Besluit van 9 juni 2011 tot wijziging van het Speelautomatenbesluit 2000 in verband met de wijziging van enkele voorwaarden voor de toelating van een model speelautomaat

 
INDEX
GRATIS UITTREKSEL

Besluit van 9 juni 2011 tot wijziging van het Speelautomatenbesluit 2000 in verband met de wijziging van enkele voorwaarden voor de toelating van een model speelautomaat

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Op de voordracht van Onze Minister van Justitie van 23 september 2010, nr. 5668755/10/6; Gelet op artikel 30n, tweede en derde lid, van de Wet op de kansspelen; De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 23 december 2010, nr. W03.10.0497/II); Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van 1 juni 2011, nr. 5698573/11/6; Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I

Het Speelautomatenbesluit 2000 wordt gewijzigd als volgt: A Artikel 1, onder g, komt te luiden: g. Onze Minister:

Onze Minister van Veiligheid en Justitie; B In artikel 5, eerste lid, wordt «krachtens artikel 5, vierde lid, van de Drank- en horecawet» vervangen door: krachtens artikel 8, vijfde lid, van de Drank- en horecawet. C Artikel 12 wordt gewijzigd als volgt: 1. Het eerste lid, onder d, komt te luiden: d. de inworp slechts gedaan kan worden in de vorm van in Nederland geldige munten en bankbiljetten van ten hoogste € 50; 2. Het eerste lid, onder j, komt te luiden: j. de uitbetaling slechts kan plaatsvinden in de vorm van in Nederland geldige munten en bankbiljetten, hetzij door middel van een uitbetalingsmechanisme, hetzij door inschakeling van het personeel van de inrichting via een door de kansspelautomaat afgegeven tegoedbon waarop ten minste duidelijk vermeld staat het bedrag en de omstandigheden van de uitbetaling en een tekst die waarschuwt tegen kansspelverslaving; 3. In het eerste lid, onder p en w, wordt «gedurende welke de automaat niet bespeelbaar is en geen inworp mogelijk is» vervangen door: gedurende welke op die spelersplaats geen verdere inworp mogelijk is en geen nieuw basisspel of vervolgspel gestart kan worden. 4. Het eerste lid, onder dd, komt te luiden: dd. na inworp van een bankbiljet een bij ministeriële regeling te bepalen wachttijd volgt, gedurende welke op die spelersplaats geen verdere inworp mogelijk is en geen nieuw basisspel of vervolgspel gestart kan worden; 5. Aan het eerste lid wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel hh door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende: ii. inworp van bankbiljetten niet mogelijk is indien het tegoed op de kredietmeter hoger is dan een bij ministeriële regeling te bepalen bedrag. 6. Het derde lid komt te luiden: 3. In afwijking van het eerste lid, onder h, m, n, p, q, u, z, aa en ff, wordt het model van de kansspelautomaat, indien het een model betreft waarvan het uitkeringspercentage als bedoeld in het eerste lid, onder f, ten minste 70% en het uurverlies, bedoeld in het eerste lid, onder g, ten hoogste € 30 bedraagt, zodanig geconstrueerd dat: a. de tijd die verstrijkt tussen de start van het basisspel en het moment waarop het volgende basisspel gestart kan worden, ten minste drie seconden bedraagt; b. de som van de waarde aan prijzen, die in één spel gewonnen kan worden en de volgens statistische methoden gewaardeerde kansen op prijzen die in datzelfde spel ontstaan, maar slechts benut kunnen worden in latere spellen, niet meer kan bedragen dan 300 maal de inzet van het basisspel; c. per spel niet meer uitgekeerd kan worden aan prijzen dan een waarde van 300 maal de inzet van het basisspel; d. indien op enig moment in het spel een prijs van 300 maal de inzet van het basisspel wordt behaald, meteen automatische uitbetaling van de behaalde prijs volgt, alsmede een wachttijd van ten minste 15 seconden nadat de uitbetaling heeft plaatsgevonden, gedurende welke op die spelersplaats geen verdere inworp mogelijk is en geen nieuw basisspel of vervolgspel gestart kan worden; e. indien op enig moment in het spel een prijs wordt behaald waardoor de totale waarde van de onderbroken spellen 300 maal de inzet van het basisspel of meer bedraagt, meteen automatische uitbetaling volgt van een zodanig bedrag dat de totale waarde van de onderbroken spellen wordt teruggebracht tot minder dan 300 maal de inzet van het basisspel; f. indien een winbank aanwezig is en deze een waarde van € 60 of meer bereikt, de waarde van de gehele winbank meteen automatisch wordt uitbetaald; g. wanneer een basisspel gestart wordt, de som van de waarde van de te innen prijzen en de volgens statistische methoden gewaardeerde kansen op prijzen niet meer kan bedragen dan 300 maal de inzet van het basisspel, de waarde van de kredietmeter en de winbank daaronder niet begrepen; h. bij simultaan afspelen van onderbroken spellen, per handeling een prijs behaald kan worden van maximaal 300 maal de inzet van het basisspel waarbij per handeling de som van de waarde van de te innen prijzen en de volgens statistische methoden gewaardeerde kansen op prijzen niet meer kan bedragen dan 300 maal de inzet van het basisspel; en i. presentatie of suggestie van spelresultaten hoger dan 300 maal de inzet van het basisspel niet mogelijk is. 7. Er wordt een lid toegevoegd, luidende: 4. Onze Minister kan nadere regels stellen over de in het eerste tot en met derde lid genoemde onderwerpen. D Artikel 13 wordt gewijzigd als volgt: 1. Het eerste lid, onder d, komt te luiden: d. de inworp slechts gedaan kan worden in de vorm van in Nederland geldige munten en bankbiljetten van ten hoogste € 50; 2. Het eerste lid, onder j, komt te luiden: j. de uitbetaling slechts kan plaatsvinden in de vorm van in Nederland geldige munten en bankbiljetten, hetzij door middel van een uitbetalingsmechanisme hetzij door inschakeling van het personeel van de inrichting; 3. Aan het eerste lid worden, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel ee door een puntkomma, worden twee onderdelen toegevoegd, luidende: ff. na inworp van een bankbiljet een bij ministeriële regeling te bepalen wachttijd volgt, gedurende welke op die spelersplaats geen verdere inworp mogelijk is en geen nieuw basisspel of vervolgspel gestart kan worden; en gg. inworp van bankbiljetten niet mogelijk is indien het tegoed op de kredietmeter hoger is dan een bij ministeriële regeling te bepalen bedrag. 4. Het vijfde lid komt te luiden: 5. In afwijking van het eerste lid, onder m, q en r, wordt het model van de kansspelautomaat, indien het een model betreft waarvan het uitkeringspercentage, bedoeld in het eerste lid, onder f, ten minste 70% en het uurverlies, bedoeld in het eerste lid, onder g, ten hoogste € 30 bedraagt, en het geen automaat betreft waarop meerdere spelers tegelijk een spel kunnen spelen met als basis een centraal toevalsproces als bedoeld in het tweede lid, zodanig geconstrueerd dat: a. de som van de waarde aan prijzen, die in één spel gewonnen kan worden en de volgens statistische methoden gewaardeerde kansen op prijzen die in datzelfde spel ontstaan, maar slechts benut kunnen worden in latere spellen, niet meer kan bedragen dan 400 maal de inzet van het basisspel; b. bij simultaan afspelen van onderbroken spellen, per handeling een prijs behaald kan worden van maximaal 400 maal de inzet van het basisspel waarbij per handeling de som van de waarde van de te innen prijzen en de volgens statistische methoden gewaardeerde kansen op prijzen niet meer kan bedragen dan 400 maal de inzet van het basisspel; c. per spel niet meer uitgekeerd kan worden aan prijzen dan een waarde van 400 maal de inzet van het basisspel. 5. Er wordt een lid toegevoegd, luidende: 6. Onze Minister kan nadere regels stellen over de in het eerste tot en met vijfde lid genoemde onderwerpen. E Artikel 14 wordt gewijzigd als volgt: 1. Het tweede lid komt te luiden: 2. Onze Minister kan aan de houder van een aanwezigheidsvergunning voor speelautomaten in een speelautomatenhal ontheffing verlenen van het vereiste van artikel 12, eerste lid, onder d en j, en artikel 13, eerste lid, onder d en j, indien deze ten genoegen van Onze Minister aantoont dat de door hem in de speelautomatenhal gehanteerde centrale inworp- en uitbetalingssystemen een betrouwbare afhandeling van inworp en uitbetaling garanderen. 2. Er worden twee leden toegevoegd, luidende: 3. Onze Minister kan aan de ontheffingen, bedoeld in het eerste en tweede lid, voorschriften verbinden, waaronder het voorschrift dat het centrale inworp- en uitbetalingssysteem in ieder geval zodanig functioneert dat: a. na inworp een bij ministeriële regeling te bepalen wachttijd volgt, gedurende welke op die spelersplaats geen verdere inworp mogelijk is en geen nieuw basisspel of vervolgspel gestart kan worden; b. een maximum kan worden gesteld aan de hoogte van het tegoed op de kredietmeter waarbij nog inworp mogelijk is; c. een maximum kan worden gesteld aan de hoogte van het spelerstegoed; d. de speler tijdens openingstijden te allen tijde het tegoed kan laten uitbetalen. 4. De mechanische, elektrische en elektronische processen die gepaard gaan met een centraal inworp- en uitbetalingsmechanisme zijn onderworpen aan een voorafgaande goedkeuring en periodiek controle door een door Onze Minister aan te wijzen onafhankelijke deskundige of keuringsinstelling.

ARTIKEL II

Dit besluit treedt in werking op 1 juli 2011.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.histnoot ’s-Gravenhage, 9 juni 2011 Beatrix De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, F. Teeven

Uitgegeven de eenentwintigste juni 2011 De Minister van Veiligheid en Justitie, I. W. Opstelten

NOTA VAN TOELICHTING

  1. Inleiding en samenvatting

    Met ingang van 1 juli 2008 is de Wet op de kansspelbelasting gewijzigd en wordt kansspelbelasting geheven op (de opbrengst van) kansspelautomaten. De speelautomatenbranche heeft aangegeven zwaar getroffen te zijn door deze wijziging, mede omdat deze samenvalt met de zich toen manifesterende algehele economische achteruitgang. Bij wijze van tegemoetkoming heeft de toenmalige...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT