Besluit van 2 oktober 2012, houdende wijziging van het Besluit identificatie en registratie van dieren in verband met het verplicht stellen van identificatie en registratie van honden

 
INDEX
GRATIS UITTREKSEL

Besluit van 2 oktober 2012, houdende wijziging van het Besluit identificatie en registratie van dieren in verband met het verplicht stellen van identificatie en registratie van honden

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Op de voordracht van de Staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie van 26 oktober 2011, nr. WJZ/209317; Gelet op artikel 96 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren;De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 5 maart 2012, nr. W15.11.0463/IV);Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie van 27 september 2012, nr. WJZ/12311145; Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I

Het Besluit identificatie en registratie van dieren wordt als volgt gewijzigd:AVoor artikel 1 wordt de hoofdstukaanduiding «Hoofdstuk 1: Identificatie en registratie van landbouwhuisdieren» ingevoegd. BArtikel 1 wordt als volgt gewijzigd:1. De aanduiding komt te luiden: Artikel 1 Definities. 2. In het eerste en tweede lid, wordt «dit besluit» telkens vervangen door: dit hoofdstuk. CDe aanduiding van artikel 2 komt te luiden: Artikel 2 Medebewind.DDe aanduiding van artikel 3 komt te luiden: Artikel 3 Delegatie.EDe aanduiding van artikel 4 komt te luiden: Artikel 4 Mededeling wijziging Europese richtlijn. FDe artikelen 5 en 6 worden vervangen door:

Hoofdstuk 2. Identificatie en registratie van honden

§ 1. Definities

Artikel 5

Definities.

In dit hoofdstuk en de op de artikelen van dit hoofdstuk berustende bepalingen wordt verstaan onder: – chip:

transponder, subcutaan of intramusculair aangebracht;– databank:

geautomatiseerde gegevensbank als bedoeld in artikel 10, eerste lid, waarin de gegevens worden verwerkt, bedoeld in artikel 10, derde lid; – persoonsgegevens, verwerking van persoonsgegevens, verantwoordelijke, betrokkene onderscheidenlijk bewerker:

hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de Wet bescherming persoonsgegevens.

§ 2. Plicht tot identificatie en registratie

Artikel 6

Verplichting.

  1. Degene die een hond houdt, verhandelt, vervoert, aanvoert, afvoert of overdraagt, is verplicht de hond te identificeren en registreren overeenkomstig dit hoofdstuk en de op dit hoofdstuk berustende bepalingen. 2. Een hond wordt slechts verhandeld, geschonken of anderszins overgedragen aan een opvolgende houder, nadat de hond is geïdentificeerd en geregistreerd overeenkomstig dit hoofdstuk en de op dit hoofdstuk berustende bepalingen. 3. De verplichting, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing op: a. de houder van een hond in een asiel als bedoeld in artikel 1 van het Honden- en kattenbesluit 1999, mits de hond twee weken na de binnenkomst in het asiel wordt geïdentificeerd en na vier weken is geregistreerd; b. de houder die afkomstig is uit een Europese lidstaat of een derde land, en voornemens is met zijn hond in Nederland te verblijven voor een periode korter dan drie maanden. GNa artikel 6 worden de volgende artikelen toegevoegd:

Artikel 7

Nadere verplichtingen houder.

  1. Een houder laat zijn hond identificeren binnen zeven weken na de geboorte. 2. Een houder registreert zijn hond binnen acht weken na de geboorte in een databank. 3. Indien de houder een natuurlijk persoon is, geeft de houder bij de registratie, bedoeld in het tweede lid, in ieder geval de volgende gegevens door: a. naam, adres en woonplaats; b. het nummer van de chip; c. de geboortedatum van de hond; d. de datum van identificatie; e. de naam, adres en woonplaats van de persoon die de chip inbrengt. 4. Indien de houder een onderneming heeft als bedoeld in artikel 5 van de Handelsregisterwet 2007, geeft de houder bij de registratie, bedoeld in het tweede lid, in ieder geval de volgende gegevens door: a. vestigingsadres van de onderneming waarop de hond wordt gehouden; b. naam van de onderneming en de beheerder van de onderneming; c. het nummer van de inschrijving in het handelsregister; d. het registratienummer dat op basis van artikel 5 van het Honden- en kattenbesluit 1999 is toegekend, en e. de gegevens, bedoeld in het derde lid, onderdelen c tot en met e. 5. De houder meldt in een databank: a. een wijziging van de gegevens, bedoeld in het derde lid, onderdeel a, of vierde lid, onderdelen a tot en met c; b. het overlijden of de blijvende vermissing van de hond. 6. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over: a. de wijze van registratie van de gegevens, bedoeld in het derde en vierde lid; b. de bewaartermijn van de gegevens, bedoeld in het derde en vierde lid, en c. de termijn waarbinnen de houder de melding, bedoeld in het vijfde lid, doet.

Artikel 8

Overdracht hond.

  1. Indien een hond wordt overgedragen, meldt de houder zich af in een databank. 2. De opvolgende houder registreert de volgende gegevens in een databank: a. naam, adres en woonplaats; b. het nummer van de chip, en c. de datum van overdracht. 3. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over de wijze en termijn van registratie bedoeld in het eerste en tweede lid.

Artikel 9

In Nederland brengen van buitenlandse honden.

  1. Indien een natuurlijk persoon die woonachtig is in Nederland of een onderneming als bedoeld in artikel 5 van de Handelsregisterwet 2007, een hond in Nederland brengt, registreert hij de hond in een databank. 2. Indien de houder een natuurlijk persoon is, geeft de houder bij de registratie, bedoeld in het eerste en tweede lid, in ieder geval de volgende gegevens door: a. naam, adres en woonplaats; b. het nummer van de chip; c. de geboortedatum van de hond; d. de datum van identificatie; e. datum van het in Nederland brengen van de hond, en f. land van herkomst van de hond. 3. Indien de houder een onderneming heeft als bedoeld in artikel 5 van de Handelsregisterwet 2007, geeft de houder bij de registratie, bedoeld in het tweede lid, de volgende gegevens door: a. vestigingsadres van de onderneming waarop de hond wordt gehouden; b. naam van de onderneming en de beheerder van de onderneming; c. het nummer van de inschrijving in het handelsregister; d. het registratienummer dat op basis van artikel 5 van het Honden- en kattenbesluit 1999 is toegekend, en e. de gegevens, bedoeld in het tweede lid, onderdelen c tot en met f. 4. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over: a. de termijn waarbinnen de registratie bedoeld in het tweede of derde lid plaatsvindt, en b. de wijze van registratie, bedoeld in het eerste tot en met derde lid.

§ 3. Databanken

Artikel 10

Aanwijzing databank.

  1. De registratie vindt plaats in een door Onze Minister aangewezen databank. 2. Ingeval Onze Minister verschillende databanken aanwijst, volstaat registratie bij een van de databanken. 3. Een beheerder van een databank verwerkt de gegevens, bedoeld in artikel 7, derde tot en met vijfde lid, 8, eerste en tweede lid, en 9, tweede en derde lid, en stelt deze gegevens beschikbaar aan Onze Minister. 4. Onze Minister wijst een databank aan indien: a. de beheerder van de databank een onderneming heeft als bedoeld in artikel 5 van de Handelsregisterwet 2007 of een rechtspersoon is in de zin van artikel 54 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie, die in een lidstaat van de Europese Unie of van de Europese Economische Ruimte is gevestigd; b. de databank schriftelijk of elektronisch voldoende bereikbaar is voor houders; c. de beheerder van de databank de geregistreerde gegevens elektronisch en tijdig kan aanleveren aan Onze Minister; d. de beheerder van de databank aantoont passende technische en organisatorische maatregelen te nemen om de geregistreerde gegevens afdoende te beveiligen teneinde verlies, onrechtmatige of onnodige verwerking hiervan te voorkomen; e. de beheerder van de databank de geregistreerde gegevens: 1°. overeenkomstig dit besluit verwerkt; 2°. slechts voor andere doelen dan bedoeld in artikel 12, derde lid, gebruikt, nadat toestemming is verkregen van de betrokkene; f. de beheerder van de databank informatie verstrekt aan de houder van een hond en ook overigens maatregelen treft om hem zijn rechten te kunnen laten uitoefenen en de plichten na te leven als bedoeld in hoofdstuk 5 en 6 van de Wet bescherming persoonsgegevens, en g. de beheerder zorg draagt voor de kwaliteit van de gegevens en deze slechts bewaart gedurende een bij ministeriële regeling bepaalde termijn. 5. Met toepassing van artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwet is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing op de aanwijzing door Onze Minister, bedoeld in het eerste lid. 6. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over: a. de voorwaarden, bedoeld in het vierde lid, onderdelen b, c, d, en f; b. de wijze waarop de databank aantoont dat voldaan wordt aan de voorwaarden, bedoeld in het vierde lid; c. de termijn waarop de databank de geregistreerde gegevens bewaart; d. de wijze van indienen van een aanvraag tot aanwijzing; e. de procedure voor aanwijzing van een databank.

Artikel 11

Intrekken of beëindigen aanwijzing.

  1. Onze Minister kan de aanwijzing van een databank intrekken, indien deze niet voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 10, vierde en zesde lid, of de verplichtingen uit artikel 13. 2. Indien Onze Minister de aanwijzing van een databank intrekt of indien de beheerder van een databank de aanwijzing beëindigt: a. verstrekt de beheerder van de databank de geregistreerde gegevens aan Onze Minister of geeft Onze Minister de opdracht aan de beheerder van een databank de gegevens te vernietigen, en b. verleent de beheerder van de databank alle medewerking ter zake van de overdracht van de werkzaamheden inzake de verwerking van de gegevens aan Onze Minister of de...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT