Gezondheidswet

CourtVolksgezondheid, Welzijn en Sport
Abbreviated labelGezw

Geldend van 01-01-2020 t/m heden

Wet van 18 januari 1956, houdende nieuwe wettelijke voorschriften met betrekking tot de organisatie van de zorg voor de volksgezondheid

Wij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is nieuwe wettelijke voorschriften vast te stellen met betrekking tot de organisatie van de zorg voor de volksgezondheid;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Hoofdstuk I. Algemene bepaling
Artikel 1

Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder:

  • a. "Onze Minister": Onze Minister, belast met de zaken betreffende de volksgezondheid;

  • b. "inspecteur-generaal": de inspecteur-generaal, bedoeld in artikel 37;

  • c. "Provinciale Raad": de Provinciale Raad voor de Volksgezondheid;

  • d. "provinciale kruisverenigingen": de provinciale verenigingen met volledige rechtsbevoegdheid, die uitsluitend het behartigen of doen behartigen van wijkverpleging en andere sociaal-hygiënische zorg beogen en bij een nationale vereniging met gelijke doelstelling zijn aangesloten;

  • e. "persoonsgegevens": persoonsgegevens als bedoeld in artikel 4, onderdeel 1, van de Algemene verordening gegevensbescherming.

Hoofdstuk II. De Nationale Raad voor de Volksgezondheid

[Vervallen per 21-02-1997]

§ 1. Van de zetel en de taak

[Vervallen per 21-02-1997]

Artikel 2

[Vervallen per 21-02-1997]

Artikel 3

[Vervallen per 21-02-1997]

§ 2. Van de samenstelling

[Vervallen per 21-02-1997]

Artikel 4

[Vervallen per 21-02-1997]

Artikel 5

[Vervallen per 21-02-1997]

Artikel 6

[Vervallen per 21-02-1997]

Artikel 7

[Vervallen per 21-02-1997]

Artikel 8

[Vervallen per 21-02-1997]

§ 3. Van de Kamers en de commissies

[Vervallen per 21-02-1997]

Artikel 9

[Vervallen per 21-02-1997]

Artikel 10

[Vervallen per 21-02-1997]

Artikel 11

[Vervallen per 21-02-1997]

Artikel 12

[Vervallen per 21-02-1997]

Artikel 13

[Vervallen per 21-02-1997]

Artikel 13a

[Vervallen per 21-02-1997]

§ 4. Van de werkwijze

[Vervallen per 21-02-1997]

Artikel 14

[Vervallen per 21-02-1997]

Artikel 15

[Vervallen per 21-02-1997]

Artikel 16

[Vervallen per 21-02-1997]

Artikel 17

[Vervallen per 21-02-1997]

Artikel 18

[Vervallen per 21-02-1997]

Artikel 19

[Vervallen per 21-02-1997]

§ 5. Van de vergoedingen

[Vervallen per 21-02-1997]

Artikel 20

[Vervallen per 21-02-1997]

Hoofdstuk III. De Gezondheidsraad
Artikel 21
  • 1 Er is een Gezondheidsraad.

  • 3 In afwijking van artikel 10, tweede volzin, van de Kaderwet adviescolleges kunnen bij koninklijk besluit uit de andere leden ten hoogste twee vice-voorzitters worden benoemd.

  • 4 Een vice-voorzitter oefent een door de voorzitter in overeenstemming met die vice-voorzitter te bepalen gedeelte van de taak van de voorzitter uit.

  • 6 In afwijking van artikel 11, tweede lid, van de Kaderwet adviescolleges, worden de voorzitter en vice-voorzitters, ongeacht de duur van een eerder lidmaatschap, voor ten hoogste vier jaar benoemd als lid, tevens voorzitter, onderscheidenlijk vice-voorzitter. Herbenoeming als lid, tevens voorzitter dan wel vice-voorzitter, kan twee maal en telkens voor ten hoogste vier jaar plaatsvinden.

Artikel 22

De Gezondheidsraad heeft tot taak Onze Ministers en de beide kamers der Staten-Generaal voor te lichten over de stand der wetenschap ten aanzien van vraagstukken op het gebied van de volksgezondheid en het gezondheids(zorg)onderzoek door middel van het uitbrengen van rapporten.

Artikel 23

Voor de toepassing van de Kaderwet adviescolleges en artikel 9 van de Wet openbaarheid van bestuur wordt een rapport dat geen advies bevat, gelijkgesteld aan een advies.

Artikel 24
  • 2 De voorzitter wijst uit de leden van een commissie een voorzitter aan.

  • 3 De voorzitter en de vice-voorzitters zijn bevoegd de vergaderingen van de onderscheidene commissies, waarvan zij geen lid zijn, bij te wonen en aan de beraadslagingen deel te nemen.

Artikel 25

In afwijking van artikel 19, tweede lid, van de Kaderwet adviescolleges kan de voorzitter op verzoek van een commissie andere personen betrekken bij de werkzaamheden van die commissie, voor zover dat voor de vervulling van haar taak nodig is.

Artikel 26

In afwijking van de artikelen 17, 18 en 20, eerste lid, van de Kaderwet adviescolleges is een commissie als bedoeld in artikel 24 bevoegd in naam van de Gezondheidsraad door tussenkomst van de voorzitter een rapport als bedoeld in artikel 22 uit te brengen. Op de beraadslaging en besluitvorming binnen een commissie is artikel 20 van de Kaderwet adviescolleges van overeenkomstige toepassing.

Artikel 26a

In afwijking van artikel 21 van de Kaderwet adviescolleges wordt een reglement van orde voor de Gezondheidsraad en de commissies door de voorzitter vastgesteld.

Artikel 27

In afwijking van artikel 15, tweede lid, van de Kaderwet adviescolleges is de secretaris van de Gezondheidsraad voor zijn werkzaamheden voor de Gezondheidsraad uitsluitend verantwoording schuldig aan de voorzitter.

Artikel 28

[Vervallen per 05-03-1997]

Artikel 29

[Vervallen per 05-03-1997]

Artikel 30

[Vervallen per 05-03-1997]

Artikel 31

[Vervallen per 05-03-1997]

Artikel 32

[Vervallen per 05-03-1997]

Artikel 33

[Vervallen per 05-03-1997]

Artikel 34

[Vervallen per 05-03-1997]

Artikel 35

[Vervallen per 05-03-1997]

Hoofdstuk IV. Het Staatstoezicht op de Volksgezondheid
§ 1. Taken van het Staatstoezicht op de Volksgezondheid in het Europese deel van Nederland
Artikel 36
  • 1 Er is een Staatstoezicht op de volksgezondheid, ressorterend onder Onze Minister, dat bestaat uit bij algemene maatregel van bestuur aangewezen onderdelen en dat tot taak heeft:

    • a. het verrichten van onderzoek naar de staat van de volksgezondheid en de determinanten daarvan alsmede, waar nodig, het aangeven en bevorderen van middelen tot verbetering daarvan;

    • b. het toezicht op de naleving en de opsporing van overtredingen van het bepaalde bij of krachtens wettelijke voorschriften op het gebied van de volksgezondheid, een en ander voor zover de ambtenaren van het Staatstoezicht daarmede zijn belast bij of krachtens wettelijk voorschrift;

    • c. het geven of weigeren van de toestemming, bedoeld in artikel 40, derde lid, onder c, van de Geneesmiddelenwet.

  • 2 Het Staatstoezicht heeft voorts tot taak het uitbrengen van adviezen en het verstrekken van inlichtingen aan Onze Minister op verzoek of uit eigen beweging, met betrekking tot hetgeen het Staatstoezicht op grond van het eerste lid ter kennis is gekomen.

  • 3 De in het eerste lid, onder b, genoemde taken strekken zich ook uit tot de voorschriften van een verordening van de Raad van de Europese Gemeenschappen op het gebied van de volksgezondheid, voor zover de verordening toezicht op de naleving en opsporing van overtredingen daarvan vordert.

  • 4 Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat een of meer onderdelen van het Staatstoezicht ressorteren onder een andere Minister dan Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. De voordracht voor een zodanige algemene maatregel van bestuur wordt gedaan door Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, in overeenstemming met Onze Minister wie het mede aangaat.

  • 5 Ten behoeve van de organisatie van het Staatstoezicht op de volksgezondheid kunnen bij algemene maatregel van bestuur nadere regels worden gesteld.

Artikel 37

Aan het hoofd van elk onderdeel van het Staatstoezicht staat een inspecteur-generaal, die bij besluit van Onze Minister wordt aangewezen. De aanwijzing eindigt van rechtswege met ingang van de datum dat de uitoefening van de functie van hoofdinspecteur geen onderdeel meer uitmaakt van de werkzaamheden van de betreffende ambtenaar. Hij neemt bij de vervulling van zijn taak de aanwijzingen van Onze Minister in acht.

§ 2. Taken van het Staatstoezicht op de Volksgezondheid in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Artikel 38
  • 1 De artikelen 36, eerste, tweede en vierde lid, 37, 44 en 44a zijn van toepassing in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Bij algemene maatregel van bestuur kan bij de aanwijzing van regelgeving als bedoeld in artikel 44, eerste lid, worden bepaald dat informatie betreffende het toezicht en de uitvoering van die regelgeving niet op basis van dat lid openbaar zal worden gemaakt, indien de informatie betrekking heeft op het toezicht en de uitvoering in die openbare lichamen.

  • 2 Het Staatstoezicht op de Volksgezondheid is in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba bevoegd tot de uitoefening van de in artikel 36, eerste en tweede lid, genoemde taken, voor zover het gaat om de voorschriften bij of krachtens de:

    • a. Wet toezicht op krankzinnigen BES;

    • b. Wet beperking tabaksgebruik BES;

    • c. Warenwet BES;

    • d. Opiumwet 1960 BES;

    • e. Wet op de geneesmiddelenvoorziening BES;

    • f. Wet organisatie bloedvoorziening BES;

    • g. Wet zorginstellingen BES;

    • h. Vergunningwet BES.

  • 3 Het Staatstoezicht op de Volksgezondheid oefent in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba zijn taken uit met inachtneming van de...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT