DE GEMEENTELIJKE LIJKSCHOUWER VAN HET OVERLIJDEN ALS GEVOLG VAN DE TOEPASSING VAN LEVENSBEËINDIGING OP VERZOEK OF HULP BIJ ZELFDODING, BEDOELD IN ARTIKEL 2.

Bij melding aan de gemeentelijke lijkschouwer van een niet-natuurlijke dood als gevolg van levensbeëindiging op verzoek of hulp bij zelfdoding verstrekt de behandelend arts aan de gemeentelijke lijkschouwer een verslag dat is opgesteld volgens onderstaand model.

NOTA BENE: U wordt verzocht de antwoorden op de gestelde vragen te motiveren. Het staat vrij om bij de beantwoording van vragen nadere informatie te verschaffen in bijlagen. Ook indien de ruimte voor beantwoording van een vraag tekortschiet s.v.p. gebruik maken van een bijlage. Vergeet niet op de bijlage duidelijk aan te geven op welke vraag of vragen deze betrekking heeft.

GEGEVENS BETREFFENDE DE ARTS

Achternaam:

Voorletters: geslacht: M / V

Functie: 0 huisarts 0 verpleeghuisarts 0 specialist: (naam specialisme)

Instellingsnaam (voor zover van toepassing):

Werkadres:

Postcode / Plaats:

GEGEVENS BETREFFENDE DE OVERLEDENE

Achternaam:

Voorletters: geslacht: M / V

Datum overlijden:

Gemeente waarin overleden:

I DE ZIEKTEGESCHIEDENIS

1. Aan welke aandoening(en) leed de patiënt1 en sinds wanneer?

2. Welke medische therapieën zijn beproefd?

3. Was genezing van de patiënt nog mogelijk?

4. Waarin bestond het lijden van de patiënt?

5a. Waren er nog mogelijkheden om het lijden van patiënt te verlichten?

5b. Zo ja, hoe stond de patiënt tegenover deze alternatieven?

Staatsblad 1997 550 5

6. Op welke termijn werd naar schatting het overlijden verwacht indien niet tot levensbeëindiging op verzoek of hulp bij zelfdoding was overgegaan?

II VERZOEK TOT LEVENSBEËINDIGING OF HULP BIJ ZELFDODING

7a. Wanneer heeft de patiënt om levensbeëindiging of hulp bij zelfdoding verzocht?

7b. Wanneer is dit verzoek herhaald?

8. Ten overstaan van wie werd dit verzoek geuit?

9a. Is een...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT