Gezondheids- en welzijnswet voor dieren

Oorspronkelijke versie:<a href='/vid/gezondheids-welzijnswet-voor-dieren-759160409'>Gezondheids- en welzijnswet voor dieren</a>
 
GRATIS UITTREKSEL

Geldend van 01-01-2019 t/m heden

Wet van 24 september 1992, houdende vaststelling van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is uit een oogpunt van gezondheid en welzijn van dieren, uit ethische overwegingen en uit een oogpunt van bescherming van veiligheid van mens en dier regelen te geven ten aanzien van dieren en handelingen met dieren en dat het voorts wenselijk is regelen te geven terzake van de uitvoer van dieren en dierlijke produkten alsmede met het oog op de raszuiverheid van produkten van de Nederlandse fokkerij;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Hoofdstuk I. Algemene bepalingen
Artikel 1
  • 1 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

    Onze Minister: Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

    dier: dier dat wordt gehouden, voor zover niet uitdrukkelijk anders is bepaald en met dien verstande dat artikel 36 tevens van toepassing is op dieren die niet worden gehouden;

    vee: herkauwende en eenhoevige dieren en varkens;

    pluimvee: dieren zijnde hoenderachtigen, eenden of ganzen;

    besmettelijke dierziekte: elke aantasting van de gezondheid van een dier die gevaar kan opleveren voor de gezondheid van andere dieren of van de mens;

    smetstof: elk micro-organisme of virus dat, of elke andere biologische eenheid die, een infectieziekte en elke parasiet, die een parasitaire ziekte bij dieren kan veroorzaken;

    schadelijke stoffen: stoffen die de gezondheid van mens of dier kunnen aantasten;

    zieke dieren: dieren die zijn aangetast door een krachtens artikel 15, eerste lid, aangewezen dierziekte;

    verdachte dieren: dieren die overeenkomstig artikel 15, vierde lid, verdacht worden gevaar op te leveren voor verspreiding van een krachtens artikel 15, eerste lid, aangewezen besmettelijke dierziekte;

    produkten van dierlijke oorsprong: van dier afkomstige produkten al dan niet be- of verwerkt;

    houder: eigenaar, houder of hoeder;

    Diergezondheidsfonds: fonds als bedoeld in artikel 95a.

  • 3 Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat het bepaalde bij of krachtens deze wet geheel of gedeeltelijk van toepassing is op handelingen met embryo’s voor zover deze zich buiten de baarmoeder van het dier bevinden.

Artikel 2

[Vervallen per 01-07-2014]

Hoofdstuk II. De zorg voor de gezondheid van dieren
Afdeling 1. Algemene bepalingen
Artikel 3
  • 1 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden voor bij die maatregel aangewezen categorieën van houders van dieren of levende dierlijke producten van bij die maatregel aangewezen soorten of categorieën van dieren dan wel van levende dierlijke producten regelen gesteld omtrent:

    • a. de inrichting van de bedrijven waarop dieren of levende dierlijke producten worden gehouden;

    • b. het toevoegen van dieren aan bedrijven of vestigingen, daaronder begrepen het aantal bedrijven of vestigingen waarvan de toe te voegen dieren ten hoogste afkomstig zijn;

    • c. de wijze waarop dieren worden gehouden en hun huisvesting;

    • d. de hygiënische eisen waaraan moet worden voldaan;

    • e. de voedering, drenking, verzorging en behandeling van dieren;

    • f. het gebruik van sera, entstoffen, antibiotica en chemotherapeutica;

    • g. de bestrijding van insecten en ratten alsmede van andere organismen voor zover zij schadelijk zijn voor de gezondheid van dieren;

    • h. bedrijfsbegeleiding door een dierenarts;

    • i. het vervoer en het verzamelen van dieren of van levende dierlijke producten;

    • j. het afvoeren van dieren van bedrijven of vestigingen, daaronder begrepen het aantal bedrijven of vestigingen waaraan die dieren ten hoogste worden toegevoegd;

    • k. het winnen, bewerken en gebruiken van levende dierlijke producten;

    • l. de behandeling en aanbieding voor onderzoek van doodgeboren of gestorven dieren dan wel levende dierlijke producten, onvoldragen vruchten en nageboorten;

    • m. het houden van aantekeningen omtrent bezoekers en vervoermiddelen.

  • 2 Bij de in het eerste lid bedoelde maatregel kan het begrip bedrijf en vestiging worden omschreven waarbij voor de verschillende soorten of categorieën van dieren dan wel van levende dierlijke producten verschillende omschrijvingen kunnen worden gegeven.

Artikel 4
  • 1 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan aan de houder van één of meer dieren, behorende tot een daarbij te bepalen diersoort, de verplichting worden opgelegd om:

    • a. zich als zodanig voor een bij of krachtens de maatregel genoemd tijdstip schriftelijk te melden bij Onze Minister onder vermelding van het aantal dieren dat hij van de onderscheiden soorten houdt;

    • b. indien de dieren bedrijfsmatig worden gehouden, aantekening te houden van het aantal op zijn bedrijf aanwezige dieren van deze soort, van de geboorte op, onderscheidenlijk toevoeging van dieren van deze soort aan zijn bedrijf, alsmede van de afvoer van dieren van deze soort van zijn bedrijf, één en ander onder vermelding van de gegevens waardoor de dieren kunnen worden geïdentificeerd en onder vermelding van naam en adres van degene van wie de dieren afkomstig zijn onderscheidenlijk aan wie de dieren zijn afgeleverd.

  • 2 De in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde aantekeningen dienen gedurende ten minste drie maanden te worden bewaard.

Artikel 6

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen ter voorkoming van verspreiding van smetstof regelen worden gesteld waaraan markten en andere verzamelplaatsen van dieren, slachterijen, inrichtingen waarin producten van dierlijke oorsprong worden gewonnen, be- of verwerkt, inrichtingen waarin diervoeder wordt bereid en plaatsen waar vervoermiddelen worden ontsmet moeten voldoen.

Artikel 7

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen ter voorkoming van verspreiding van smetstof regelen worden gesteld ten aanzien van:

  • a. de reiniging en ontsmetting van stallen, kooien, vervoermiddelen, de daarbij behorende voorwerpen en andere plaatsen en voorwerpen waar of waarin dieren, produkten van dierlijke oorsprong, diervoeder alsmede andere produkten of voorwerpen die dragers van smetstof kunnen zijn, hebben verbleven;

  • b. het behandelen van de in onderdeel a bedoelde produkten waardoor zij geen gevaar meer kunnen opleveren voor de verspreiding van smetstof dan wel het vernietigen van deze produkten en de in onderdeel a bedoelde voorwerpen.

Artikel 8

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen ter voorkoming van verspreiding van smetstof regelen worden gesteld ten aanzien van de aflevering, de opslag, het in voorraad en voorhanden hebben en het vervoeren van materialen van dierlijke herkomst.

Artikel 9
  • 1 Het is verboden vee of pluimvee en andere dieren van door Onze Minister aangewezen soorten of categorieën van dieren te doen verblijven of dit te gedogen op een terrein of plaats waarop zich vuilnis of mest bevindt of waarop vuilnis of mest pleegt te worden gestort of opgeslagen en op een daaraan grenzend terrein, indien de dieren zich vrijelijk van het ene terrein naar het andere kunnen begeven.

  • 2 Het is verboden vuilnis of mest te storten of op te slaan op, dan wel te verspreiden over een terrein of plaats waarop dieren, als bedoeld in het eerste lid, vrijelijk toegang hebben.

  • 3 In het eerste en tweede lid wordt onder "mest" niet begrepen mest verkregen in het bedrijf, waar de dieren worden gehouden.

Afdeling 2. Het weren van besmettelijke dierziekten
Artikel 10
  • 1 Onze Minister kan het brengen in Nederland van dieren, produkten van dierlijke oorsprong, alsmede van andere produkten en voorwerpen die dragers van smetstof kunnen zijn, verbieden dan wel verbieden, indien niet wordt voldaan aan door hem te stellen regelen.

  • 2 De in het eerste lid bedoelde regelen hebben in elk geval betrekking op:

    • a. de eisen waaraan de in het eerste lid bedoelde dieren, produkten of voorwerpen moeten voldoen;

    • b. de eisen waaraan de vervoermiddelen en de verpakkingen moeten voldoen;

    • c. het aanmelden van het voornemen om dieren, produkten of voorwerpen binnen te brengen;

    • d. het in overleg met Onze Minister van Financiën aanwijzen van douanekantoren in de zin van de wettelijke bepalingen, bedoeld in artikel 1:1, eerste en tweede lid, van de Algemene douanewet, waar de dieren, produkten of voorwerpen, die anders dan over de Belgisch-Nederlandse of de Duits-Nederlandse grens worden binnengebracht, moeten worden aangebracht;

    • e. het aanwijzen van de plaatsen waar dieren, produkten of voorwerpen, die via de Belgisch-Nederlandse of de Duits-Nederlandse grens worden binnengebracht, ter onderzoek moeten worden aangeboden;

    • f. de verklaringen welke op het douanekantoor, dan wel op een plaats als bedoeld in onderdeel e, moeten worden overgelegd en de eisen waaraan deze verklaringen moeten voldoen en

    • g. het onderzoek na het binnenbrengen in Nederland.

Artikel 11
  • 1 Onze Minister kan ten aanzien van in artikel 10, eerste lid, bedoelde, in Nederland gebrachte dieren, produkten en voorwerpen onder meer regelen stellen betreffende:

    • a. met betrekking tot dieren:

      • 1°. een nader onderzoek, voorbehoedende behandeling of een tijdelijke afzondering;

      • 2°. het vervoer naar de plaats van onderzoek, voorbehoedende behandeling of tijdelijke afzondering;

      • 3°. de bestemming;

      • 4°. het vervoer naar de plaats van bestemming in Nederland dan wel naar de plaats waar de dieren weer buiten Nederland worden gebracht;

      • 5°. het doden of slachten en het toezicht daarop en de bestemming van de gedode of geslachte dieren;

    • b. met betrekking tot...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT