Uitspraak Nº 03/702588-12. Rechtbank Limburg, 2019-01-29

Court:
Docket Number:03/702588-12
ECLI:ECLI:NL:RBLIM:2019:810
RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummer: 03/702588-12

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 29 januari 2019

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboortegegevens verdachte] ,

wonende te [adresgegevens verdachte] .

De verdachte wordt bijgestaan door mr. D. Nieuwenhuis, advocaat kantoorhoudende te Arnhem.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zittingen van 12, 14, 19, 20, 27 en 29 november 2018. Op 15 januari 2019 is het onderzoek ter terechtzitting gesloten. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging, die ter terechtzitting is gewijzigd, is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt erop neer dat de verdachte:

Feit 1: al dan niet samen met anderen postzegels heeft nagemaakt of vervalst;

Feit 2: al dan niet samen met anderen valse postzegels heeft gebruikt, te koop aangeboden, afgeleverd of in voorraad heeft gehad;

Feit 3: al dan niet samen met anderen natuurlijke- of rechtspersonen heeft opgelicht door hun valse postzegels te verkopen;

Feit 4: zich al dan niet samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan witwassen;

Feit 5: al dan niet samen met anderen Aegon Schadeverzekering N.V. heeft opgelicht;

Feit 6: deel heeft uitgemaakt van een criminele organisatie die onder meer tot oogmerk had het namaken of vervalsen van postzegels.

3 De voorvragen

De raadsman heeft de niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie bepleit vanwege de overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank heeft dit verweer ter terechtzitting al verworpen, nu wel sprake is van een overschrijding, maar deze niet leidt tot niet-ontvankelijkheid. De rechtbank zal hier in dit vonnis daarom niet verder op ingaan.

Er zijn ook geen andere omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. De officier van justitie kan dus in de vervolging worden ontvangen. Bij het onderzoek ter terechtzitting is verder gebleken dat de dagvaarding geldig is, de rechtbank bevoegd is en er geen gronden voor schorsing van de vervolging zijn.

4 De beoordeling van het bewijs
4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie is van mening dat alle tenlastegelegde feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden, met uitzondering van feit 5 (het medeplegen van het oplichten van verzekeraar Aegon).

De officier van justitie acht bewezen dat de verdachte samen met anderen op grote schaal valse postzegels heeft verkocht. Die valsheid van de postzegels is vastgesteld door meerdere deskundigen. De verdachte heeft de valse zegels zelf geproduceerd en vervolgens in het verkeer gebracht door deze via verschillende sites aan te bieden en te verkopen (feiten 1 en 2).

Nietsvermoedende klanten bestelden via deze sites postzegels in de veronderstelling dat de zegels echt waren. De zegels die geleverd werden bleken echter vals te zijn. Door via de sites voor te spiegelen dat er echte zegels verkocht werden, heeft de verdachte zijn klanten opgelicht (feit 3).

Verder is de officier van justitie van mening dat de verdachte met de verkoop van valse zegels minimaal € 1.704.774,- heeft verdiend. Dat illegaal verkregen geld heeft hij witgewassen (feit 4).

Tot slot concludeert de officier van justitie dat de verdachte bij het plegen van voornoemde misdrijven structureel heeft samengewerkt met anderen en daarom deel heeft uitgemaakt van een criminele organisatie (feit 6).

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit van alle feiten.

De raadsman heeft naar voren gebracht dat er geen sluitend bewijs is dat de door de verdachte verkochte zegels vals waren. Door deskundigen wordt wel geconcludeerd dat de bij verschillende afnemers in beslag genomen zegels vals waren, maar de verdediging trekt dit in twijfel, nu geen sprake is geweest van onafhankelijke deskundigen. In de visie van de verdediging heeft iedere deskundige die in deze zaak heeft gerapporteerd op de een of andere manier een link met PostNL. PostNL had er een groot belang bij dat de uitkomst van het onderzoek zou uitwijzen dat de zegels die door de verdachte werden verkocht vals waren.

Voor het geval de rechtbank wel waarde zal hechten aan de uitkomsten van de onderzoeken door de deskundigen, ontbreekt het bewijs in het dossier dat de verdachte degene is geweest die de valse zegels heeft geproduceerd. Bovendien ontbreekt in het dossier het bewijs voor de wetenschap van de verdachte dat de zegels vals zouden zijn, wat maakt dat hij niet veroordeeld kan worden voor de feiten 2 en 3.

De verdachte stelt de zegels legaal ingekocht en weer doorverkocht te hebben. Er is dan dus ook geen criminele winst geweest die is witgewassen, zodat de verdachte ook van dit feit moet worden vrijgesproken. Er kan eventueel nog wel geld zijn witgewassen, maar dan alleen omdat de verdachte heeft nagelaten de opbrengst uit de handel in zegels fiscaal te verantwoorden. Ten aanzien van de vraag of belastingfraude als gronddelict voor het witwassen kan worden beschouwd, heeft de raadsman zich daarom gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. In dat geval dient het witgewassen bedrag veel lager te zijn dan het bedrag waarvan de officier van justitie uitgaat.

Voorts stelt de raadsman dat er geen sprake van is geweest dat de verdachte de werkelijke aard, herkomst vindplaats e.d. van het geld heeft verhuld of verborgen. Om dit te kunnen bewijzen moet sprake zijn van een reeks van handelingen, wat in deze zaak niet het geval is. Voor alle bedragen door de officier van justitie genoemd heeft de verdachte een aannemelijke verklaring.

Ten aanzien van de oplichting van Aegon (feit 5) stelt de verdediging zich op het standpunt dat er geen bewijs in het dossier voorhanden is van betrokkenheid van de verdachte bij dit feit.

Ook voor deelname aan een criminele organisatie (feit 6) ziet de verdediging geen bewijs, gelet op voorgaande verweren. Bovendien, als al sprake zou zijn geweest van criminele activiteiten, dan moet tussen de verdachten een samenwerkingsverband hebben bestaan met een bepaalde structuur en duurzaamheid. Aan dit criterium is echter in deze zaak bij lange na niet voldaan, aldus de raadsman.

4.3

Het oordeel van de rechtbank 1

4.3.1

Inleiding

Naar aanleiding van meldingen uit het midden- en kleinbedrijf dat er valse postzegels in omloop waren, heeft PostNL in 2011 een onderzoek ingesteld. Uit dit onderzoek bleek PostNL dat er op grote schaal valse postzegels in het verkeer waren gebracht. Het onderzoek leidde naar diverse personen en bedrijven. PostNL heeft aangifte gedaan en de zaak is vervolgens door de politie onderzocht. Dit heeft geleid tot de vervolging van de verdachte en zes andere personen, onder wie familieleden van de verdachte.

Kern van het verwijt is dat de verdachte postzegels heeft gedrukt en dat hij die in omloop heeft gebracht. Alleen PostNL mag postzegels (laten) maken die gebruikt kunnen worden voor haar diensten. De zegels worden in opdracht van PostNL gedrukt. De verdachte heeft nooit zo’n opdracht van PostNL gehad.

De verdachte heeft niet betwist dat hij bedrijfsmatig postzegels heeft aangeboden via verschillende sites. Klanten hebben die zegels besteld en geleverd gekregen. Ook staat niet ter discussie dat de handel in zegels de verdachte geld heeft opgeleverd. Vanaf januari 2009 ontving de verdachte ruim 1,8 miljoen euro aan betalingen van klanten, op een rekening van de rechtspersoon [naam bv 1] van waaruit hij zijn onderneming in postzegels exploiteerde.

De verdachte houdt echter vol dat hij geen zegels heeft gedrukt. Hij heeft geen nagemaakte en dus valse zegels in omloop gebracht. Alle verwijten die voortvloeien uit het kernverwijt, zoals oplichting, witwassen en lidmaatschap van een criminele organisatie zijn onterecht, aldus de verdachte.

De rechtbank komt tot de conclusie dat er voldoende bewijs is voor vier van de zes verwijten aan het adres van de verdachte: de zegels die hij verkocht heeft, zijn vals en dat wist de verdachte. Door die als echt te verkopen heeft hij klanten opgelicht en de opbrengst heeft hij witgewassen. Er is ook sprake van medeplegen en van een criminele organisatie, zij het dat die zich beperkt tot twee personen, waar de officier van justitie uitgaat van vier.

De rechtbank kan niet buiten gerede twijfel vaststellen dat de verdachte de valse zegels zelf gedrukt heeft of dat hij dat samen met anderen heeft gedaan. Dat levert vrijspraak op van feit 1. Feit 5, de oplichting van Aegon, heeft niets te maken met valse postzegels. Voor een aandeel van de verdachte bij dit feit ontbreekt het bewijs en dit leidt tot vrijspraak voor dit verwijt.

De rechtbank zal hierna eerst de bewijsmiddelen weergeven die het onderzoek van PostNL, de politie en deskundigen heeft opgeleverd. Naar de vindplaatsen wordt in de eindnoten verwezen. Uit de bewijsmiddelen zal de rechtbank conclusies trekken voor de feiten 1 en 2. Daarna komen de overige feiten aan de orde.

Omdat er nogal wat personen, B.V.’s en ondernemingen in het dossier voorkomen, begint de rechtbank met een kort “who is who”.

4.3.2

Het onderzoek en de betrokken (rechts)personen

Naar aanleiding van meldingen uit het midden- en kleinbedrijf dat er valse postzegels in omloop waren, heeft PostNL een onderzoek ingesteld. Hieruit bleek dat er valse zegels waren verzonden vanuit ondernemingen die gelieerd waren aan de rechtspersoon [naam bv 1] (hierna [naam bv 1] ). De zegels waren te bestellen via de website van [naam bv 1] : [naam website 1] (hierna [naam website 1] ). Men kon via deze website tegen een lager tarief dan bij PostNL postzegels bestellen. De verdachte stond sinds 28 september 2011 geregistreerd als enig...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT