Uitspraak Nº 03.019142.19. Rechtbank Limburg, 2020-07-28

Datum uitspraak:2020/07/28
Uitgevende instantie::Rechtbank Limburg
 
GRATIS UITTREKSEL

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond

Strafrecht

Parketnummer: 03.019142.19

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige strafkamer d.d. 30 juli 2020

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboortedatum en plaats] 1998,

wonende te [adres 1] .

De verdachte wordt bijgestaan door mr. G.J. Woodrow, advocaat kantoorhoudende te Tilburg.

1. Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 16 juli 2020. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:

Feit 1: op 28 november 2018 een diefstal in vereniging heeft gepleegd door goederen weg te nemen die toebehoren aan [slachtoffer 1] ;

Feit 2: op 21 december 2018 samen met een ander of anderen [slachtoffer 2] heeft afgeperst door hem (onder bedreiging) met geweld te dwingen tot afgifte van onder meer een sleutel;

Feit 3: op 25 december 2018 samen met een ander of anderen een diefstal met geweld dan wel met bedreiging met geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 3] en/of op 25 december 2018 samen met een ander of anderen [slachtoffer 3] heeft afgeperst door hem (onder bedreiging) met geweld te dwingen tot afgifte van € 1.500,-;

Feit 4: op 24 november 2018 samen met een ander of anderen [slachtoffer 4] heeft afgeperst door hem (onder bedreiging) met geweld te dwingen tot afgifte van onder meer een hoeveelheid geld;

Feit 6: op 24 november 2018 samen met een ander of anderen een diefstal met geweld dan wel met bedreiging met geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 4] .

Feit 7: op 24 november 2018 opzettelijk samen met een ander of anderen 2 tanks lachgas heeft verduisterd;

Feit 8: op 29 december 2018 samen met een ander of anderen [slachtoffer 5] heeft afgeperst door hem (onder bedreiging) met geweld te dwingen tot afgifte van een portemonnee met geld en/of een mobiele telefoon;

Feit 9: in de periode van 1 december 2017 tot en met 23 december 2017 samen met een ander of anderen [slachtoffer 6] heeft afgeperst door hem (onder bedreiging) met geweld te dwingen tot afgifte van een mobiele telefoon en/of € 300,-;

Feit 10: meermalen in de periode van 21 december 2018 tot en met 18 januari 2019 samen met een ander of anderen geld heeft weggenomen door middel van een valse sleutel, te weten een bank/pinpas met de daarbij behorende pincode.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de tenlastegelegde feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden verklaard.

3.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft bewijsverweren gevoerd en stelt zich op het standpunt dat de verdachte van de tenlastegelegde feiten 2 t/m 4, 6 en 8 t/m 10 dient te worden vrijgesproken, als verwoord in het schriftelijk pleidooi. De verdediging refereert zich aan het oordeel van de rechtbank ten aanzien van de tenlastegelegde feiten onder 1 en 7.

3.3 Het oordeel van de rechtbank

Feit 1

De rechtbank acht het tenlastegelegde bewezen. De rechtbank zal, gelet op de omstandigheid dat de verdachte het tenlastegelegde heeft bekend het feit te hebben begaan en er geen vrijspraak is bepleit, met toepassing van artikel 359, derde lid, laatste volzin, van het Wetboek van Strafvordering, volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen:

- de verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 16 juli 2020;

- het proces-verbaal van aangifte d.d. 29 november 2018, doorgenummerde dossierpagina’s 349 t/m 350;

- het proces-verbaal van bevindingen d.d. 2 januari 2019, doorgenummerde dossierpagina’s 351 t/m 352;

- het proces-verbaal van bevindingen d.d. 2 januari 2019, doorgenummerde dossierpagina’s 360 t/m 362.

Feit 2

In het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] staat het volgende gerelateerd.

Op 21 december 2018 om 20.00 uur was ik samen met [naam 1] . Wij hadden afgesproken met [verdachte] omdat ik nog geld terug zou krijgen. [naam 1] had contact met [verdachte] via WhatsApp en zo spraken ze een locatie af. Deze locatie was voor frietkraam [naam 2] op de [adres 2] te Venlo. Wij zagen aan de overzijde van de voornoemde frietkraam een auto staan [..]. Wij schudden de hand van [verdachte] en de onbekende jongen (bestuurder). Ik ben vervolgens alleen in de auto gestapt. De auto waar het om gaat betreft een Mercedes A-klasse, lichtgrijs van kleur, nieuwste type, Nederlands kenteken, het betrof een huurauto van Sixt. Dit laatste werd mij door die jongens verteld. We reden weg richting de binnenstad van Venlo. Ter hoogte van het Valuas college wisselde ze van bestuurder. [verdachte] ging nu rijden en die onbekende jongen zat erlangs als bijrijder. Wij reden richting Horst. Toen we net op de A73 richting Horst reden vroeg de onbekende jongen of hij mijn telefoon ook nog mocht bekijken. Ik zag dat hij vervolgens de ING bank app opende. Die onbekende jongen vroeg mij toen de inlogcode. Ik vroeg waarom ze deze wilde hebben. Die jongen verhief toen zijn stem en zei dat ik dat wachtwoord moest geven. Ik zei nog steeds 'waarom moet je die hebben, geef mijn telefoon terug'. Ik zat op de achterbank, in het midden, en hing een beetje naar voren tussen de twee voorste stoelen in. De jongen draaide zich vervolgens om en sloeg mij met kracht, met zijn rechter vuist op de linkerkant van mijn gezicht en zei dat ik de inlog moest geven. Ik ervaarde hierdoor pijn. Ik was oprecht bang. Ik heb mijn inlog, 30090 gegeven aan die jongen. We kwamen vervolgens in een woonwijk en stopte bij een woning. Uit die woning kwam een jongen, de nader te noemen Horst jongen. Die jongen stapte vervolgens naast mij in. Hij vroeg in de auto meteen 'en wie ben jij'. De Horst jongen begon te schreeuwen tegen de andere jongens en meteen daarop begon hij mij te slaan. Hij sloeg met volle kracht, met zijn vuisten tegen mij aan. Hij sloeg hard tegen mij lichaam en richting mijn hoofd. Ik botste, door de kracht waar hij mee sloeg, met mijn linkeroor tegen de raam aan. Ik ervaarde hierdoor veel pijn. Hij bleef even doorslaan. De onbekende jongen (bijrijder) begon weer over de ING app. Hij kreeg niet te zien wat hij wilde zien. Hierop begon die Horst jongen mij weer met volle kracht, met vuisten te slaan. De Horst jongen zei tegen mij dat ik mijn bankpas en creditcard moest geven. De creditcard is van mijn moeder, maar deze kun je wel in de app zien. Ik zei dat ik deze niet bij me had. Die Horst jongen flipte toen weer uit. Hij begon weer met volle kracht met zijn vuisten tegen mij aan te slaan. Hij sloeg zo hard dat mijn muts van mijn hoofd af ging en deze gooide hij door de auto. Hij stopte met slaan toen de jongen voorin zei ' hij heeft die niet, laat hem met rust'. Ze vroegen aan mij waar de creditcard was. Ik zei dat die thuis lag, bij mijn moeder. Ze vroegen toen of er iemand bij mij thuis was. Ik zei dat er niemand thuis was. Hun zeiden dat we naar mijn huis zouden rijden om die te halen. De Horst jongen stapte in als bijrijder. De onbekende jongen stapte in als bestuurder en [verdachte] stapte achterin, naast mij. Ik zei vervolgens dat mijn pinpas in mijn scooter lag en dat deze in de stad in Venlo stond. Die Horst jongen begon weer te flippen en met kracht tegen mij aan te slaan. Vanuit deze parkeerplaats reden we terug richting Venlo. Die bestuurder reed heel hard. We reden inmiddels op wat bosachtige wegen. Op dat moment belde [naam 1] op mijn telefoon. [verdachte] pakte hierop een mes uit zijn nektasje. Ik zag dat dit een groot opklapbaar mes was. Het was zag dat het een vlindermes betrof. [verdachte] klapte het mes open. Ik schat dat het lemmet ongeveer 15 tot 20 centimeter was. Ik zag dat het handvat zwart was en het lemmet zilverkleurig. Het ging allemaal heel snel. [verdachte] hield het mes tegen de huid van mijn keel. [verdachte] zat rechts van mij. In zijn linkerhand hield hij mijn telefoon vast. In de rechterhand hield hij het mes vast tegen de linkerkant van mijn keel. Hij zei tegen mij dat ik gewoon rustig moest zeggen tegen [naam 1] dat ik thuis was en het geld had gekregen. [verdachte] hield de telefoon tegen mijn rechteroor. Ik acht [verdachte] ertoe in staat om daadwerkelijk mij te verwonden met het mes. Ik kreeg [naam 1] aan de telefoon en heb gezegd wat ik moest zeggen. Vervolgens is er weer opgehangen en haalde [verdachte] het mes weer van mijn keel af. De Horst jongen zei ' het is maar beter voor je dat je niks zei, anders was je nooit meer thuis gekomen '. [verdachte] vraagt hierop aan mij hoe ik met de app, via de creditcard, geld overmaak. Ik zei dat ik dit niet wist en dat dit volgens mij niet kan. [verdachte] had het mes nog altijd vast en richtte het mes weer met de punt van het mes richting mij. Hij zei 'leg uit hoe dat moet'. Vervolgens begonnen ze over dat ik me gedeisd moest houden als we bij de scooter bij de ING bank waren. [verdachte] zei als ik niet mee zou werken zoals zij wilden, dan zou ik niet meer thuis komen. Ik zag dat hij uit zijn nektasje een pistool haalde. Ik was doodsbang, bang dat hij mij iets aan zou doen met het pistool. [verdachte] hield het pistool nonchalant losjes in zijn rechterhand en bewoog er een beetje mee op en neer. Ik voelde mij echt bedreigd, dit voelde ik al vanaf dit alles begon en ook met het mes. Maar het pistool maakte het echt nog meer dreigend. Ik zou alles doen wat ze aan mij op zouden dragen. Ik zei dit ook tegen ze. Ik kan het pistool als volgt omschrijven: een zwartkleurig pistool. Het pistool is vergelijkbaar met een politiepistool. Ik kon niet anders zeggen dat het een echt pistool betrof. Na mijn weten was de loop van het pistool open. [verdachte] deed vervolgens het pistool weer terug in het tasje. We reden vervolgens naar de Keulsepoort. Voor de ING bank stapte de Horst jongen uit en...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT