Uitspraak Nº 03/700392-16 en 03/700322-16 (tzzgev). Rechtbank Limburg, 2017-02-14

Court:
Docket Number:03/700392-16 en 03/700322-16 (tzzgev)
ECLI:ECLI:NL:RBLIM:2017:1305
RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummers: 03/700392-16 en 03/700322-16 (ttzgev)

Vordering tot tenuitvoerlegging: 03/215815-14

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 14 februari 2017

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,

thans gedetineerd in de P.I. Zuid-Oost, HvB Roermond te Roermond.

De verdachte wordt bijgestaan door mr. A.M.T.C. Plantaz, advocaat kantoorhoudende te Eijsden.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 31 januari 2017. De verdachte is niet verschenen. Wel is verschenen zijn gemachtigde raadsman. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:

In de strafzaak met parketnummer 03/700392-16:

Feit 1: ’s nachts in een auto heeft ingebroken;

Feit 2: ’s nachts heeft ingebroken;

Feit 3: een kentekenbewijs heeft gestolen;

Feit 4 en 5: in een auto heeft ingebroken;

Feit 6: een betaalpas heeft geheeld;

In de strafzaak met parketnummer 03/700322-16:

[slachtoffer] heeft mishandeld.

3 De beoordeling van het bewijs
3.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat alle feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden verklaard, met uitzondering van feit 3 in de strafzaak met parketnummer 03/700392-16. Niet kan worden vastgesteld dat verdachte het kentekenbewijs heeft gestolen.

3.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich aangesloten bij het standpunt van de officier van justitie.

3.3

Het oordeel van de rechtbank

In de strafzaak met parketnummer 03/700392-16: 1

Feit 1:

[benadeelde 1] heeft aangifte gedaan van diefstal uit zijn auto. Op de beelden van de beveiligingscamera bij zijn woning aan de [adres 1] te [woonplaats 1] , was te zien dat een man op 27 mei 2016, omstreeks 01.37 uur, richting de auto van [benadeelde 1] liep. Hij opende de auto en stapte in de auto. Uit de auto werden een beveiligingscamera, een navigatiesysteem en een satellietmeter weggenomen.2

De verdachte heeft verklaard dat hij de diefstal heeft gepleegd. Hij heeft de goederen weggenomen om te verkopen.3

Gelet op de aangifte en de verklaring van de verdachte, stelt de rechtbank vast dat de verdachte goederen uit een auto heeft gestolen. De rechtbank acht de diefstal dan ook bewezen. Niet kan worden vastgesteld dat de verdachte, om die goederen te stelen, de auto heeft opengebroken. Er werd geen schade aan de auto geconstateerd. De verdachte zal van dit onderdeel van de tenlastelegging worden vrijgesproken.

Feit 2:

Op 10 juli 2016 deed [benadeelde 2] , mede namens [benadeelde 3] en [benadeelde 4] , aangifte van diefstal op eerdergenoemde datum in het scoutinggebouw aan de [adres 2] te Kerkrade, waar zij tijdelijk verbleven. Bij de diefstal werden een autosleutel, twee portemonnees met inhoud, een sleutelbos en een handlamp weggenomen.4

Op de camerabeelden was te zien dat omstreeks 04.52 uur een man het gebouw binnenging. In het gebouw nam de man iets weg dat lijkt op een autosleutel. Omstreeks 04.55 uur verliet de man het gebouw met goederen in zijn hand.5 De verdachte werd op de camerabeelden herkend.6

De verdachte heeft bekend dat hij de diefstal heeft gepleegd. Hij verklaarde enkel geld te hebben weggenomen.7

Gelet op de aangifte en de verklaring van de verdachte, stelt de rechtbank vast dat de verdachte een diefstal heeft gepleegd in een scoutinggebouw. Hoewel de verdachte zelf anders heeft verklaard, stelt de rechtbank vast dat de verdachte de in de aangifte vermelde goederen heeft weggenomen. De rechtbank vindt hiervoor ondersteuning in de camerabeelden. Hierop is te zien dat de verdachte (vermoedelijk) autosleutels wegneemt. Bij het verlaten van het gebouw draagt hij goederen in zijn hand. De rechtbank acht feit 2 dan ook bewezen.

Feit 3:

Op 12 augustus 2016 werd verdachte aangehouden op verdenking van diefstal. Tijdens de insluitingsfouillering bleek dat de verdachte in het bezit was van een Nederlands kentekenbewijs ( [kenteken] ).8 [benadeelde 5] deed aangifte van diefstal uit zijn auto gepleegd te Heerlen. Op 12 augustus 2016 ontdekte [benadeelde 5] dat het kentekenbewijs uit de auto was weggenomen.9

Verdachte heeft verklaard dat hij de inbraak heeft gepleegd.10

Op grond van de bevindingen van de politie, de aangifte van [benadeelde 5] en de verklaring van verdachte, stelt de rechtbank vast dat de verdachte een kentekenbewijs heeft weggenomen uit een auto. De rechtbank acht de diefstal dan ook bewezen.

Feit 4:

Op 6 augustus 2016 werd de verdachte gecontroleerd door de politie. Hij was in het bezit van een navigatiesysteem. Onder “thuisadres” stond [adres 3] te [woonplaats 3] voorgeprogrammeerd.11 Het navigatiesysteem bleek afkomstig te zijn uit de auto van [benadeelde 6] . Naast het navigatiesysteem werden een dopsleutel van haar werkgever Hago Nederland, een notitieblokje, een zakje keelsnoepjes en een flesje desinfectiemiddel uit haar auto weggenomen.12

De verdachte heeft verklaard dat hij een navigatiesysteem uit de auto heeft weggenomen.13

Op grond van de bevindingen van de politie en de verklaringen van [benadeelde 6] en verdachte, stelt de rechtbank vast dat de verdachte goederen heeft weggenomen uit een auto. Voor wat betreft de uit de auto gestolen goederen, zoekt de rechtbank aansluiting bij de verklaring van [benadeelde 6] . Zij heeft geen reden aan deze verklaring te twijfelen. De rechtbank acht de diefstal dan ook bewezen. Niet kan worden vastgesteld dat de verdachte, om die goederen te stelen, de auto heeft opengebroken. Er werd geen schade aan de auto geconstateerd. De verdachte zal van dit onderdeel van de tenlastelegging worden vrijgesproken.

Feit 5:

Op 12 augustus 2016 werd de verdachte aangehouden op verdenking van diefstal. Tijdens de insluitingsfouillering bleek dat de verdachte in het bezit was van:

- een Nederlands rijbewijs op naam van [benadeelde 7] ;

- een VGZ zorgpas op naam van [benadeelde 7] ;

- een betaalpas van de ING Bank op naam van [benadeelde 7] ;

- een betaalpas van de ING Bank op naam van Atlas Personal Training;14

- een Carwash pas;

- een klantenpas Gym-N-Juice;

- een klantenpas Powergym;

- een toegangspas van Holland Casino;

- een tankpas.15

[benadeelde 7] deed aangifte van diefstal uit zijn auto gepleegd te Heerlen. De diefstal moet hebben plaatsgevonden tussen 10 augustus 2016 en 11 augustus 2016. Uit de auto werden, naast de hiervoor bij de verdachte aangetroffen goederen, verder nog weggenomen:

- een portemonnee van het merk Dolce and Gabbana;

- parfum van het merk Lalique;

- parfum van het merk Alien;

- € 140,-.16

De verdachte heeft de diefstal uit de auto ontkend. De rechtbank stelt echter vast dat de verdachte korte tijd na de diefstal uit de auto een groot deel van de gestolen goederen in zijn bezit heeft. Dat blijkt uit de aangifte en de bevindingen van de politie. Hiervoor heeft hij geen verklaring gegeven. Wel staat vast dat de verdachte een hele reeks autodiefstallen heeft gepleegd, waarbij hij steeds goederen uit een auto heeft weten weg te nemen zonder enig spoor van braak achter te laten. De rechtbank concludeert dat de verdachte dat ook hier heeft gedaan en acht de diefstal dan ook bewezen.

Niet kan worden vastgesteld dat de verdachte, om die goederen te stelen, de auto heeft opengebroken. Er werd geen schade aan de auto geconstateerd. De verdachte zal van dit onderdeel van de tenlastelegging worden vrijgesproken.

Feit 6:

[benadeelde 8] deed aangifte van diefstal uit zijn auto, die plaats moet hebben gevonden tussen 26 juli 2016 en 27 juli 2016. Hierbij werd onder andere zijn portemonnee gestolen.17

Op 12 augustus 2016 werd de verdachte aangehouden op verdenking van diefstal. Tijdens de insluitingsfouillering bleek dat de verdachte in het bezit was van een betaalpas op naam van [benadeelde 8] .18

Op grond van de aangifte en de bevindingen van de politie, stelt de rechtbank vast dat de verdachte een gestolen betaalpas voorhanden heeft gehad. Het kan niet anders dan dat de verdachte wist dat deze betaalpas van misdrijf afkomstig was, nu deze pas op naam van een ander was gesteld. De rechtbank acht feit 6 dan ook bewezen.

In de strafzaak met parketnummer 03/700322-16: 19

De rechtbank acht het tenlastegelegde bewezen op grond van:

- het proces-verbaal van aangifte d.d. 23 juni 2016, p. 5;

- het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 25 juni 2016, p. 39.

3.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte

In de strafzaak met parketnummer 03/700392-16:

1.

op 27 mei 2016 in de gemeente Heerlen, gedurende voor de nachtrust bestemde tijd, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een auto heeft weggenomen een satellietmeter, een navigatiesysteem en een camera, toebehorende aan [benadeelde 1] ;

2.

op 10 juli 2016 in de gemeente Kerkrade, gedurende voor de nachtrust bestemde tijd, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een autosleutel, meerdere portemonnees met inhoud, een sleutelbos en een handlamp, toebehorende aan [benadeelde 3] en/of [benadeelde 2] en/of [benadeelde 4] ;

3.

omstreeks 12 augustus 2016 in de gemeente Heerlen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een kentekenbewijs (behorende bij een personenauto met kenteken [kenteken] ), toebehorende aan [benadeelde 5] ;

4.

op 6 augustus 2016 in de gemeente [woonplaats 3] met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT