Uitspraak Nº 03/005507-97. Rechtbank Limburg, 2020-07-27

Datum uitspraak:2020/07/27
Uitgevende instantie::Rechtbank Limburg
 
GRATIS UITTREKSEL
RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond

Strafrecht

Parketnummer : 03/005507-97 (vordering verlenging TBS)

Datum uitspraak : 27 juli 2020

Tegenspraak

Beslissing van de meervoudige kamer op een vordering van het openbaar ministerie in het arrondissement Limburg.

De op 3 maart 2020 ter griffie van de rechtbank ingekomen vordering strekt tot verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling van

[verdachte]

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1959,

thans verblijvende in [locatie] ,

hierna te noemen: [verdachte] .

Raadsman is mr. S.O. Roosjen, advocaat kantoorhoudende te Groningen.

1 De stukken

In het dossier bevinden zich onder andere:

- de vordering van de officier van justitie d.d. 3 maart 2020, ingekomen ter griffie van de rechtbank op 3 maart 2020;

  • -

    het verlengingsadvies d.d. 14 februari 2020 van [behandelaar 1] , hoofd van de instelling, [behandelaar 2] regiebehandelaar/psychotherapeut en drs. [behandelaar 3] , psychiater, allen verbonden aan Trajectum;

  • -

    het observatieonderzoek van november 2019 ondertekend namens het behandelteam door drs. [behandelaar 4] , hoofd behandeling en drs. [behandelaar 5] , adjunct directeur behandeling en zorg en plaatsvervangend hoofd van de instelling, beiden verbonden aan Forensisch Psychiatrisch Centrum De Rooyse Wissel;

  • -

    de omtrent [verdachte] bijgehouden wettelijke aantekeningen over de periode van week 47 van 2018 tot en met week 21 van 2019;

  • -

    de omtrent [verdachte] bijgehouden wettelijke aantekeningen over de periode van week 21 van 2019 tot en met week 3 van 2020;

  • -

    het proces-verbaal van de raadkamerzitting van deze rechtbank d.d. 14 april 2020;

  • -

    de beslissing van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden d.d. 5 september 2019

– gewezen op het beroep ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Limburg van

23 april 2019 – waarbij de terbeschikkingstelling met een termijn van één jaar is verlengd en het verzoek tot het doen onderzoeken van de mogelijkheden van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege is afgewezen;

  • -

    de beslissing van deze rechtbank d.d. 23 april 2019 waarbij de maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege met twee jaar is verlengd;

  • -

    het extract vonnis van de toenmalige rechtbank Maastricht van 1 april 1998.

De vordering van de officier van justitie houdt in dat de rechtbank de termijn van terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege zal verlengen voor de duur van twee jaar.

2 De procesgang

Bij vonnis van de (toenmalige) rechtbank Maastricht d.d. 1 april 1998 is [verdachte] ter beschikking gesteld. De terbeschikkingstelling is toegepast ter zake van:

  • -

    met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd;

  • -

    ontucht plegen met zijn minderjarig kind, meermalen gepleegd en

  • -

    verkrachting, terwijl de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen het opleggen van die maatregel eiste.

De hiervoor genoemde delicten betreffen misdrijven die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.

De termijn van de terbeschikkingstelling is gaan lopen op 16 april 1998.

De terbeschikkingstelling is voor het laatst bij beslissing van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 5 september 2019 met één jaar verlengd.

De vordering van de officier van justitie stond in eerste instantie gepland voor behandeling op 14 april 2020. De inhoudelijke behandeling heeft toen vanwege de maatregelen in verband met het Coronavirus niet kunnen plaatsvinden. De behandeling is op die datum aangehouden. De vordering is vervolgens behandeld ter openbare zitting van deze rechtbank van 13 juli 2020. Ter zitting zijn...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT