Provinciewet

Oorspronkelijke versie:<a href='/vid/provinciewet-759165429'>Provinciewet</a>
 
GRATIS UITTREKSEL

Geldend van 01-01-2020 t/m heden

Wet van 10 september 1992, houdende nieuwe bepalingen met betrekking tot provincies

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de Provinciewet aan te passen aan de herziene Grondwet en aan de Gemeentewet en in verband daarmee nieuwe bepalingen vast te stellen met betrekking tot de inrichting van provincies, alsmede de samenstelling en bevoegdheid van hun besturen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Titel I. Begripsbepalingen
Artikel 1
  • 1 In deze wet wordt verstaan onder het aantal inwoners van een provincie: het aantal inwoners volgens de door het Centraal Bureau voor de Statistiek openbaar gemaakte bevolkingscijfers per 1 januari.

  • 2 Voor de vaststelling van het inwonertal bedoeld in artikel 8, geldt als peildatum 1 januari van het jaar voorafgaande aan het jaar van de verkiezing van provinciale staten. Het Centraal Bureau voor de Statistiek kan op schriftelijk verzoek van provinciale staten het inwonertal per de eerste dag van de vierde maand voorafgaande aan de maand van kandidaatstelling vaststellen indien aannemelijk is dat een in dat artikel genoemd inwonertal op genoemde datum is overschreden. In dat geval geldt dit tijdstip als peildatum.

Artikel 2

In deze wet wordt verstaan onder ingezetenen: zij die hun werkelijke woonplaats in de provincie hebben.

Artikel 3

Zij die als ingezetene met een adres in een gemeente zijn ingeschreven in de basisregistratie personen, worden voor de toepassing van deze wet, behoudens bewijs van het tegendeel, geacht werkelijke woonplaats te hebben in de provincie waarin die gemeente is gelegen.

Artikel 4

[Vervallen per 01-01-2020]

Artikel 5

In deze wet wordt verstaan onder:

  • a. provinciebestuur: ieder bevoegd orgaan van de provincie;

  • b. Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Titel II. De inrichting en samenstelling van het provinciebestuur
Hoofdstuk I. Algemene bepaling
Artikel 6

In elke provincie zijn er provinciale staten, gedeputeerde staten en een commissaris van de Koning.

Hoofdstuk II. Provinciale staten
Artikel 7

Provinciale staten vertegenwoordigen de gehele bevolking van de provincie.

Artikel 8
  • 1 Provinciale staten bestaan uit:

    39 leden in een provincie beneden de 400 001 inwoners;

    41 leden in een provincie van 400 001 – 500 000 inwoners;

    43 leden in een provincie van 500 001 – 750 000 inwoners;

    45 leden in een provincie van 750 001 – 1 000 000 inwoners;

    47 leden in een provincie van 1 000 001 – 1 250 000 inwoners;

    49 leden in een provincie van 1 250 001 – 1 500 000 inwoners;

    51 leden in een provincie van 1 500 001 – 1 750 000 inwoners;

    53 leden in een provincie van 1 750 001 – 2 000 000 inwoners;

    55 leden in een provincie boven de 2 000 000 inwoners.

  • 2 Vermeerdering of vermindering van het aantal leden van provinciale staten, voortvloeiende uit wijziging van het aantal inwoners van de provincie, treedt eerst in bij de eerstvolgende periodieke verkiezing van de leden van provinciale staten.

Artikel 9

De commissaris van de Koning is voorzitter van provinciale staten.

Artikel 10

Voor het lidmaatschap van provinciale staten is vereist dat men Nederlander en ingezetene van de provincie is, de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt en niet is uitgesloten van het kiesrecht.

Artikel 11
  • 1 De leden van provinciale staten maken openbaar welke andere functies dan het lidmaatschap van provinciale staten zij vervullen.

  • 2 Openbaarmaking geschiedt door terinzagelegging van een opgave van de in het eerste lid bedoelde functies op het provinciehuis.

Artikel 12

Ter vervulling van een tussentijds opengevallen plaats is niet benoembaar tot lid van provinciale staten hij die na de laatstgehouden periodieke verkiezing van de leden van provinciale staten wegens handelen in strijd met artikel 15 van het lidmaatschap van provinciale staten is vervallen verklaard.

Artikel 13
  • 1 Een lid van provinciale staten is niet tevens:

    • a. minister;

    • b. staatssecretaris;

    • c. lid van de Raad van State;

    • d. lid van de Algemene Rekenkamer;

    • e. Nationale ombudsman;

    • f. substituut-ombudsman als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Wet Nationale ombudsman;

    • g. commissaris van de Koning;

    • h. gedeputeerde;

    • i. lid van de rekenkamer;

    • j. ombudsman of lid van de ombudscommissie als bedoeld in artikel 79q, eerste lid;

    • k. ambtenaar, in dienst van die provincie of uit anderen hoofde aan het provinciebestuur ondergeschikt.

  • 2 In afwijking van het eerste lid, aanhef en onder h, kan een lid van provinciale staten tevens gedeputeerde zijn gedurende het tijdvak dat:

    • a. aanvangt op de dag van de stemming voor de verkiezing van de leden van provinciale staten en eindigt op het tijdstip waarop de gedeputeerden ingevolge artikel 41, eerste lid, aftreden, of

    • b. aanvangt op het tijdstip van zijn benoeming tot gedeputeerde en eindigt op het tijdstip waarop de goedkeuring van de geloofsbrief van zijn opvolger als lid van provinciale staten onherroepelijk is geworden of waarop het centraal stembureau heeft beslist dat geen opvolger kan worden benoemd. Hij wordt geacht ontslag te nemen als lid van provinciale staten met ingang van het tijdstip waarop hij zijn benoeming tot gedeputeerde aanvaardt. Artikel X 6 van de Kieswet is van overeenkomstige toepassing.

  • 3 In afwijking van het eerste lid, aanhef en onder k, kan een lid van provinciale staten tevens zijn vrijwilliger of ander persoon die uit hoofde van een wettelijke verplichting niet bij wijze van beroep hulpdiensten verricht.

Artikel 14
  • 1 Alvorens hun functie te kunnen uitoefenen, leggen de leden van provinciale staten in de vergadering, in handen van de voorzitter, de volgende eed (verklaring en belofte) af:

    "Ik zweer (verklaar) dat ik, om tot lid van provinciale staten benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd.

    Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen.

    Ik zweer (beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als lid van provinciale staten naar eer en geweten zal vervullen.

    Zo waarlijk helpe mij God Almachtig!"

    (Dat verklaar en beloof ik!")

  • 2 Wanneer de eed (verklaring en belofte), bedoeld in het eerste lid, in de Friese taal wordt afgelegd, luidt de tekst van de eed (verklaring en belofte) als volgt:

    «Ik swar (ferklearje) dat ik, om ta lid fan provinsjale steaten beneamd te wurden, streekrjocht noch midlik, ûnder wat namme of wat ferlechje ek, hokker jefte of geunst dan ek jûn of ûnthjitten haw.

    Ik swar (ferklearje en ûnthjit) dat ik, om eat yn dit amt te dwaan of te litten, streekrjocht noch midlik hokker geskink of hokker ûnthjit dan ek oannommen haw of oannimme sil.

    Ik swar (ûnthjit) dat ik trou wêze sil oan 'e Grûnwet, dat ik de wetten neikomme sil en dat ik myn plichten as lid fan provinsjale steaten yn alle oprjochtens ferfolje sil.

    Sa wier helpe my God Almachtich!»

    («Dat ferklearje en ûnthjit ik!»).

Artikel 15
  • 1 Een lid van provinciale staten mag niet:

    • a. als advocaat of adviseur in geschillen werkzaam zijn ten behoeve van de provincie of het provinciebestuur dan wel ten behoeve van de wederpartij van de provincie of het provinciebestuur;

    • b. als gemachtigde in geschillen werkzaam zijn ten behoeve van de wederpartij van de provincie of het provinciebestuur;

    • c. als vertegenwoordiger of adviseur werkzaam zijn ten behoeve van derden tot het met de provincie aangaan van:

      • 1e. overeenkomsten als bedoeld in onderdeel d;

      • 2e. overeenkomsten tot het leveren van onroerende zaken aan de provincie;

    • d. rechtstreeks of middellijk een overeenkomst aangaan betreffende:

      • 1e. het aannemen van werk ten behoeve van de provincie;

      • 2e. het buiten dienstbetrekking tegen beloning verrichten van werkzaamheden ten behoeve van de provincie;

      • 3e. het leveren van roerende zaken anders dan om niet aan de provincie;

      • 4e. het verhuren van roerende zaken aan de provincie;

      • 5e. het verwerven van betwiste vorderingen ten laste van de provincie;

      • 6e. het van de provincie onderhands verwerven van onroerende zaken of beperkte rechten waaraan deze zijn onderworpen;

      • 7e. het onderhands huren of pachten van de provincie.

  • 2 Van het eerste lid, aanhef en onder d, kan Onze Minister ontheffing verlenen.

  • 3 Provinciale staten stellen voor hun leden een gedragscode vast.

Artikel 16

Provinciale staten stellen een reglement van orde voor hun vergaderingen en andere werkzaamheden vast.

Artikel 17
  • 1 Provinciale staten vergaderen zo vaak als zij daartoe hebben besloten.

  • 2 Voorts vergaderen zij indien de commissaris van de Koning het nodig oordeelt of indien ten minste een vijfde van het aantal leden waaruit provinciale staten bestaan schriftelijk, met opgave van redenen, daarom verzoekt.

Artikel 18

Provinciale staten vergaderen na de periodieke verkiezing van hun leden voor de eerste maal in nieuwe samenstelling op de dag met ingang waarvan de leden van provinciale staten in oude samenstelling aftreden.

Artikel 19
  • 1 De commissaris roept de leden schriftelijk tot de vergadering op.

  • 2 Tegelijkertijd met de oproeping brengt de commissaris dag, tijdstip en plaats van de vergadering ter openbare kennis. De agenda en de daarbij behorende voorstellen met uitzondering van de in artikel 25, tweede lid, bedoelde stukken worden tegelijkertijd met de oproeping en op een bij de openbare kennisgeving aan te geven wijze ter inzage gelegd.

Artikel 20
  • 1 De vergadering van provinciale...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT