Uitspraak Nº 09/748014-15. Rechtbank Den Haag, 2017-12-22

Datum uitspraak:2017/12/22
Uitgevende instantie::Rechtbank Den Haag
 
GRATIS UITTREKSEL
Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 09/748014-15

Datum uitspraak: 22 december 2017

Tegenspraak

(Promisvonnis)

De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officieren van justitie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

BRP-adres: [adres],

thans gedetineerd in de penitentiaire inrichting Heerhugowaard, locatie Zuyder Bos te Heerhugowaard.

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Deze strafzaak is gelijktijdig, maar niet gevoegd, behandeld met de strafzaken tegen de verdachten [medeverdachte 1] (parketnummer 09/748009-15), [medeverdachte 2] (parketnummer 09/748003-16 ) en [medeverdachte 3] (parketnummer 09/748012-15).

In deze zaak hebben pro formazittingen plaatsgevonden op 27 juni 2016, 3 november 2016 en 30 juni 2017 (regiezitting).

De inhoudelijke behandeling heeft plaatsgevonden op 27, 28 en 29 november en 1 december 2017. Het onderzoek ter terechtzitting is gesloten op 8 december 2017.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officieren van justitie mr. D. van der Ven-Laheij en M.A. van der Vlugt en van hetgeen door verdachte en zijn raadsman mr. W.R. Jonk, alsmede door diens waarneemster mr. A.C. Diesfeldt, beiden advocaat te Almere, naar voren is gebracht.

De officier van justitie mr. D. van der Ven-Laheij heeft ter terechtzitting van 3 november 2016 meegedeeld dat zij voornemens is een ontnemingsvordering als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht aanhangig te maken, alsmede dat hiertoe tegen verdachte een strafrechtelijk financieel onderzoek als bedoeld in artikel 126 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) is ingesteld.

2 De tenlastelegging

Wat de verdachte wordt verweten is omschreven in de (deels gewijzigde) tenlastelegging, die als bijlage 1 onderdeel uitmaakt van dit vonnis. De verdachte wordt kort samengevat verweten dat hij:

feiten 1, 2 en 3 (Marktplaats)

zich in de periode van 13 maart 2014 tot en met 26 oktober 2015schuldig heeft gemaakt aan het in vereniging plegen van:

- oplichting door middel van phishing ten aanzien van 319 Marktplaats- of Admarktaccounts (feit 1);

- computervredebreuk ten aanzien ten aanzien van 319 Marktplaats- of Admarktaccounts (feit 2);

- manipulatie van computergegevens ten aanzien van 319 Marktplaats- of Admarktaccounts (feit 3);

feit 4 (BCC)

zich in de periode van 13 maart 2014 tot en met 26 oktober 2015 schuldig heeft gemaakt aan het in vereniging plegen van oplichting van minstens 96 personen met behulp van namaakwebshops die lijken op de webshop van BCC;

feit 5 (MediaMarkt)

zich in de periode van 26 oktober 2014 tot en met 29 juni 2015 schuldig heeft gemaakt aan het in vereniging plegen van oplichting van minstens 68 personen met behulp van namaakwebshops die lijken op de webshop van MediaMarkt;

feit 6 (Dixons)

zich in de periode van 2 juni 2014 tot en met 26 oktober 2015 schuldig heeft gemaakt aan het in vereniging plegen van oplichting van minstens 131 personen met behulp van namaakwebshops die lijken op de webshop van Dixons;

feit 7 (Babboe)

zich in de periode van 15 september 2014 tot en met 26 oktober 2015 schuldig heeft gemaakt aan het in vereniging plegen van oplichting van minstens 46 personen met behulp van namaakwebshops die lijken op de webshop van Babboe;

feiten 8, 9 en 10 (Prijskeurig)

- zich in de periode van 17 mei 2015 tot en met 9 juli 2015 schuldig heeft gemaakt aan

- computervredebreuk ten aanzien van Prijskeurig.nl (feit 8);

- het verwerven en voorhanden hebben van toegangscodes tot geautomatiseerde werken van Prijskeurig.nl (feit 9);

- manipulatie van computergegevens van Prijskeurig.nl (feit 10);

feit 11 (witwassen)

- zich in de periode van 1 juli 2014 tot en met 10 juli 2015 schuldig heeft gemaakt aan het in vereniging plegen van witwassen.

3 Bewijsoverwegingen
3.1

Inleiding

Uit onderzoek in het jaar 2013 en 2014 van het Landelijk Meldpunt Internet Oplichting (hierna: LMIO) naar aanleiding van binnengekomen aangiften en meldingen, bleek dat er op het internet steeds meer namaakwebshops actief waren, die verschenen onder de naam van legitieme bedrijven zoals BCC en MediaMarkt. Klanten belandden op deze sites via (onder andere) Marktplaats.nl (hierna: Marktplaats), waar ze naar producten zochten. Na het klikken op een aantrekkelijke advertentie werden ze met een link doorverwezen naar wat ze dachten dat de site van een te goeder naam en faam bekend staande (web)winkel was. Daar konden ze winkelen zoals dat bij webwinkels normaal is, door goederen in een winkelmandje te doen en vervolgens af te rekenen. Dat gebeurde via iDEAL of door betaling op een bankrekening van een katvanger. De door de kopers bestelde producten, meestal consumentenelektronica zoals telefoons en tablets, werden niet geleverd. Enkele keren werd bovendien in een chatgesprek met meer of minder succes geprobeerd de klanten hun bankgegevens te ontfutselen en hun rekeningen te plunderen. Naar aanleiding van het voorgaande is een opsporingsonderzoek gestart onder de naam 26Meiberg (hierna: onderzoek Meiberg).

Naar het oordeel van de rechtbank kunnen deze feiten als vaststaand worden aangemerkt. Ze hebben ter terechtzitting niet ter discussie gestaan en kunnen zonder nadere motivering dienen als vertrekpunt voor de beoordeling van de bewijsvragen.

Zoals hierna verder zal worden besproken is verdachte [persoon 24] op 2 juli 2015 aangehouden toen hij probeerde geld op te nemen met een pinpas die niet op zijn naam stond en volgens hem gestolen was. Hij heeft toen verklaard dat hij zich bezig hield met oplichting via internet en dat hij dat samen met verdachte deed. Verdachte is vervolgens is op 9 juli 2015 aangehouden.

3.2

Het standpunt van de officieren van justitie

De officieren van justitie hebben ten aanzien van alle aan verdachte tenlastegelegde feiten gevorderd dat wettig en overtuigend bewezen wordt verklaard dat verdachte deze feiten in vereniging heeft begaan. Op hun specifieke standpunten zal hierna - voor zover relevant - nader worden ingegaan.

3.3

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft ten aanzien van alle feiten met uitzondering van schuldwitwassen van de auto vrijspraak bepleit. Op de specifieke (bewijs)verweren van de verdediging zal hierna - voor zover relevant - nader worden ingegaan.

3.4

De beoordeling van de tenlastelegging1

3.4.1

Opbouw

Het onderzoek in deze zaak bestaat voor het grootste gedeelte uit de analyse van gegevens, die zijn aangetroffen op in beslag genomen gegevensdragers zoals telefoons, laptops, USB-sticks en geheugenkaarten en op resultaten van IP-taps. (Een IP-adres is als het ware het internetadres van het gebruikte modem.) De rechtbank zal beginnen met een overweging over de bruikbaarheid van deze gegevens voor het bewijs in het licht van het smartphone-arrest. De rechtbank zal daarna enkele algemene overwegingen wijden aan oplichting en medeplegen. Daarna zal de rechtbank het door de verdediging aangevoerde alternatieve scenario bespreken. Daarna zullen de aan verdachte ten laste gelegde feiten worden besproken.

3.4.2

Het smartphone-arrest

De officieren van justitie hebben, kort gezegd, betoogd dat het Smartphone-arrest (Hoge Raad 4 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:588) van toepassing is en dat er weliswaar sprake is van een vormverzuim als bedoeld in artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv), maar dat met de constatering daarvan kan worden volstaan.

De verdediging heeft zich over dit betoog van de officieren van justitie niet uitgelaten.

Naar het oordeel van de rechtbank staat vast dat er onderzoek aan onder verdachte in beslag genomen gegevensdragers en geautomatiseerde werken heeft plaatsgevonden zonder dat daarvoor toestemming was gegeven door de rechter-commissaris, terwijl dat onderzoek zo diepgravend is geweest dat sprake is van een zeer ingrijpende inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van verdachte. Dit betekent dat sprake is van een schending van het door artikel 8 EVRM beschermde recht op privacy die een onherstelbaar vormverzuim oplevert zoals bedoeld in artikel 359a Sv. Aan de andere kant was er ten tijde van de inbeslagname een serieuze verdenking dat verdachte zich schuldig had gemaakt aan oplichting via internet. Dat betekent dat diepgravend onderzoek aan zijn gegevensdragers en geautomatiseerde werken noodzakelijk was. Daar zullen zich immers bij uitstek de sporen van dergelijke misdrijven bevinden. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de rechter-commissaris voor een dergelijk onderzoek zeker toestemming zou hebben gegeven als die zou zijn gevraagd. Daarom volstaat zij met de enkele constatering dat er jegens verdachte - achteraf gezien - sprake is van een vormverzuim en zal zij daaraan verder geen consequenties verbinden.

3.4.4

Oplichting

In deze zaak is de eerste verdenking van oplichting (feit 1) de volgende. Zakelijke adverteerders op Marktplaats beschikken over een Admarktaccount waarmee ze kunnen adverteren. Aan houders van dergelijke Admarktaccounts zijn e-mails gestuurd, ogenschijnlijk afkomstig van Marktplaats, waarin stond dat er iets aan hun account was veranderd; hun wachtwoord was bijvoorbeeld gewijzigd. Als dat niet klopte, moesten zij op een link klikken en inloggen op hun account. Dat was hun account dan helemaal niet, maar een nagemaakte Marktplaatsomgeving. Op deze manier werden adverteerders hun inloggegevens ontfutseld, waarna op hun account werd geadverteerd voor namaakwebshops. Om de zichtbaarheid van de advertenties te vergroten werd de zogenaamde ‘Cost per Click’ (het bedrag dat de adverteerder betaalt per keer...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT