Spoedreparatiewet herziening tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen

 
INDEX
GRATIS UITTREKSEL

Wet van 24 juni 2020 tot wijziging van het Wetboek van Strafvordering en enkele andere wetten in verband met het doorvoeren van enkele noodzakelijke reparaties en andere kleine wijzigingen (Spoedreparatiewet herziening tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen)

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is het Wetboek van Strafvordering, het Wetboek van Strafrecht en enkele andere wetten te wijzigen in verband met het doorvoeren van enkele noodzakelijke reparaties en andere wijzigingen; Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

Het Wetboek van Strafvordering wordt als volgt gewijzigd:AIn artikel 36e, tweede lid, onder b, wordt «uitgereikt aan het openbaar ministerie» vervangen door «uitgereikt aan de autoriteit van welke zij is uitgegaan» en wordt «de uitreiking aan het openbaar ministerie» vervangen door «deze uitreiking». BIn artikel 36g, tweede lid, vervalt «of het elektronisch adres, bedoeld in artikel 27a, derde lid,». CIn artikel 36l wordt «uitgereikt aan het openbaar ministerie» vervangen door «uitgereikt aan de autoriteit van welke zij is uitgegaan» en wordt «Het openbaar ministerie zendt» vervangen door «Deze autoriteit zendt». DArtikel 84 vervalt.DaNa artikel 500 worden drie artikelen ingevoegd, luidende:

Artikel 501

In geval van hoger beroep bij het gerechtshof of bij de rechtbank zijn de artikelen 495a tot en met 498 van overeenkomstige toepassing.

Artikel 502
  1. Indien de verdachte die de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt, een raadsman heeft, komen alle bevoegdheden, hem in dit wetboek of in het Wetboek van Strafrecht toegekend, eveneens toe aan zijn raadsman. 2. Tegen het instellen, intrekken of afstand doen door de raadsman van enig rechtsmiddel kan, in het geval van het eerste lid, de verdachte of diens wettelijke vertegenwoordiger binnen drie dagen nadat de termijn voor het instellen daarvan is verstreken, een bezwaarschrift indienen bij de voorzitter van het gerecht in feitelijke aanleg, voor hetwelk de zaak wordt vervolgd of het laatst is vervolgd. De voorzitter beslist ten spoedigste. De verdachte, diens wettelijke vertegenwoordiger alsmede de raadsman worden gehoord, althans, op de wijze door de voorzitter te bepalen, opgeroepen. Indien het bezwaarschrift gegrond wordt bevonden, loopt de termijn voor het instellen of intrekken van het rechtsmiddel alsnog gedurende drie dagen.

Artikel 503
  1. Voor zover niet anders is bepaald, worden alle dagvaardingen, oproepingen, kennisgevingen, aanzeggingen of andere schriftelijke mededelingen aan de minderjarige verdachte of veroordeelde tevens ter kennis gebracht van zijn ouders of voogd, alsmede van zijn raadsman. 2. Alle dagvaardingen, oproepingen, kennisgevingen, aanzeggingen of andere mededelingen aan ouders of voogd vinden enkel plaats indien deze een bekende verblijfplaats binnen Nederland hebben. Aan samenwonende ouders wordt slechts één stuk uitgereikt. EIn artikel 509d wordt «de artikelen 14a,490, derde lid, 493, 495a tot en met 497 en 6:6:37, vierde en vijfde lid» vervangen door «de artikelen 14a, 490, derde lid, 493, 495a tot en met 497 en 503». FArtikel 539, eerste lid, eerste volzin, komt te luiden: Indien na herziening ingevolge het Derde Boek, Titel VIII, Eerste Afdeling, de onherroepelijke uitspraak is vernietigd en geen straf of maatregel is opgelegd, wordt, op verzoek van de gewezen verdachte of van zijn erfgenamen, wat betreft de ondergane straf of vrijheidsbenemende maatregel een schadevergoeding toegekend. GAan artikel 6:1:19, eerste lid, wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel e door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende: f. de ter beschikking gestelde waarvan de verpleging van overheidswege voorwaardelijk is beëindigd langer dan een week achtereen ongeoorloofd afwezig is uit de instelling waarin hij krachtens de voorwaarde is opgenomen. HAan artikel 6:1:23 wordt een artikellid toegevoegd, luidende:8. De tenuitvoerleggingstermijn loopt ten aanzien van geldsommen, tot betaling waarvan de veroordeelde op grond van een vonnis, arrest of strafbeschikking verplicht is, niet gedurende de tijd dat op grond van artikel 5 van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening een afkoelingsperiode is afgekondigd voor de veroordeelde. INa artikel 6:2:13 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 6

2:13a.

Deze titel is niet van toepassing op een persoon ten aanzien van wie recht is gedaan overeenkomstig de artikelen 77g tot en met 77gg van het Wetboek van Strafrecht. JIn artikel 6:4:2, vierde lid, wordt «nadat de veroordeelde reeds in verzuim was» vervangen door «nadat de veroordeelde niet verwijtbaar in verzuim was». KIn artikel 6:4:5, derde lid, wordt «de officier van justitie» vervangen door «Onze Minister». LIn artikel 6:4:12, eerste lid, onder c, wordt «gebruik» vervangen door «gebruiker».MIn artikel 6:6:1, zevende lid, onder b, onder 1°, wordt na «een jaar of meer» ingevoegd «, dan wel een half jaar of meer in geval van een jeugdige». NArtikel 6:6:3 wordt als volgt gewijzigd:1. In het tweede lid wordt «indien daarvan sprake is» vervangen door «indien daartoe aanleiding is». 2. In het zesde lid wordt «de artikelen 495b tot en met 498, 6:6:37, vierde en vijfde lid» vervangen door «de artikelen 495b tot en met 498 en 503». OIn artikel 6:6:4, vierde lid, wordt «325 tot en met 327a, 330» vervangen door «325 tot en met 330». PArtikel 6:6:10 wordt als volgt gewijzigd:1. In het eerste lid vervalt onderdeel f, onder verlettering van onderdeel g tot onderdeel f, en de volzin na onderdeel f (nieuw). 2. In het tweede lid wordt «De artikelen 38, tweede lid, en 38a van het Wetboek van Strafrecht» vervangen door «De artikelen 38, tweede en vijfde lid, en 38a van het Wetboek van Strafrecht». 3. In het derde lid wordt «wordt de verpleging van overheidswege voorwaardelijk beëindigd» vervangen door «kan de rechter de verpleging van...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT