Uitspraak Nº 03/026628-20 en 03/003210-20. Rechtbank Limburg, 2020-07-27

Datum uitspraak:27 juli 2020
Uitgevende instantie::Rechtbank Limburg
 
GRATIS UITTREKSEL
RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummers : 03/026628-20 en 03/003210-20 (ttz.gev.)

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 27 juli 2020

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboortegegevens] ,

zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,

thans gedetineerd in [adresgegevens PI] .

De verdachte wordt bijgestaan door mr. J.J. Serrarens, advocaat, kantoorhoudende te Beek.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 13 juli 2020. De verdachte en zijn raadsvrouw zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2 De tenlastelegging

De (voor wat betreft parketnummer 03/026628-20 gewijzigde) tenlasteleggingen zijn als bijlagen aan dit vonnis gehecht.

Parketnummer 03/026628-20

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:

Feit 1: op 26 september 2019 te Vijlen samen met een ander uit schuren behorend bij een woning gelegen aan [adres] , gereedschappen en fietsen toebehorend aan [benadeelde] heeft weggenomen door middel van braak en/of inklimming;

Feit 2: op 26 september 2019 te Vijlen samen met een ander uit een garage, behorend bij een woning gelegen aan [adres] , 32 flessen wijn en/of twee wasmanden, toebehorend aan [benadeelde] heeft weggenomen door middel van braak en/of inklimming;

Feit 3: op 26 september 2019 te Vijlen samen met een ander uit een schuur, behorend bij een woning gelegen aan [adres] , gereedschappen en/of een jerrycan, toebehorend aan [benadeelde] heeft weggenomen door middel van braak en/of inklimming;

Feit 4: in de periode van 3 tot en met 11 oktober 2017 te Vijlen uit een fietsenstalling en/of caravan, behorend bij een woning gelegen aan [adres] , een fiets en/of een fles champagne, toebehorend aan [benadeelde] , heeft weggenomen door middel van braak en/of inklimming;

Feit 5: op 10 februari 2017 Te Heerlen heeft gepoogd uit een woning gelegen aan de [adres] , goederen en/of geld, toebehorend aan [benadeelde] weg te nemen door middel van braak en/of inklimming.

Parketnummer 03/003210-20

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte op 13 september 2019 te Hoensbroek samen met een ander gereedschap en/of een aanhangwagen heeft geheeld.

3 De beoordeling van het bewijs
3.1

Het standpunt van de officier van justitie

Parketnummer 03/026628-20

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van alle feiten.

Voor de feiten 1 tot en met 3 heeft de officier van justitie verwezen naar de drie aangiftes, naar het proces-verbaal van bevindingen dat is opgemaakt met betrekking tot het na de inbraakmelding aantreffen van diverse goederen, de verklaring van verdachte en het gegeven dat er een DNA-match is met verdachte.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat er in beginsel geen aanwijzingen zijn voor een mededader nu op camerabeelden van de melder slechts één persoon is te zien. Voor het geval de rechtbank hier wel van uit zou gaan, heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat er sprake is van medeplegen, en niet van medeplichtigheid. Verdachte heeft meer gedaan dan enkel op de uitkijk staan. Hij had vooraf wetenschap dat de diefstallen gingen plaatsvinden. Er was sprake van een nauwe en bewuste samenwerking tussen hem en zijn mededader.

Met betrekking tot feit 4 heeft de officier van justitie verwezen naar de verklaring van verdachte. Hij heeft verklaard dat hij in caravans van andere mensen sliep als hij geen dak boven zijn hoofd had. Hij nuttigde dan de drank die hij aantrof. Ook in deze zaak is sprake van een DNA-match met verdachte. In dezelfde periode is ook een fiets bij aangever weggenomen. Derhalve twijfelt de officier van justitie er niet aan dat ook die fiets door verdachte is weggenomen. Hij weet het weliswaar niet meer zeker, maar heeft het stelen van de fiets ook niet ontkend.

Met betrekking tot feit 5 is wederom sprake van een DNA-match met verdachte. Hij bekent dat hij in de woning is geweest. Hij heeft verklaard dat hij in de woning een broek heeft aangetrokken van een bewoner en dat hij zijn eigen broek heeft achtergelaten omdat deze onder het bloed zat. De broek van verdachte is niet aangetroffen in de woning; wel zijn er bloedsporen aangetroffen. Ook heeft de verdachte de handtas van de bewoonster onderzocht. De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat niet kan worden aangetoond dat spullen uit de woning zijn weggenomen en dat het derhalve bij een poging blijft.

Parketnummer 03/003210-20

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van schuldheling. Hij heeft verwezen naar de (Duitse) aangiftes en naar het proces-verbaal van bevindingen met betrekking tot het aantreffen van de goederen en de gestolen aanhangwagen.

De officier van justitie heeft betoogd dat hij door de verklaring van verdachte ter terechtzitting ervan overtuigd is geraakt dat verdachte dit feit verweten kan worden. Gelet op de door hem omschreven gang van zaken had hij op zijn minst moeten vermoeden dat de goederen en de aanhangwagen van misdrijf afkomstig waren.

3.2

Het standpunt van de verdediging

Parketnummer 03/026628-20

Met betrekking tot de feiten 1 tot en met 3 heeft de raadsvrouw zich op het standpunt gesteld dat verdachte kan worden veroordeeld voor medeplichtigheid aan deze feiten. Verdachte heeft immers zelf verklaard dat hij betrokken is geweest bij de feiten. Hij is op verzoek van en samen met [medeverdachte] naar Vijlen gegaan. [medeverdachte] heeft daar uit een aantal schuren spullen weggenomen. Verdachte heeft op de uitkijk gestaan en zou [medeverdachte] waarschuwen als er gevaar voor ontdekking dreigde. Verder heeft verdachte geholpen spullen te verplaatsen naar een wat verder gelegen plek, zodat ze later konden worden meegenomen in de auto. Dat helpen vond pas plaats nadat de diefstal reeds voltooid was. Dat het aandeel van verdachte beperkt was, blijkt ook uit de wijze waarop de opbrengst verdeeld zou worden: verdachte zou daarvan slechts 25% tot 30% krijgen.

Met betrekking tot feit 4 heeft de raadsvrouw vrijspraak bepleit van de diefstal van de fiets. Verdachte heeft verklaard dat hij dit feit begaan kan hebben in zoverre dat hij in een caravan bij vreemden heeft geslapen en drank die daar aanwezig was, heeft opgedronken. Hij kan zich echter niet herinneren dat hij een fiets heeft weggenomen. Dat DNA van verdachte is aangetroffen op een flesje Fanta dat zich in de caravan bevond, hoeft niet te betekenen dat verdachte ook de fiets die volgens aangever in een overdekte stalling achter de woning stond, heeft gestolen. Die diefstal kan evengoed door iemand anders zijn gepleegd in de periode dat de bewoners op vakantie waren.

Met betrekking tot feit 5 heeft de raadsvrouw zich op het standpunt gesteld dat sprake is van een voltooide diefstal. Verdachte is de woning binnen gegaan nadat hij een ruit had vernield. In de woning heeft hij geprobeerd een vermeende chip uit zijn lichaam te snijden. Hij heeft vervolgens kleding die hij in de woning heeft aangetroffen, aangetrokken en aangenomen kan worden dat hij die kleding nog aanhad toen hij de woning verliet.

Parketnummer 03/003210-20

De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit van dit feit. Hamvraag is of verdachte ernstig is tekortgeschoten in zijn onderzoeksplicht en of hij aanmerkelijk onvoorzichtig is geweest. Dat is niet het geval. Hij hielp een vriend die hij kon vertrouwen. Eigenlijk heeft hij enkel een personenauto naar Sittard gebracht. Met de gestolen goederen en met [naam] heeft hij geen contact gehad. Derhalve zijn er geen aanwijzingen dat verdachte moest vermoeden dat het gestolen spullen waren.

3.3

Het oordeel van de rechtbank

Parketnummer 03/026628-20 1

Vrijspraak feit 5

De rechtbank is met de verdediging van oordeel dat het onder feit 5 tenlastegelegde feit een voltooide diefstal oplevert. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij op 10 februari 2017 in Heerlen in de woning van aangever, gelegen aan de [adres] , naar binnen is gegaan. Hij dacht dat in die woning een bekende van hem woonde. Toen deze de deur niet opende heeft hij een steen gepakt en daarmee een raam kapot gegooid. Verdachte heeft verklaard dat hij in die periode last had van wanen en hallucinaties. Hij verkeerde in de waan dat een chip bij hem was ingezet en hij heeft in de woning geprobeerd die chip uit zijn dijbeen te snijden. Omdat zijn eigen kleding vol met bloed zat, heeft hij in het huis kleding van aangever gepakt en hij is hiermee weggegaan.

Met de verklaring van de verdachte ter terechtzitting is derhalve komen vast te staan dat hij een voltooide diefstal heeft gepleegd. Derhalve moet hij van de onder feit 5 tenlastegelegde poging tot diefstal worden vrijgesproken.

Bewijs feiten 1, 2 en 3

De rechtbank acht de onder de feiten 1, 2 en 3 tenlastegelegde feiten wettig en overtuigend bewezen op grond van het navolgende.

Op 26 september 2019 omstreeks 03.15 uur hebben verbalisanten [naam] en [naam] de melding gekregen te gaan naar [adres] . Melder had doorgegeven dat een man zijn terrein had betreden en dat daardoor het alarm was afgegaan. Verbalisanten hebben vervolgens op [adres] een onderzoek ingesteld en zij zagen ter hoogte van [adres] een fiets van het merk Merida, zwart van kleur, achter een boom liggen. Op de fiets plakte een sticker van “ [naam] ”.

Verbalisant [naam] zag in het weiland stappen staan vanaf de fiets en toen hij die volgde, trof hij op ongeveer 100 meter afstand de volgende goederen aan: een zwarte rugzak, een Stihl bladblazer, twee Stihl heggenscharen, een Stihl kettingzaag en een rode jerrycan met benzine.2

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT