Uitspraak Nº 03/704591-15 en 03/720712-16. Rechtbank Limburg, 2018-07-23

Court:
Docket Number:03/704591-15 en 03/720712-16
ECLI:ECLI:NL:RBLIM:2018:7037
RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummers: 03/704591-15 en 03/720712-16 (ter terechtzitting gevoegd)

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 23 juli 2018

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboortegegevens verdachte] ,

gedetineerd in PI Limburg Zuid - De Geerhorst te Sittard.

De verdachte wordt bijgestaan door mr. G.L.P. Biesmans, advocaat kantoorhoudende te Maastricht.

1 Onderzoek van de zaak

De zaken zijn inhoudelijk behandeld op de zittingen van 3 en 9 juli 2018. De verdachte en zijn raadsvrouw zijn telkens ter terechtzitting verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt. De zaken zijn telkens gelijktijdig behandeld met de zaken tegen [medeverdachte] (hierna: [medeverdachte] ) met de parketnummers 03/720716-16 en 03/866138-17.

2 De tenlastelegging

De tenlasteleggingen zijn opgenomen in een bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven op neer dat de verdachte:

03/704591-15

1.: op 27 februari 2015 in Brunssum, al dan niet samen met een ander heeft geprobeerd van de ING Bank N.V. (primair) een hoeveelheid geld te stelen door een ontploffing te weeg te brengen in een geldautomaat en door een deur van het bankgebouw te forceren door met een personenauto tegen een deur van het bankgebouw te rijden althans (subsidiair) een ontploffing in een geldautomaat heeft teweeggebracht waardoor algemeen gevaar is ontstaan voor goederen, in het bijzonder de geldautomaat, het gebouw waar zich deze geldautomaat in bevond en ook voor belende gebouwen;

2.: op 27 februari 2015 in Brunssum, al dan niet tezamen met een ander een auto in brand heeft gestoken waardoor personen en goederen in gevaar werden gebracht;

3.: op 19 juni 2015 in Brunssum een veerdrukpistool en een imitatiewapen voorhanden heeft gehad, die wat betreft de vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertonen met een pistool en een pistoolmitrailleur;

4.: op 19 juni 2015 in Herzogenrath (Duitsland), al dan niet tezamen met een ander en in de voor de nachtrust bestemde tijd, een woninginbraak heeft gepleegd;

In de tenlastelegging is het element dat de persoon of personen die de diefstal pleegde(n) zich buiten medeweten of tegen de wil van de rechthebbende zich in de woning bevonden niet vermeld; nu het gezien de tekst van de tenlastlegging en de daaronder vermelde artikelen uit het Wetboek van Strafrecht kennelijk de bedoeling van de steller van deze tenlastelegging is geweest de strafverzwarende omstandigheid genoemd in artikel 311, eerst lid, sub 3e ten laste te leggen en van de zijde van de verdediging geen beroep is gedaan op het ontbreken van dit element, zal de rechtbank de tenlastelegging met dit element aanvullen, nu dat kan zonder daardoor de verdachte in diens verdediging te benadelen.

5.: (primair) op 19 juni 2015 in Herzorgenrath (Duitsland), al dan niet tezamen met een ander door het gebruik van een valse sleutel een personenauto heeft gestolen, dan wel (subsidiair) op 19 juni 2015 in Maastricht deze personenauto heeft geheeld.

03/720712-16

1.: op 10 mei 2016 in Landgraaf, al dan niet tezamen met een ander heeft geprobeerd

[slachtoffer 1] met voorbedachten rade dood te schieten (primair) dan wel heeft geprobeerd [slachtoffer 1] dood te schieten om zo te kunnen vluchten na een poging een woninginbraak te plegen (subsidiair) dan wel heeft geprobeerd [slachtoffer 1] dood te schieten (meer subsidiair) dan wel heeft geprobeerd een woninginbraak met geweld te plegen (meest subsidiair);

2.: op 10 mei 2016 in Landgraaf, al dan niet tezamen met een ander door een vuurwapen te tonen en te dreigen met geweld, [slachtoffer 2] heeft gedwongen haar auto af te staan;

3.: op 16 maart 2016 in Brunssum, al dan niet tezamen met een ander met geweld en onder bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 3] een diefstal heeft gepleegd.

3 De beoordeling van het bewijs
3.1

Het standpunt van de officier van justitie

03/704591-15

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het tenlastegelegde onder 1., 2., 3., 4. en 5. primair bewezen is.

Ten aanzien van het onder 1. en het onder 2. tenlastegelegde heeft de officier van justitie in de eerste plaats verwezen naar de aangifte door de heer [aangever 1] namens ING Bank N.V. en de aangifte door [aangever 2] van de diefstal van zijn personenauto merk BMW, welke auto is gebruikt om te proberen de deur van het bankgebouw mee te forceren en welke auto vervolgens in brand is gestoken. Voorts heeft de officier van justitie verwezen naar de getuigenverklaringen van [getuige 1] , [getuige 2] , [getuige 3] , [getuige 4] , [getuige 5] en [getuige 6] . Hij heeft verder gewezen op de bevindingen van het forensisch onderzoek. Hieruit blijkt dat de ontploffing is veroorzaakt door een gas of gasmengsel en waaruit blijkt dat er belangrijke aanwijzingen zijn voor het in brand steken van deze auto. Uit het proces-verbaal van bevindingen blijkt dat tijdens de ontploffing en de brand van de auto er algemeen gevaar voor goederen en personen is ontstaan. Uit het forensisch onderzoek is voorts gebleken dat een van de daders over de achter de geldautomaat gelegen kluis is geklommen, waarbij kennelijk diens kleding is beschadigd en een stukje textiel is blijven haken aan een scharnierpunt van de geldautomaat. Op dit stukje textiel is menselijk bloed en epitheel aangetroffen. Het Nederlands Forensisch Instituut heeft na onderzoek aan dat bloed en dat epitheel vastgesteld dat zich in dat bloed en in dat epitheel DNA bevond waarvan het profiel overeenkomt met de DNA-profiel van de verdachte. De officier van justitie heeft voorts verwezen naar een proces-verbaal van de koninklijke Marechaussee, waaruit blijkt dat de verdachte, tezamen met een vriend diezelfde ochtend in Brunssum, slechts een paar kilometer van de plek waar even daarvoor de ontploffing en de brandstichting had plaatsgevonden, is aangetroffen en staande gehouden.

Ten aanzien van het onder 3. tenlastegelegde heeft de officier van justitie verwezen naar een proces-verbaal van doorzoeking, het onderzoek aan de bij die doorzoeking aangetroffen wapens, de aanvraag van de doorzoeking en de verklaring van de verdachte tegenover ambtenaren van de politie en op de terechtzitting van 3 juli 2018, waarbij hij erkent deze wapens voor handen te hebben gehad.

Ten aanzien van het onder 4. en onder 5. tenlastegelegde heeft de officier van justitie verwezen naar een proces-verbaal ter zake een onderzoek van telecommunicatie, waaruit volgens de officier van justitie blijkt dat de verdachte ten tijde dat deze woninginbraak werd gepleegd, in Duitsland was. Daarnaast heeft de officier van justitie verwezen naar de aangifte door [slachtoffer 4] , waaruit blijkt dat op 19 juni 2015 tussen 1.00 uur en 5.00 uur geld en een autosleutel uit de woning en een auto met het kenteken [kenteken 1] is gestolen. Tijdens de doorzoeking op 19 juni 2015 in de woning van de toenmalige vriendin van de verdachte is een parkeerkaartje van parkeergarage genaamd De Colonel in Maastricht aangetroffen met daarop ditzelfde kenteken. Het gestolen voertuig is daarna door de politie in deze parkeergarage aangetroffen. Dat de verdachte, zoals hij heeft verklaard, deze auto na de diefstal daarvan heeft gekocht, acht de officier van justitie niet aannemelijk. Bovengenoemde bewijsmiddelen, in combinatie met de verklaring van de verdachte, inhoudende dat hij bekent dat de gestolen auto zeer kort na de diefstal in zijn bezit is geweest, kunnen naar het oordeel van de officier van justitie een bewezenverklaring dat de verdachte deze woninginbraak heeft gepleegd en vervolgens de auto heeft weggenomen, dragen. De officier van justitie heeft gewezen op de jurisprudentie van de Hoge Raad. De Hoge Raad heeft een arrest van een hof in stand gelaten, waarbij degene die een gestolen voorwerp kort na een inbraak in bezit had, wegens de diefstal van dat voorwerp werd veroordeeld mede op grond van het feit dat hij geen aannemelijke verklaring voor dat bezit kon gegeven.

03/720712-16

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte van het onder 1. primair tenlastegelegde moet worden vrijgesproken. Hij acht het onder 1. subsidiair, het onder 2. en het onder 3. tenlastegelegde bewezen.

Ten aanzien van het onder 1. subsidiair tenlastegelegde heeft de officier van justitie verwezen naar de aangiften en de aanvullende verklaringen van [slachtoffer 5] en
[slachtoffer 1] . Beide aangevers hebben verklaard dat de daders, gekleed als politieagenten, in het bezit waren van een pistool toen zij de woning betraden. De officier van justitie heeft voorts verwezen naar de verklaring van de verdachte en de verklaring van [medeverdachte] , inhoudende dat ze bekennen gekleed als politieagenten naar de woning te zijn gegaan om de aldaar in een plantage aanwezige hennep te stelen. Beide verdachten hebben verklaard dat [medeverdachte] met een pistool heeft geschoten. [medeverdachte] heeft verklaard dat hij heeft geschoten nadat de verdachte zei ‘schiet, schiet’. Ook heeft [medeverdachte] verklaard [slachtoffer 1] met een hamer op het hoofd te hebben geslagen. De verdere verklaring van beide verdachten, inhoudende dat zij geen wapens naar de woning hebben meegebracht of uit de woning hebben meegenomen, acht de officier van justitie niet aannemelijk. De officier van justitie bestempelt deze verklaringen als leugenachtig en heeft in dit verband verwezen naar de getuigenverklaringen van [getuige 7] , [getuige 8] , [getuige 9] en

[getuige 10] . Al deze getuigen hebben verklaard buiten de woning een zwart pistool bij (een van) de verdachten te hebben waargenomen. Rondom de achtergelaten vluchtauto (een BMW) en op de nabijgelegen parkeerstrook is bloed van de verdachte aangetroffen. Zowel naast als in de...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT