Uitspraak Nº 05/232581-19. Rechtbank Gelderland, 2020-05-26

Datum uitspraak:26 mei 2020
Uitgevende instantie::Rechtbank Gelderland
 
GRATIS UITTREKSEL

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer : 05/232581-19

Datum uitspraak : 26 mei 2020

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] 1993 te [geboorteplaats] , wonende te [adres 1] ,

raadsvrouw: mr. W.H. Boer, advocaat te Heerde.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 31 december 2019, 3 maart 2020, 31 maart 2020 en 12 mei 2020.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is na toegewezen vorderingen tot aanpassing van de omschrijving van de tenlastelegging en tot wijziging van de tenlastelegging (314a en 313 Wetboek van Strafvordering) ten laste gelegd dat:

1.

hij op één of meer tijdstip(pen) in de periode van 1 juni 2018 tot en met 26 september 2019 te Nunspeet, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft /hebben verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, een (aanzienlijke) hoeveelheid van (een) stof(fen) en/of materia(a)l(en) bevattende
- Cocaïne en/of
- MDMA
zijnde cocaïne en/of MDMA (telkens) zijnde (een )middel(len) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

2.

hij op één of meer tijdstip(pen) in de periode van 1 juni 2018 tot en met 26 september 2019 te Nunspeet, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft/hebben bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft/hebben gehad,
een (aanzienlijke) hoeveelheid, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj) waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd en/of hennep, zijnde hasjiesj en/of hennep
een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

3.

hij op of omstreeks 30 september 2019 te Harderwijk een wapen van categorie I, onder 7° van de Wet wapens en munitie, te weten een door de Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen voorwerp dat een ernstige bedreiging van personen kon vormen en/of dat zodanig op een wapen geleek dat deze voor bedreiging of afdreiging geschikt was, namelijk een luchtdruk- en/of veerdruk- en/of CO2- wapen gelijkend op een [merk 1] , type [type 1] , kaliber 4,5 mm voorhanden heeft gehad;

4.

hij op één of meerdere tijdstip(pen)in de periode van 27 september 2019 tot en met 30 september 2019, te Harderwijk, in elk geval in Nederland, opzettelijk professioneel vuurwerk, bestemd voor particulier gebruik, te weten
- 10 stuks Gigant Maroons en/of
- 30 stuks Retorno's en/of
- 249 stuks Super Cobra’s en/of

- 72 kilogram bangers/flashbangers type [type 3] en/of

- 16,85 kilogram bangers/flashbangers type [type 2]

heeft opgeslagen en/of voorhanden heeft gehad en/of aan een ander te beschikking heeft gesteld;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op één of meerdere tijdstip(pen)in de periode van 27 september 2019 tot en met 30 september 2019, te Harderwijk, in elk geval in Nederland, opzettelijk als een ander dan een persoon met gespecialiseerde kennis, professioneel vuurwerk, te weten
- 10 stuks Gigant Maroons en/of
- 30 stuks Retorno's en/of
- 249 stuks Super Cobra’s en/of

- 72 kilogram bangers/flashbangers type [type 3] en/of

- 16,85 kilogram bangers/flashbangers type [type 2]

heeft opgeslagen en/of voorhanden heeft gehad.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

Met betrekking tot de feiten 1 en 2:

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het in de gehele periode, van 1 juni 2018 tot en met 26 september 2019, verkopen, afleveren en verstrekken van hard- en softdrugs (feiten 1 en 2).

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak van het dealen in de periode van 1 juni 2018 tot 1 september 2018 en van het bestanddeel “aanzienlijke hoeveelheid” bepleit. Hiertoe is aangevoerd dat verdachte duidelijk heeft verklaard dat hij pas na de vakantie, vanaf september 2018, weer is gaan dealen. Verder ontkent verdachte dat sprake is geweest van het dealen van aanzienlijke hoeveelheden.

Beoordeling door de rechtbank

Op 26 september 2019 is waargenomen dat verdachte, de bijrijder van de [automerk] , in het park [nummer 1] gelegen aan de [adres 2] tweemaal wat uit zijn jaszak haalt, dit aan een ander persoon overhandigt en vervolgens een briefje van die persoon ontvangt.

Verdachte en de bestuurder [naam 1] worden staandegehouden en gefouilleerd. Verdachte is op dat moment in het bezit van een portemonnee met een grote hoeveelheid contant geld (in kleine coupures) en een koplamp met daarin 0,36 gram van een stof die cocaïne bevat (sealbag [nummer 2] , SIN: [nummer 3] ). [naam 1] verklaart dat verdachte meermalen is uitgestapt om drugs te verkopen. De drugs die [naam 1] bij zich heeft – cocaïne en hasj – komen van verdachte. Verdachte noemt zich ook wel [naam 2] of [naam 3] , aldus [naam 1] .2

Naar aanleiding van dit incident en de verklaring van [naam 1] is op meerdere plekken, zoals de woning van de toenmalige partner van verdachte en de woning van zijn vader, binnengetreden en drugs aangetroffen (p. 125 e.v. en p. 131 e.v.). Op 30 september 2019 is ook nader onderzoek gedaan naar de door verdachte gehuurde loods aan de [adres 3] . Hier is onder meer aangetroffen:

  • -

    een mand met (duizenden) lege gripzakjes en een emmer met daarin 250 gram hennep/cannabis (sealbag [nummer 4] );

  • -

    een metalen kist met daarin:

o 127,59 gram bevattende cocaïne (verpakt in sealbag [nummer 5] met SIN-nummer [nummer 6] );

o 12,05 gram van een stof bevattende MDMA (sealbag [nummer 7] met SIN-nummer [nummer 8] );

o 84,95 gram, 243 pillen, bevattende MDMA (sealbag [nummer 9] met SIN-nummer [nummer 10] );

o een hoeveelheid hennep (sealbag [nummer 11] );

o 6 bruine brokken van totaal 538,93 gram cannabis (sealbag [nummer 12] ).3

Verdachte heeft verklaard dat de drugs in de door hem gehuurde garagebox van hem zijn.4

Verdachte heeft verklaard dat hij in de periode van september 2018 tot en met 26 september 2019 zowel cocaïne en MDMA als hennep/cannabis en hasj aan ‘vrienden’ heeft verkocht. Hij heeft verklaard dat dit onder meer aan de afnemers [naam 4] , [naam 5] , [naam 6] en [naam 7] is geweest.5 Hij heeft naar eigen zeggen hoogstens een jaar gedeald. Hij is na de zomervakantie van 2018 begonnen, aldus verdachte. De rechtbank acht dit niet aannemelijk geworden en overweegt daartoe het volgende.

Afnemer [naam 4] heeft verklaard dat hij sinds medio 2018 weer bij [verdachte] (rechtbank: verdachte) koopt. Hij ziet verdachte als een soort vriend. [naam 4] kocht om de dag wel een gram wiet bij verdachte. Verder kocht hij twee-drie keer per maand XTC, twee keer per maand hasj en één keer per maand cocaïne bij verdachte. Dit is gemiddeld in de periode vanaf juni 2018 tot nu, aldus [naam 4] . Tot slot verklaart [naam 4] dat verdachte gebruik maakte van het telefoonnummer [nummer 13] . Hij bestelde via dit nummer wat hij nodig had en verdachte kwam het dan brengen. Hij kocht het ook wel eens ‘op de pof’. Verdachte verkocht ook MDMA, aldus [naam 4] .6

De afnemer [naam 5] verklaart dat hij in de zomer van 2018 voor het eerst drugs bij [naam 2] (telefoonnummer [nummer 13] ) – anderen noemden hem ook wel [naam 3] – heeft gekocht. [naam 5] kocht meestal wiet. Dat haalde [naam 5] wel elke week bij hem. Het was verpakt in een gripzakje. Hij bestelde ook wel eens cocaïne. Twee weken geleden – gerekend vanaf 7 oktober 2019 – kocht hij voor het laatst drugs bij [naam 2] .7

Door de getuigen [naam 6] en [naam 7] is verklaard dat het contact met verdachte is begonnen in december 2017. [naam 6] verklaart dat hij een vaste dealer heeft, [naam 2] , met telefoonnummer [nummer 13] . Hij kocht twee keer per week wiet of hasj bij hem. Ze spraken in [plaatsnaam] af. Het was altijd verpakt. De getuige herkent verdachte van een foto als de persoon die zich heeft uitgegeven als [naam 2] en van wie hij drugs kocht. De afnemer [naam 7] verklaart dat hij sinds december 2017 zijn drugs bij een jongen, [naam 2] met telefoonnummer [nummer 13] , haalt. Over het algemeen kocht hij twee keer per week wiet en hasj bij hem. Het was in dezelfde zakjes als uit de coffeeshop. De getuige heeft ook twee keer cocaïne bij hem gekocht. Dat is in de begintijd geweest. Ook deze getuige herkent verdachte van een foto als de persoon die hij kent als [naam 2] , van wie hij zijn drugs kocht.8 Gelet op al het voorgaande en ook de verklaring van verdachte met betrekking tot het dealen aan deze afnemers, acht de rechtbank bewezen dat verdachte zich heeft uitgegeven als [naam 2] .

Gelet op al het voorgaande acht de rechtbank bewezen dat verdachte in ieder geval in de periode van 1 juni 2018 tot zijn aanhouding op 26 september 2019 heeft gedeald. De rechtbank gaat hierbij voor de vaststelling van de periode uit van de verklaringen van eerder genoemde getuigen/afnemers en gaat voorbij aan de - overigens sterk wisselende - verklaringen van verdachte zelf (geheel ontkennend bij de politie, een erkenning van een dealperiode van drie maanden bij de rechter-commissaris en tot slot ter terechtzitting van een jaar). Verdachte heeft de tenlastegelegde hard- en softdrugs verkocht, afgeleverd, verstrekt en vervoerd. Tot slot kan het bewerken van de softdrugs (van brokken naar kleine hoeveelheden in gripzakjes) worden bewezen. Op...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT