Uitspraak Nº 02-984812-11. Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 2018-02-20

Datum uitspraak:20 februari 2018
Uitgevende instantie::Rechtbank Zeeland-West-Brabant
 
GRATIS UITTREKSEL
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

parketnummer: 02/984812-11

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 20 februari 2018

in de strafzaak tegen

[Verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1983 te [geboorteplaats] ,

wonende te [straatnaam 1] , [woonplaats] ,

bijgestaan door mr. B. Nooitgedagt en mr. D. Bektesevic, advocaten te Amsterdam.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zittingen van 30 oktober 2017, 13 november 2017, 16 november 2017, 6 december 2017, 22 januari 2018 en 6 februari 2018, waarbij de officieren van justitie, mr. Lemstra en mr. Jansen, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering. Verdachte staat, met inachtneming hiervan, terecht ter zake dat

feit 1

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 24 januari 2012 te Tilburg en/of Rijen, gemeente Gilze-Rijen en/of 's-Hertogenbosch en/of Beneden-Leeuwen, gemeente West Maas en Waal, in elk geval in Nederland tezamen en in vereniging met anderen, althans een ander, in de uitoefening van een beroep of bedrijf (telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad in meerdere panden in Nederland grote aantallen hennepplanten en/of delen daarvan en/of grote hoeveelheden hennep, te weten (onder andere):

- ( in een pand gelegen aan de [straatnaam 2] te Tilburg) een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan (zaaksdossier Bosuil) en/of

- ( in een pand gelegen aan de [straatnaam 3] te 's-Hertogenbosch) 321, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan (zaaksdossier Buizerd) en/of

- ( in een pand gelegen aan het [straatnaam 1] 49 te Tilburg) 27,4 kilo, althans een grote hoeveelheid, hennep en/of delen daarvan (zaaksdossier Eekhoorn) en/of

- ( in een pand gelegen aan de [straatnaam 4] te Beneden-Leeuwen, gemeente West Maas en Waal) (in totaal) 1588, althans een groot aantal, hennepplanten en/of delen daarvan (zaaksdossier Leeuw) en/of

- ( in een pand gelegen aan het [straatnaam 5] te Tilburg) een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan (zaaksdossier Mus) en/of

- ( in een pand gelegen aan de [straatnaam 6] te Gorinchem) een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan (zaaksdossier Valk)

in elk geval (telkens) (een) hoeveelhe(i)d(en) van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

feit 2

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode 1 januari 2011 tot en met 24 januari 2012 te Tilburg, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, althans een ander, (telkens) opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad, (een) (grote) hoeveelhe(i)d(en), in elk geval (een) hoeveelhe(i)d(en) van meer dan 30 gram, van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, danwel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a

van die wet;

(zaaksdossiers Jaguar en Adder)

feit 3

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 24 januari 2012 te Waalwijk en/of Tilburg en/of Drunen en/of elders in Nederland heeft deelgenomen aan een organisatie, te weten een samenwerkingsverband van een aantal natuurlijke personen, waartoe onder meer behoorden [medeverdachte 1] (geb. [geboortedag medeverdachte 1] -1980) en/of [medeverdachte 2] (geb. [geboortedag medeverdachte 2] -1961) en/of [medeverdachte 3] (geb. [geboortedag medeverdachte 3] -1982) en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 5] en/of [medeverdachte 6] en/of een of meer andere personen, welke organisatie het oogmerk had het plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 11, derde en/of vijfde lid van de Opiumwet, namelijk het (in de uitoefening van een beroep of bedrijf) opzettelijk

- telen en/of bereiden en/of bewerken en/of verwerken van hennep en/of

- verkopen en/of af leveren en/of verstrekken en/of vervoeren van hennep en/of

- aanwezig hebben van grote hoeveelheden hennep,

zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet,

aan welke organisatie verdachte leiding heeft gegeven;

(zaakdossier Sepia)

feit 4

A.

hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2007 tot en met 24 januari 2012, te Tilburg althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) van een voorwerp, te weten een of meer geldbedragen (in totaal ongeveer 550.000 euro), de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats,

de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld, althans heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op een voorwerp, was of wie bovenomschreven voorwerp, te weten een of meer geldbedragen (in totaal ongeveer 550.000 euro), voorhanden had, terwijl hij wist dat dat voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf, immers heeft verdachte en/of zijn mededader(s) zogenaamde (valse) leningsovereenkomst(en) opgesteld en aldus een legale herkomst aan genoemde geldbedragen heeft/hebben gegeven;

en/of

B.

hij op of omstreeks 24 juni 2011 in de gemeente Haarlemmermeer, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), in elk geval alleen, een of meer voorwerp(en), te weten een geldbedrag van ongeveer 33.800,- euro heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of omgezet, althans van bovengenoemde(e) voorwerp(en) gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden dat bovenomschreven voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf;

(zaaksdossiers Withoen en Meeuw)

feit 5

hij op of omstreeks 24 januari 2012 te Tilburg tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 5 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De ontvankelijkheid van de officier van justitie

Gang van zaken uitlevering

De verdediging heeft niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie bepleit, omdat de vereiste stukken voor de uitlevering vanuit Oekraïne ontbreken, wat een schending is van het Europees Verdrag betreffende uitlevering uit 1957 (Europees Uitleveringsverdrag). Daartoe is aangevoerd dat de stukken (in het Russisch) aan verdachte zijn overhandigd en met hem zijn meegekomen vanuit Oekraïne, maar dat deze niet via de verdragsrechtelijke weg aan de Nederlandse autoriteiten zijn overhandigd. Daardoor is de authenticiteit en juistheid van deze stukken niet controleerbaar en toetsbaar, zodat niet kan worden vastgesteld of de uitlevering door (de bevoegde autoriteiten van) Oekraïne is toegestaan en onder welke voorwaarden. Hierdoor kan ook niet worden getoetst aan het specialiteitsbeginsel, zodat het ervoor moet worden gehouden dat vervolging voor alle feiten op de tenlastelegging in strijd is met het specialiteitsbeginsel.

De officieren van justitie bestrijden dat de vereiste stukken ontbreken. Uit de stukken blijkt dat is voldaan aan de eisen van het Europees Uitleveringsverdrag en dat dit controleerbaar en toetsbaar is. De stukken zijn met verdachte meegekomen uit Oekraïne en uit de stempels etc. blijkt dat deze afkomstig zijn van de Oekraïense autoriteiten.

In het dossier (RHD-dossier, 1e aanvulling) bevinden zich diverse stukken in het Russisch, die blijkens de vertalingen betrekking hebben op de (procedure tot) uitlevering van verdachte, en zijn voorzien van stempels en handtekeningen van de Oekraïense autoriteiten. Dit betreft onder andere een beslissing van het Borispil stadsregiogerechtshof in de Kiev-regio van 15 februari 2012, een beslissing van 7 maart 2012 van de Sjevtsjenkivski arrondissementsrechtbank in de stad Kiev en een bevel tot uitlevering van 30 maart 2012 aan Nederland door de plaatsvervangend hoofdofficier van justitie in de regio Kiev. Verder bevat het dossier een brief, gedateerd 19 april 2012, in het Russisch met een Engelse vertaling, van de ‘Prosecutor General of Ukraine’ aan het ‘Ministry of Security and Justice’ van het ‘Kingdom of Netherlands’ waarin wordt meegedeeld dat is besloten om verdachte uit te leveren, met het verzoek hem over te nemen voor 30 mei 2012. Blijkens de afdruk onderaan deze brief is deze op 20 april 2012 per fax verzonden.

De enkele omstandigheid dat deze stukken voor het merendeel niet via een schriftelijke weg naar Nederland zijn gekomen, maar met verdachte zijn meegegeven bij zijn feitelijke uitlevering, is onvoldoende reden om te twijfelen aan de authenticiteit daarvan. Uit deze documenten blijkt voldoende op welke wijze het Nederlandse uitleveringsverzoek door de Oekraïense autoriteiten is behandeld én dat de uitlevering door de daartoe bevoegde Oekraïense autoriteiten is toegestaan voor vervolging voor de in het uitleveringsverzoek vermelde feiten. Anders dan de verdediging stelt, is toetsing aan het specialiteitsbeginsel dus wel degelijk mogelijk. Dit verweer wordt dan ook verworpen.

Specialiteitsbeginsel

De officieren van justitie en de verdediging stellen beide dat de officier van justitie niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vervolging voor feit 5 (voorhanden hebben van cocaïne) wegens strijd...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT