Uitspraak Nº 13/084052-20 - 13/040647-20 - 13/040953-20. Rechtbank Amsterdam, 2020-07-23

Datum uitspraak:23 juli 2020
Uitgevende instantie::Rechtbank Amsterdam
 
GRATIS UITTREKSEL

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling Publiekrecht

Teams Strafrecht

Parketnummers: 13/084052-20 (A), 13/040647-20 (B) en 13/040953-20 (C) (ter terechtzitting gevoegd) (Promis)

Datum uitspraak: 23 juli 2020

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [land van herkomst 1] op [geboortedag 1] 2001,

ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres [BRP-adres] ,

thans gedetineerd in Penitentiaire inrichting [penitentiaire inrichting] .

Verdachte was bij de behandeling van zijn strafzaak aanwezig.

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 9 juli 2020.

De rechtbank heeft de zaken, die bij afzonderlijke dagvaardingen onder de bovenvermelde parketnummers zijn aangebracht, gevoegd. Deze zaken worden hierna als respectievelijk zaak A, zaak B en zaak C aangeduid.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. G. Dankers en van wat door de raadsvrouw van verdachte mr. A.M. Hillhorst en door de verdachte naar voren is gebracht. Ook heeft de rechtbank kennis genomen van de vorderingen van de slachtoffers [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] .

2 Tenlastelegging

Verdachte wordt - na wijziging - kort gezegd beschuldigd van:

A

1. het medeplegen van een poging tot afpersing en/of de beroving van [slachtoffer 3] en [slachtoffer 2] op 27 maart 2020 te Amsterdam 2. het in bezit hebben van een verboden wapen op 27 maart 2020

B

Primair:

Diefstal van [slachtoffer 4] op 14 februari 2020 te Amsterdam

Subsidiair:

Heling van een telefoon van [slachtoffer 4] op 14 februari 2020 te Amsterdam

C

Diefstal van Peek en Cloppenburg op 14 februari 2020 te Amsterdam

De volledige tenlasteleggingen zijn opgenomen in bijlage I bij dit vonnis en gelden als hier ingevoegd.

3 Waardering van het bewijs
3.1

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie vindt alle feiten wettig en overtuigend bewezen. Verdachte heeft samen met zijn medeverdachte [medeverdachte] geprobeerd de Jumbo te overvallen. Daarnaast heeft verdachte een telefoon en kleding gestolen.

3.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft geen verweer gevoerd over het bewijs.

3.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank komt tot een bewezenverklaring van de feiten in de zaken A en C, op basis van de aangiftes en de bekennende verklaringen van verdachte.

Ten aanzien van het tenlastegelegde in de zaak B

Verdachte wordt ervan verdacht dat hij op 14 februari 2020 de telefoon van [slachtoffer 4] heeft gestolen. Verdachte heeft bekend dat hij met de telefoon van [slachtoffer 4] is weggerend nadat hij deze telefoon van [slachtoffer 4] kreeg. [slachtoffer 4] wilde namelijk drugs kopen en had daar het telefoonnummer van verdachte voor nodig. Verdachte had tegen [slachtoffer 4] gezegd dat hij drugs kon regelen en vroeg vervolgens of hij zijn nummer in de telefoon van [slachtoffer 4] mocht zetten. Nadat [slachtoffer 4] vrijwillig de telefoon aan verdachte had gegeven, is verdachte met de telefoon weggerend. Ook [slachtoffer 4] zelf bevestigt dat hij de telefoon vrijwillig aan verdachte heeft gegeven, omdat verdachte zijn nummer erin wilde zetten. Op het moment dat verdachte de telefoon in handen kreeg, was dit dus met toestemming van de eigenaar, [slachtoffer 4] . Naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte, door vervolgens met de telefoon weg te rennen, zich schuldig gemaakt aan de verduistering van de telefoon. Nu verduistering echter niet ten laste is gelegd, zal verdachte worden vrijgesproken van de ten laste gelegde diefstal en heling van de telefoon.

4 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de bewijsmiddelen in bijlage II bewezen dat verdachte

A:

1

op 27 maart 2020 te Amsterdam, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer 3] (medewerkster servicebalie) en [slachtoffer 2] (kassamedewerkster) te dwingen tot afgifte van geld toebehorende aan Jumbo [filiaal] , gelegen aan [adres 1] ,

en

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen geld, toebehorende aan Jumbo [filiaal] , en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan, te doen vergezellen en te doen volgen van bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 3] en die [slachtoffer 2] , te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en aan zijn mededader de vlucht mogelijk te maken,

- die supermarkt zijn binnen gelopen, zulks terwijl hij, verdachte en zijn mededader, (een deel van) hun gezicht met muts en capuchon bedekt hebben gehouden en

- over een balie zijn gesprongen en

- vervolgens dreigend een mes aan die [slachtoffer 3] en die [slachtoffer 2] hebben getoond en

tegen het lichaam hebben gehouden van die [slachtoffer 3] en met dat mes op de kassa van [slachtoffer 2] hebben geslagen en

- een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op die [slachtoffer 3] en [slachtoffer 1] (beveiliger Jumbo) en die [slachtoffer 2] hebben gericht en

- daarbij dreigend tegen die [slachtoffer 3] en die [slachtoffer 1] hebben gezegd: “Where is the fucking money” en “doe de kassa’s open" en “Snel, snel” en “Open the fucking door" en “Ik heb twee kogels voor jou" en "ik ga je schieten" en “Ik ga je steken";

2

op 27 maart 2020 te Amsterdam een wapen van categorie I, onder 7° van de Wet wapens en munitie, te weten een door de Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen voorwerp dat een ernstige bedreiging van personen kon vormen en dat zodanig op een wapen geleek dat deze voor afdreiging geschikt was, namelijk een airsoft apparaat (model Glock 19) voorhanden heeft gehad;

C:

op 14 februari 2020 te Amsterdam, een of meerdere kledingstukken (met een waarde van 149,-- euro), toebehorende aan Peek & Cloppenburg (filiaal: [adres 2] ), heeft weggenomen

met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

5 De strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

6 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

7 Motivering van de straffen en maatregelen
7.1

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie vindt dat verdachte, ondanks zijn leeftijd, moet worden berecht volgens het volwassenenstrafrecht, conform het advies van de reclassering.

Zij heeft gevorderd dat verdachte voor de door haar bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 4 jaar, met aftrek van voorarrest, waarvan 9 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren. Als bijzondere voorwaarden dienen te worden opgelegd dat verdachte meewerkt aan begeleid wonen, meewerkt aan eventuele ambulante behandeling en meewerkt aan het toezicht van de reclassering.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht om bij de strafoplegging rekening te houden met de omstandigheden waaronder het feit is gepleegd en met de persoonlijke- en leefomstandigheden van verdachte, nu en in het verleden. Het feit is op amateuristische wijze uitgevoerd, er is geen fysiek geweld gebruikt, verdachte heeft niet gedreigd met een echt wapen maar met een neppistool, er is geen materiële schade veroorzaakt voor de Jumbo en het is bij een poging gebleven. Verder is verdachte nog jong, hij is niet eerder veroordeeld, heeft spijt en heeft het inzicht heel asociaal en dom bezig te zijn geweest. Verdachte wil zijn leven een andere wending geven. De raadsvrouw verzoekt aan verdachte een deels voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, waarbij het onvoorwaardelijke deel beperkt blijft tot het voorarrest dan wel tot maximaal 6 maanden, en de bijzondere voorwaarden worden opgelegd zoals door de reclassering zijn voorgesteld, eventueel met een verlengde proeftijd, een en ander gecombineerd met een taakstraf van maximaal 240 uur.

7.3

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT