Besluit van 22 september 2012, houdende wijziging van het Reglement voor de binnenvisserij 1985 en van het Reglement minimummaten en gesloten tijden 1985 in verband met het doorvoeren van enkele vereenvoudigingen en enkele andere wijzigingen van beleidsmatige aard

 
INDEX
GRATIS UITTREKSEL

Besluit van 22 september 2012, houdende wijziging van het Reglement voor de binnenvisserij 1985 en van het Reglement minimummaten en gesloten tijden 1985 in verband met het doorvoeren van enkele vereenvoudigingen en enkele andere wijzigingen van beleidsmatige aard

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Op de voordracht van de Staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie van 12 juni 2012, nr. 275290; Gelet op de artikelen 2a, 9, 16 en 47 van de Visserijwet 1963; De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 12 juli 2012, nr. W15.12.0206/IV); Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie van 17 september 2012, nr. 12322222; Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I

In artikel 1, onderdeel b, van het Besluit ex artikel 47, tweede en derde lid, Visserijwet 1963 wordt de zinsnede «de Nederlandse Vereniging van Sportvissersfederaties» vervangen door: Sportvisserij Nederland.

ARTIKEL II

Het Reglement voor de binnenvisserij 1985 wordt als volgt gewijzigd: A Artikel 1, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd: a. Het eerste lid, onderdeel g, komt te luiden: g. «aalkistje»:

vistuig bestaande uit een langwerpige doos waarin aan de uiteinden inkelingen zijn aangebracht, waarin ten minste in elke inkeling één zuiver rond ringetje van metaal of enige andere niet rekbare stof met een middellijn van tenminste 12 mm binnenwerks is aangebracht of, waarin in de zijwanden tenminste twee gaten met een middellijn van tenminste 12 mm binnenwerks zijn aangebracht;. b. Onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel p door een puntkomma worden twee onderdelen toegevoegd, luidende: q. «kreeftenkorf»:

vistuig bestaande uit een frame van kunststof of een ander niet vervormbaar materiaal, met een maximale afmeting van 100 cm lengte, 100 cm breedte en 60 cm hoogte, voorzien van een niet vervormbare omkleding, dan wel een omkleding van netwerk, met een open inzwemopening met een inkeling van niet vervormbaar materiaal met een doorsnede van minimaal 20 mm; r. «schepnet»:

vistuig bestaande uit een aan een stok of steel gemonteerd frame dat voorzien is van een zakvormig knoop- of strikwerk waarvan de diepte ten hoogste 150 cm bedraagt, en een framebreedte heeft van ten hoogste 100 cm, een framehoogte van ten hoogste 80 cm, dan wel een frameoppervlak van ten hoogste 0,8 m2. B Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd: a. Het eerste lid wordt als volgt gewijzigd: 1. Onderdeel c, wordt vervangen door: c. de kreeftenkorf;. 2. Onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel p door een puntkomma wordt een onderdeel toegevoegd, luidende: q. het schepnet. b. Het tweede lid komt te luiden: 2. Het gebruik van een schepnet is slechts toegestaan om: a. gevangen vis op te scheppen of over te zetten, of b. vis te vangen, mits de gevangen vis levend in hetzelfde water wordt teruggezet. c. In het derde lid wordt, voor de punt aan het slot van dat lid, een zinsnede ingevoegd, luidende: , met uitzondering van de kreeftenkorf. C Artikel 3 komt te luiden:

Artikel 3

Het is degene die vist met de hengel of de peur verboden de daarmee gevangen vis in de handel te brengen, te koop aan te bieden of te vervreemden. D Artikel 5, tweede lid, onderdeel c, komt te luiden: c. het schepnet;. E In artikel 6, eerste lid, onderdeel a, vervalt «worm,». F Artikel 7 wordt als volgt gewijzigd: a. In het tweede lid, onderdeel a, vervalt de zinsnede «in de periode tussen 1 juni en 31 augustus». b. In het tweede lid, onderdeel b vervalt «de ankerkuil» en wordt de zinsnede «, de aaldogger en het kruisnet» vervangen door: en de aaldogger. c. Het tweede lid, onderdeel c komt te luiden: c. voor het te water hebben van de aalfuik, het staand net, de visfuik, de ankerkuil en de kreeftenkorf;. d. Onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel d van het tweede lid door een puntkomma wordt na dat onderdeel een nieuw onderdeel toegevoegd, luidende: e. voor het vissen in de Rijn, de Maas, de IJssel en alle andere stromende wateren die met deze wateren in open verbinding staan en daarvan water afvoeren. e. Het derde lid vervalt. G Na artikel 7 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 7

a.

  1. Het is verboden te vissen met de vistuigen genoemd in artikel 2, eerste lid, onderdelen c tot en met q, tenzij dat vissen plaatsvindt in het IJsselmeer. 2. Het verbod is niet van toepassing op de visrechthebbende en de houder van een schriftelijke toestemming, als bedoeld in artikel 21, tweede lid, onderdeel a, van de Visserijwet 1963, die beroepsmatig de visserij uitoefent en voldoet aan bij ministeriële regeling gestelde voorwaarden. H Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd: a. Het tweede lid komt te luiden: 2. Het verbod geldt niet voor zover wordt gevist met ten hoogste twee hengels. b. Het derde lid vervalt. I Artikel 9 komt te luiden:

Artikel 9

Bij ministeriële regeling kan het vissen in daarbij aan te wijzen wateren binnen een daarbij te bepalen afstand van vispassages, stuwen, sluizen en gemalen worden verboden, waarbij kan worden bepaald dat het verbod slechts voor bij die regeling te bepalen vistuigen geldt. J In artikel 10, eerste lid, onderdeel a, wordt «ingevolge het bepaalde in de artikelen 2 tot en met 9» vervangen door: bij of krachtens de artikelen 2 tot en met 9. K In artikel 10a, eerste lid, wordt «de Directeur Visserij van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij» vervangen door: Onze Minister.

ARTIKEL III

Het Reglement minimummaten en gesloten tijden 1985 wordt als volgt gewijzigd: A De artikelen 1 en 2 komen te luiden:

Artikel 1
  1. Bij ministeriële regeling wordt de afmeting, bedoeld in artikel 2a, eerste lid, van de Visserijwet 1963, bepaald. 2. Vis van de soorten waarvoor ingevolge het eerste lid een afmeting is bepaald wordt onmiddellijk nadat deze is opgehaald weer in hetzelfde water teruggezet, indien de vis, gemeten vanaf de punt van de snuit tot het uiteinde van de staartvin, niet tenminste de daarvoor bepaalde afmeting heeft. 3. Indien bij of krachtens het Reglement zee- en kustvisserij 1977 voorschriften zijn gesteld inzake afmetingen of daarnaar wordt verwezen, zijn deze ook van toepassing op vissen die worden gevangen in de wateren, bedoeld in artikel 1, vierde lid, onderdeel d, van de Visserijwet 1963, en is het tweede lid van overeenkomstige toepassing.

Artikel 2
  1. Bij ministeriële regeling wordt het in artikel 2a, tweede lid, van de wet bedoelde tijdvak vastgesteld. 2. Vis van de soorten waarvoor ingevolge het eerste lid een tijdvak is bepaald wordt onmiddellijk nadat deze is opgehaald weer in hetzelfde water teruggezet, indien de vis tijdens dit tijdvak is gevangen. B Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd: a. In de aanhef vervalt de zinsnede «niet verduurzaamde». b. In onderdeel a wordt de zinsnede «behorende tot de soorten genoemd in artikel 1» vervangen door: behorende tot de soorten bedoeld in artikel 1, tweede lid, of in artikel 1, derde lid, bedoelde vissen; c. Onderdeel b wordt vervangen door: b. behorende tot de soorten bedoeld in artikel 2, in het bij de desbetreffende soort vermelde tijdvak, uitgezonderd de eerste zes dagen daarvan tenzij als tijdvak het gehele jaar is vastgesteld. C In artikel 5 wordt «genoemde soorten» vervangen door: , tweede lid, bedoelde soorten of in artikel 1, derde lid, bedoelde vissen. D In artikel 6 wordt «in afwijking van het bepaalde in de artikelen 1, 2 en 3,» vervangen door: in afwijking van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 1, 2 en 3,. E Artikel 7 komt te luiden:

Artikel 7

Degenen die gerechtigd zijn tot het vissen met de hengel, is het, tenzij het vissen in het IJsselmeer plaatsvindt, in afwijking van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 1, 2 en 3, toegestaan: a. baars, kleiner dan de krachtens artikel 1 voor die vissoort vastgestelde lengte, voorhanden te hebben onder de voorwaarde dat de vissen levend worden bewaard in een leefnet of een emmer en in hetzelfde water worden teruggezet; b. ten hoogste 20 stuks dode baars, kleiner dan de krachtens artikel 1 voor die vissoort vastgestelde lengte, voorhanden of in voorraad te hebben en te vervoeren, voor zover aannemelijk is dat deze als aasvis zal worden gebruikt. F Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd: a. In de aanhef wordt de zinsnede «vis van de in artikel 2, onderdelen a, b en c, bedoelde soorten, welke op die dag opgeslagen is in een door Onze Minister geregistreerd vrieshuis» vervangen door: vis van de in artikel 2, tweede lid, bedoelde soorten, welke op die dag opgeslagen is in een vrieshuis dat voldoet aan de eisen van sectie VIII, hoofdstuk III, onderdeel B, van bijlage III van verordening (EG) nr. 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong (PBEG 2004, L 139);. b. Onderdeel c komt te luiden: c. nadien te vervoeren. G Artikel 9 komt te luiden:

Artikel 9

De artikelen 1, 2 en 3 zijn niet van toepassing op vis waarvan wordt aangetoond dat deze: a. afkomstig is uit een viskwekerij als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel h, van richtlijn nr. 2006/88/EG van de Raad van 24 oktober 2006, betreffende veterinairrechtelijke voorschriften van aquacultuurdieren en de producten daarvan betreffende de preventie en bestrijding van bepaalde ziekten bij waterdieren (PbEG 2006, L 328), of b. is geïmporteerd. H Artikel 10 vervalt.

ARTIKEL IV

In artikel 6a, tweede lid, van het Besluit Registratie vissersvaartuigen 1998 wordt «Een visvergunning, verleend op grond van artikel 2, tweede lid, van de Regeling Visvergunning» vervangen door: Een ten behoeve van het vissersvaartuig verleende visvergunning als bedoeld in artikel 6, eerste lid van Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad van 20 november 2009 tot vaststelling van een communautaire...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT