Uitspraak Nº 03/659281-18. Rechtbank Limburg, 2019-03-14

Datum uitspraak:2019/03/14
Uitgevende instantie::Rechtbank Limburg
 
GRATIS UITTREKSEL
RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond

Strafrecht

Parketnummers : 03/659281-18, 03/659131-17, 03/659016-17, 03/661007-17, 03/661073-17

Parketnummer : 03/160361-16 (TUL)

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 14 maart 2019

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboortegegevens] ,

gedetineerd in P.I. Vught - Nieuw Vosseveld 2 LAA te Vught.

De verdachte wordt bijgestaan door mr. R. Engwegen, advocaat, kantoorhoudende te Echt.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 28 februari 2019. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging (na wijziging tenlastelegging) is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er kort en feitelijk weergegeven (in omgekeerd chronologische volgorde) op neer dat de verdachte:

Parketnummer 03/659281-18:

feit 1: op 30 september 2018 in de gemeente Roermond heeft geprobeerd [slachtoffer 1] te doden (primair), dan wel heeft geprobeerd die [slachtoffer 1] zwaar te mishandelen (subsidiair), dan wel die [slachtoffer 1] heeft mishandeld (meer subsidiair);

feit 2: op 27 september 2018 in de gemeente Roermond [slachtoffer 1] heeft mishandeld.

Parketnummer 659131-17:

feit 1: op 12 januari 2017 in Born en/of Roosteren brandstof heeft gestolen van tankstation Esso [slachtoffer 2] ;

feit 2: op 12 januari 2017 in Born de plaats van een ongeval heeft verlaten;

feit 3: op 25 januari 2017 in de gemeente Roermond een personenauto van [slachtoffer 3] heeft gestolen;

feit 4: op 26 november 2016 in Karken (Duitsland) een alarmkastje van [slachtoffer 1] en/of [naam 16] heeft vernield;

feit 5: op 5 oktober 2016 in de gemeente Roermond een personenauto van [slachtoffer 4] heeft vernield.

Parketnummer 659016-17:

feit 1: op 11 januari 2017 in Melick zijn levensgezel [slachtoffer 1] zwaar heeft mishandeld (primair), dan wel heeft geprobeerd die [slachtoffer 1] zwaar te mishandelen (subsidiair), dan wel die [slachtoffer 1] heeft mishandeld (meer subsidiair);

feit 2: op 11 januari 2017 in Melick, [slachtoffer 1] opzettelijk van haar vrijheid heeft beroofd;

feit 3: op 1 januari 2017 in de gemeente Roermond zijn levensgezel [slachtoffer 1] heeft mishandeld;

feit 4: op 1 januari 2017 in de gemeente Roermond salontafel(s) en een televisie van [slachtoffer 1] heeft vernield of beschadigd.

Parketnummer 661007-17:

feit 1: op 2 november 2016 in de gemeente Roermond zijn levensgezel [slachtoffer 1] heeft mishandeld;

feit 2: op 5 november 2016 in de gemeente Roermond een metalen asbak en een camera van de Politie Roermond heeft vernield of beschadigd.

Parketnummer 661073-17:

feit 1: op 25 september 2016 in de gemeente Roermond een personenauto van [slachtoffer 5] heeft vernield of beschadigd;

feit 2: op 25 september 2016 in de gemeente Roermond een personenauto van [slachtoffer 6] heeft vernield of beschadigd;

feit 3: op 25 september 2016 in de gemeente Roermond twee personenauto’s van

[slachtoffer 7] heeft vernield en/of beschadigd;

Feit 4: op 24 september 2016 in de gemeente Roermond [slachtoffer 8] heeft mishandeld.

3 De voorvragen
3.1

De geldigheid van de dagvaarding

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke eisen voldoet en dus geldig is.

3.2

De bevoegdheid van de rechtbank

De raadsman heeft ten aanzien van parketnummer 03/659131-17 feit 4 aangevoerd dat de rechtbank niet bevoegd is, omdat het delict is gepleegd in Duitsland. Daar heeft de vernieling plaatsgevonden en daar is het delict dan ook voltooid. Gelet hierop bevindt de locus delicti zich niet in Nederland, maar in Duitsland en heeft de Nederlandse rechter geen rechtsmacht.

De rechtbank oordeelt hierover als volgt. Op grond van artikel 7, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht is de Nederlandse strafwet toepasselijk op de Nederlander die zich buiten Nederland schuldig maakt aan een feit dat door de Nederlandse strafwet als misdrijf wordt beschouwd en waarop door de wet van het land waar het begaan is, straf is gesteld. De verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij de Nederlandse nationaliteit bezit. Uit openbare bron, de online versie van het Duitse Strafgesetzbuch, blijkt dat krachtens artikel 303 van dit wetboek “Sachbeschädigung” (vernieling) wordt bestraft met een vrijheidsstraf tot twee jaar of met een geldboete.

Gelet hierop acht de rechtbank zich bevoegd om van het betreffende feit kennis te nemen. Het verweer van de raadsman wordt verworpen.

3.3

De ontvankelijkheid van de officier van justitie

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. De officier van justitie kan dus in de vervolging worden ontvangen.

3.4

Schorsing der vervolging

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gronden voor schorsing der vervolging gebleken.

4 De beoordeling van het bewijs
4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd de feiten zoals ten laste gelegd onder parketnummer 03/659281-18 bewezen te verklaren, gelet op de aangifte en verklaringen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 9] , de verklaring van de verdachte zelf dat hij [slachtoffer 1] geschopt heeft en de medische informatie met betrekking tot het letsel van [slachtoffer 1] .

De officier van justitie heeft gevorderd de feiten zoals ten laste gelegd onder parketnummer 03/659131-17 bewezen te verklaren. Feit 1 kan worden bewezen, gelet op de aangifte en de camerabeelden. Feit 2 kan worden bewezen, gelet op de aangifte, de verklaring van getuige [naam 1] en de bekennende verklaring van de verdachte. Feit 3 kan worden bewezen, gelet op de aangifte en de verklaring van getuige [naam 2] . Feit 3 kan worden bewezen, gelet op de aangifte en de bekennende verklaring van de verdachte. Feit 4 kan worden bewezen, gelet op de aangifte en de verklaring van getuige [naam 3] .

De officier van justitie heeft gevorderd de feiten zoals ten laste gelegd onder parketnummer 03/659016-17 bewezen te verklaren, gelet op de aangifte en de verklaringen van het slachtoffer [slachtoffer 1] , getuige [naam 4] , getuige [naam 5] , getuige [naam 6] , getuige [naam 7] en getuige [naam 8] en gelet op de medische verklaring met betrekking tot het letsel van [slachtoffer 1] .

De officier van justitie heeft gevorderd de feiten zoals ten laste gelegd onder parketnummer 03/661007-17 bewezen te verklaren, onder meer gelet op de verklaring van het slachtoffer [slachtoffer 1] en van getuige [naam 9] .

De officier van justitie heeft gevorderd alle feiten zoals ten laste gelegd onder parketnummer 03/661073-17 bewezen te verklaren, gelet op de aangiftes en verklaringen van [slachtoffer 5] , [slachtoffer 6] , [slachtoffer 7] , [slachtoffer 8] en getuige [naam 10] en gelet op de foto van het letsel van [slachtoffer 8] op pagina 25. Ten aanzien van de mishandeling van [slachtoffer 8] heeft de officier van justitie zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank met betrekking tot het aannemen van een noodweersituatie.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft, overeenkomstig de schriftelijke pleitnotities, zijn standpunten kenbaar gemaakt.

De raadsman heeft met betrekking tot de zaak met parketnummer 03/659281-18 primair vrijspraak bepleit van feit 1, omdat de verklaring van [slachtoffer 1] onbetrouwbaar is en uit het medisch journaal niet blijkt dat sprake is geweest van schoppen tegen het hoofd. Subsidiair heeft de raadsman aangevoerd dat de verdachte moet worden vrijgesproken van poging doodslag (primair) en poging zware mishandeling (subsidiair). Het trappen tegen het lichaam leidt niet tot een aanmerkelijke kans op de dood. Ten aanzien van de meer subsidiair ten laste gelegde eenvoudige mishandeling heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, voor zover dit betrekking heeft op het schoppen. Volgens de raadsman is er geen bewijs voor het slaan en aan de haren trekken en moet de verdachte hiervan worden vrijgesproken. Ten aanzien van feit 2 heeft de raadsman vrijspraak bepleit.

De raadsman heeft zich met betrekking tot de zaak met parketnummer 03/659131-17 op het standpunt gesteld dat feit 1 kan worden bewezen verklaard, gelet op de aangifte en de bekennende verklaring van de verdachte. Ten aanzien van feit 2 heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Ten aanzien van feit 3 heeft de raadsman vrijspraak bepleit. Ten aanzien van feit 4 heeft de raadsman zich primair op het standpunt gesteld dat de rechtbank onbevoegd is (zie hiervoor onder 3). Subsidiair heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Ten aanzien van feit 5 heeft de raadsman vrijspraak bepleit, omdat de verklaring van getuige [naam 3] onbetrouwbaar is.

De raadsman heeft met betrekking tot de zaak met parketnummer 03/659016-17 aangevoerd dat de verdachte moet worden vrijgesproken van het onder feit 1 primair en subsidiair ten laste gelegde en de raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank ten aanzien van de meer subsidiair ten laste gelegde eenvoudige mishandeling. Ten aanzien van feit 2 en feit 3 heeft de raadsman vrijspraak bepleit. Ten aanzien van feit 4 heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

De raadsman heeft met betrekking tot de zaak met parketnummer 03/661007-17 primair vrijspraak bepleit van feit 1 en subsidiair aangevoerd dat slechts een bewezenverklaring voor eenvoudige mishandeling kan volgen. De verdachte moet worden vrijgesproken van de strafverzwarende omstandigheid dat sprake was van een...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT