Uitspraak Nº 08/257255-19 (P). Rechtbank Overijssel, 2020-07-23

Datum uitspraak:2020/07/23
Uitgevende instantie::Rechtbank Overijssel
 
GRATIS UITTREKSEL
RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Zwolle

Parketnummer: 08/257255-19 (P)

Datum vonnis: 23 juli 2020

Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum 1] 2001 in [geboorteplaats] ,

wonende te [adres] ,

thans verblijvende: Justitieel Complex Schiphol te Badhoevedorp.

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 4 februari 2020, 14 april 2020 en 9 juli 2020.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. A.E.M. Doedens en van wat door verdachte en zijn raadsvrouw mr. J.H. Rump, advocaat te Zwolle, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte op 25 oktober 2019 te Zwolle heeft geprobeerd [slachtoffer] te doden dan wel heeft geprobeerd [slachtoffer] zwaar te mishandelen.

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

hij op of omstreeks 25 oktober 2019 te Zwolle ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer] opzettelijk van het leven te beroven,

immers heeft hij -verdachte- die [slachtoffer] , meermalen, althans eenmaal, (met kracht) met een mes, althans een daarop gelijkend scherp en/of puntig en/of snijdend voorwerp in de buik, althans het bovenlichaam, gestoken terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling

mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 25 oktober 2019 te Zwolle ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen immers heeft hij -verdachte- die [slachtoffer] , meermalen, althans eenmaal,

(met kracht) met een mes, althans een daarop gelijkend scherp en/of puntig en/of snijdend voorwerp in de buik, althans het bovenlichaam, gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4. De bewijsoverwegingen 1

4.1

Inleiding

In de avond van 25 oktober 2019 vond er te Zwolle op de [straat] een incident plaats, waarbij aangever werd aangetroffen met snij-/steekwonden in zijn buik en zijn linkerhand. Verdachte werd ter plaatse aangehouden. Verdachte heeft verklaard dat hij wel een mes bij zich had, maar dat hij aangever niet met dat mes heeft gestoken.

4.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het primair ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen kan worden. Zij heeft daartoe verwezen naar de aangifte, de letselverklaring en de aanvullende letselinterpretatie en de verklaring van getuige [getuige 1] (hierna: [getuige 1] ).

4.3

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft integrale vrijspraak bepleit. Zij heeft daartoe aangevoerd dat verdachte nooit de bedoeling heeft gehad aangever iets aan te doen. Dat aangever is geraakt met het mes is per ongeluk, onbewust en ongewild gebeurd. Verdachte heeft niet willens en wetens gestoken en zeker niet bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat aangever zou overlijden of zwaargewond zou raken.

4.4

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte het subsidiair ten laste gelegde feit heeft begaan.

De rechtbank overweegt daartoe het volgende.

Aangever heeft in zijn aangifte verklaard dat hij met verdachte en [getuige 1] op weg was naar een vriend en vervolgens, tijdens een worsteling, die uit een geintje plaatsvond, door verdachte moet zijn gestoken in zijn buik. Hij heeft verklaard: “Toen waren we daar een beetje aan het donderjagen, een beetje kloten. Ik pak die jongen bij zijn keel zo.. en hij pakt mij bij de keel. Ik had hem tegen de muur of zo. Doen we wel vaker zo. Die jongen pakt mes. Ik maak een verkeerde beweging en hij maakt een verkeerde beweging, toen voelde ik ineens iets in mijn buik, zo toch. Ik zag allemaal bloed. Dat was het, zo is het precies gebeurd.” En: “Ik drukte hem daarbij met zijn rug tegen een terrasscherm die daar langs het voor-terras van het daar gelegen cafe-restaurant staan. We lachten allebei. Daarbij had ik [verdachte] met mijn rechterhand bij zijn keel gepakt en zo naar achteren gedrukt.”

Vervolgens heeft aangever verklaard: “Ik zag toen dat [verdachte] een zwart ding, een doos of hoe noem je dat, een soort hoes in handen had. Ik zag dat hij daar een donker voorwerp in schoof.” Later in zijn verklaring heeft aangever nogmaals verklaard dat het verdachte was die hem moet hebben gestoken: “Ik ben gestoken toch. Iemand staat voor me en ineens heb ik die gat in mijn buik.” 2

[getuige 1] heeft verklaard dat hij zag dat verdachte een mes in zijn broeksband stopte, hij zag dat aangever schrok en hij zag vervolgens allemaal bloed op de vinger en de buik van aangever. [getuige 1] heeft verklaard dat hij aangever vervolgens hoorde zeggen: ”Heb jij mij nou echt gestoken?”3De verklaring van [getuige 1] wordt ondersteund door de verklaring van getuige [getuige 2] die heeft verklaard dat [getuige 1] hem die bewuste avond belde en hem vertelde dat verdachte aangever had neergestoken.4

Aangever is per ambulance naar het ziekenhuis vervoerd en uit de letselrapportage van de GGD IJsselland van 26 oktober 2019 blijkt dat aangever een diagonaal verlopende wond van ongeveer 2,5 cm lang heeft opgelopen, waarvan de diepte niet is in te schatten.5 Op 20 november 2019 heeft dr. J.H. Aberson van GGD IJsselland een aanvullende letselrapportage gemaakt, waaruit blijkt dat uit de opgevraagde informatie bij de behandelaar is gebleken dat door de steekwond het mes in de buik is doorgedrongen en de lever beschadigd heeft.6 In de bijgevoegde letselinterpretatie concludeert dr. S.J.Th. van Kuijk, forensisch arts bij GGD IJsselland dat de wond is veroorzaakt door een scherp priemend stekend voorwerp.7

Verdachte heeft in eerste instantie bij de politie verklaard dat aangever, na een woordenwisseling met verdachte en wat duw- en trekwerk over en weer, is gevallen op iets scherps. Als verdachte vervolgens wordt geconfronteerd met de verklaring van [getuige 1] dat die heeft gezien dat verdachte een mes wegstopte, verklaart verdachte dat hij wel een mes bij zich had en dat mes heeft getrokken om aangever af te schrikken. Volgens verdachte speelden zij onderling wel vaker met messen, maar liep het nu uit de hand. Verdachte heeft verklaard: “Ik had het mes met mijn rechter hand vast, ter hoogte van het middelste gedeelte van mijn bovenlichaam. Ik had hem met een hand vast en hij had mij met beide handen vast. Hij duwde mij met beide handen iets naar achteren. Ik ging met mijn bovenlichaam wat naar achteren, maar mijn rechter arm met het mes bleef in de houding, zoals die al was, dus die was vooruit gestoken. [slachtoffer] kwam met zijn bovenlichaam naar voren, omdat hij mij dus naar achteren duwde.”8

Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij het mes naast zijn bovenlichaam hield, met het lemmet in de richting van aangever. Verder heeft hij ter zitting verklaard dat, doordat aangever hem bij de keel had en aan het duwen en trekken was aan zijn bovenlichaam, verdachte zijn evenwicht verloor waardoor het mes met een zwaai per ongeluk in de buik van aangever terecht moet zijn gekomen.

Heeft verdachte aangever gestoken?

Vaststaat dat verdachte en aangever in een worsteling verwikkeld waren waarbij zij elkaar vast hadden. Verdachte heeft tijdens die worsteling een mes getrokken en vlak langs zijn bovenlichaam/flank naar voren in de richting van aangever gehouden. Aangever is vervolgens in zijn buik geraakt met het mes dat verdachte op dat moment in zijn hand had. De vraag is nu of verdachte aangever heeft gestoken.

De rechtbank acht het door verdachte ter zitting geschetste alternatieve scenario – dat door het duw- en trekwerk het mes per ongeluk in de buik van aangever zwaaide – ongeloofwaardig. Verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij naar achteren bewoog terwijl zijn hand met het mes in dezelfde houding bleef, en daardoor dus vooruit stak. Dat verdachte een zwaaibeweging heeft gemaakt omdat hij uit balans raakte ligt allerminst voor de hand. Aangever had verdachte immers al met beide handen vast en drukte hem naar achteren, aldus...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT