Wet van 26 mei 2011 tot wijziging van de Wet personenvervoer 2000, houdende regels ter bevordering van de kwaliteit in het taxivervoer

 
GRATIS UITTREKSEL

Wet van 26 mei 2011 tot wijziging van de Wet personenvervoer 2000, houdende regels ter bevordering van de kwaliteit in het taxivervoer

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten: Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het ter bevordering van de kwaliteit in het taxivervoer en ter versterking van de gemeentelijke bevoegdheden in het belang daarvan, wenselijk is de Wet personenvervoer 2000 te wijzigen; Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Wet personenvervoer 2000 wordt als volgt gewijzigd: A Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd: 1. In onderdeel f wordt «motorrijtuig» vervangen door: personenauto op ten minste vier wielen, zoals nader omschreven bij ministeriële regeling,. 2. In onderdeel k wordt «degene die openbaar vervoer, besloten busvervoer of taxivervoer verricht» vervangen door: degene die openbaar vervoer of besloten busvervoer verricht. B Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd: 1. Het derde lid vervalt. 2. Onder vernummering van het vierde lid tot derde lid vervalt in dit lid «en derde lid» en wordt in dit lid «besloten busvervoer, respectievelijk taxivervoer,» vervangen door: besloten busvervoer. C Artikel 5a wordt als volgt gewijzigd: 1. In het eerste lid wordt «openbaar vervoer, besloten busvervoer of taxivervoer» telkens vervangen door: openbaar vervoer of besloten busvervoer. 2. Het tweede lid vervalt. 3. Het derde lid wordt vernummerd tot tweede lid. D Artikel 6 wordt als volgt gewijzigd: 1. Het tweede lid vervalt. 2. Het derde tot en met achtste lid worden vernummerd tot tweede tot en met zevende lid. E Na artikel 74 wordt een nieuw hoofdstuk ingevoegd, luidende:

HOOFDSTUK V. TAXIVERVOER

§ 1. Vergunning

Artikel 75

  1. Voor de toepassing van dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt met het verrichten van taxivervoer gelijkgesteld het aanbieden van dat vervoer, tenzij dit aanbieden geschiedt door tussenpersonen die bemiddelen in dat vervoer bij wijze van dienstverlening of in de uitoefening van hun beroep of bedrijf. 2. Voor de toepassing van dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt onder «de vervoerder die taxivervoer verricht» verstaan: degene die taxivervoer verricht, niet in de hoedanigheid van bestuurder van een auto.

    Artikel 76

  2. Het is verboden taxivervoer te verrichten zonder een daartoe verleende vergunning. 2. Een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt verleend voor onbepaalde tijd. 3. De vervoerder die taxivervoer verricht, alsmede de bestuurder van een auto waarmee taxivervoer wordt verricht, draagt er zorg voor dat in de auto waarmee dat vervoer wordt verricht het vergunningbewijs zichtbaar voor de reiziger aanwezig is. 4. Een in het eerste lid bedoelde vergunning wordt, behoudens in bij algemene maatregel van bestuur bepaalde gevallen, slechts verleend aan een vervoerder die voldoet aan eisen van betrouwbaarheid en vakbekwaamheid. 5. Onze Minister kan vrijstelling verlenen van het derde lid en van de in het vierde lid bedoelde eis van vakbekwaamheid. 6. De artikelen 5 tot en met 9 en 11 zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de in artikel 9, vijfde lid, bedoelde regels over de eisen van kredietwaardigheid niet van toepassing zijn op de vervoerder die taxivervoer verricht.

    § 2. Geschillen en klachten

    Artikel 77

  3. De vervoerder die taxivervoer verricht voorziet, al dan niet in samenwerking met andere vervoerders, in het op verzoek behandelen van geschillen over de totstandkoming of de uitvoering van een vervoersovereenkomst als bedoeld in de artikelen 80, eerste lid, en 100, eerste lid, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek, door instelling van een geschillencommissie. 2. Artikel 12, tweede tot en met vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing. 3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over het eerste lid.

    Artikel 78

  4. De vervoerder die taxivervoer verricht, maakt op een naar de aard van het vervoer geëigende wijze kenbaar op welke wijze klachten over het verrichten van taxivervoer...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT