Uitspraak Nº 08-259054-19 (P). Rechtbank Overijssel, 2020-07-28

Datum uitspraak:2020/07/28
Uitgevende instantie::Rechtbank Overijssel
 
GRATIS UITTREKSEL
RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Zwolle

Parketnummer: 08-259054-19 (P)

Datum vonnis: 28 juli 2020

Verstekvonnis in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1980 in [geboorteplaats] ,

wonende te [adres] .

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 14 juli 2020.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie

mr. L. Grooters en van hetgeen door verdachte en zijn raadsvrouw mr. S.B. Kleerekooper, advocaat te Hoenderloo, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: op 12 oktober 2019 kaarsen, spotjes en een hondentondeuse heeft gestolen bij de [winkel] ;

feit 2: op 21 oktober 2019 kerstverlichting en speelgoedpoppen heeft gestolen bij de [winkel] .

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

1.


hij op of omstreeks 12 oktober 2019 in de gemeente

Deventer dertien, althans één of meer kaarsen, zeven, althans

één of meer spotjes en/of één hondentondeuse, in elk geval

enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te

weten aan de [winkel] , heeft weggenomen met het oogmerk

om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

2.


hij op of omstreeks 21 oktober 2019 in de gemeente

Deventer één of meer verpakkingen kerstverlichting en/of vier,

althans één of meer speelgoedpoppen, in elk geval enig goed,

dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan

de [winkel] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich

wederrechtelijk toe te eigenen.

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De bewijsoverwegingen
4.1

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan.

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van die ten laste gelegde feiten op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank – nu verdachte deze feiten heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit – conform artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering (Sv), zal volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen.1

Ten aanzien van feit 1

1. het proces-verbaal van de terechtzitting van 14 juli 2020, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van verdachte, als bedoeld in artikel 359, derde lid laatste volzin Sv;

2. het proces-verbaal van aangifte van [aangever] van 16 oktober 2019, pagina’s 17 en 18;

3. het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] van 16 oktober 2019, pagina 21;

4. het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 2] van 15 oktober 2019, pagina 23.

Ten aanzien van feit 2

1. het proces-verbaal van de terechtzitting van 14 juli 2020, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van verdachte, als bedoeld in artikel 359, derde lid laatste volzin Sv;

2. het proces-verbaal van aangifte van [aangever] van 23 oktober 2019, pagina’s 28 en 29;

3. het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 3] van 29...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT