Uitspraak Nº 13/085176-20 (Promis). Rechtbank Amsterdam, 2020-07-23

Datum uitspraak:23 juli 2020
Uitgevende instantie::Rechtbank Amsterdam
 
GRATIS UITTREKSEL

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Parketnummer: 13.085176.20

[verdachte]

Afdeling Publiekrecht

Teams Strafrecht

Parketnummer: 13/085176-20 (Promis)

Datum uitspraak: 23 juli 2020

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1984,

wonende op het adres [adres] , [woonplaats] ,

thans gedetineerd in [naam] .

Verdachte was bij de behandeling van zijn strafzaak aanwezig.

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 9 juli 2020.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. G. Dankers en van wat verdachte en zijn raadsman mr. L.M.A. Schwartz naar voren hebben gebracht. Ook heeft de rechtbank kennisgenomen van de vordering van het slachtoffer [slachtoffer] , ter zitting vertegenwoordigd door mr. S.J. Jansen.

2 Tenlastelegging

Verdachte wordt - na wijziging - kort gezegd beschuldigd van:

1.

Primair:

Poging tot doodslag van [slachtoffer] op 28 maart 2020

Subsidiair:

Zware mishandeling van [slachtoffer] op 28 maart 2020

Meer subsidiair:

Poging tot zware mishandeling van [slachtoffer] op 28 maart 2020

2.

Mishandeling van [slachtoffer] op 28 maart 2020

3.

Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht van [slachtoffer] op 28 maart 2020

De volledige tenlastelegging is opgenomen in bijlage I die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.

3 Inleiding

Op 27 maart 2020 zijn verdachte, zijn ex-vriendin [slachtoffer] (hierna: aangeefster) samen met anderen in de woning van [getuige 1] (hierna: getuige [getuige 1] ) aan de [adres getuige 1] . Gedurende de avond/nacht wordt er gegeten en gedronken. In de ochtend van 28 maart 2020 wil verdachte vertrekken en vraagt hij aan aangeefster om met hem mee te komen. Aangeefster vertrekt met verdachte uit de woning en wordt even later, na een melding door getuigen, met zichtbaar letsel in haar gezicht door politieagenten aangetroffen op straat. Verdachte loopt op dat moment naast haar. Diezelfde dag doet zij aangifte tegen verdachte van zware mishandeling en bedreiging.

4 Waardering van het bewijs
4.1

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie acht het onder 1 primair, 2 en 3 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.

Verdachte heeft met geschoeide voet tegen het hoofd van aangeefster getrapt. Aangeefster heeft hier letsel aan overgehouden, namelijk een gebroken kaak en meerdere bloeduitstortingen in haar gezicht, waaronder ook bij haar slaap. De verklaring van aangeefster wordt bevestigd door getuige [getuige 2] . Zij heeft gezien dat een man met brute kracht in het gezicht van aangeefster schopte. De omgeving van de slaap is een kwetsbaar gedeelte van het hoofd en het kan levensbedreigend zijn als daar tegenaan wordt getrapt. Om die reden heeft verdachte naar de uiterlijke verschijningsvorm de bewuste aanmerkelijke kans aanvaard dat aangeefster had kunnen komen te overlijden door de trappen die hij tegen haar hoofd heeft gegeven. Verdachte heeft zich om die reden schuldig gemaakt aan een poging tot doodslag.

Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan de mishandeling en bedreiging van aangeefster. Verdachte heeft haar verbaal bedreigd met de bewoordingen “als je niet terugkomt, maak ik je dood” en heeft hierna ook een mes gepakt, waardoor aangeefster zich nog sterker bedreigd heeft gevoeld.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het onder 1 primair en subsidiaire ten laste gelegde feit en het onder 3 ten laste gelegde feit. Ten aanzien van het onder 1 meer subsidiair en het onder 2 ten laste gelegde heeft de raadsman zich gerefereerd.

Er kan niet worden vastgesteld wanneer het letsel van aangeefster is ontstaan. Aangeefster heeft verklaard dat zij zowel binnen de woning als buiten de woning is mishandeld. De mishandeling binnen de woning is echter door niemand waargenomen. Het zou daarom goed mogelijk kunnen zijn dat de gebroken kaak van aangeefster al eerder is ontstaan en niet ten gevolge van het mogelijk trappen van verdachte tegen het hoofd van aangeefster, maar door het slaan van verdachte of door het duwen tegen de muur. Aangeefster heeft ook verklaard dat zij buiten door verdachte op de grond is gegooid, dat verdachte op haar is gaan zitten en dat zij aan haar haren is getrokken. Daar kan de gebroken kaak niet door zijn ontstaan. Verder heeft zij ook niet verklaard hoe verdachte haar zou hebben geschopt. In de letselverklaring wordt helemaal niet gerept over schoppen in het gezicht, slechts over slaan.

Getuige [getuige 2] heeft wel verklaard over het schoppen van verdachte, maar ook zij zegt in eerste instantie niets over schoppen in het gezicht. In een tweede verklaring heeft getuige [getuige 2] verklaard dat verdachte niet heeft geschopt zoals bij voetbal. Het schoppen van verdachte zal dan niet krachtig zijn geweest. Gelet hierop is de raadsman van mening dat niet vastgesteld kan worden dat verdachte door het schoppen tegen het hoofd van aangeefster bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard om aangeefster van het leven te beroven. Daar komt nog eens bij dat verdachte zwaar onder invloed was van alcohol en hij zich niet bewust was van zijn handelingen. Ook de zware mishandeling kan niet bewezen worden nu er geen noodzaak was voor medisch ingrijpen en de genezingsduur ook niet langer dan zes weken bedroeg.

Met betrekking tot de onder 3 ten laste gelegde bedreiging van aangeefster is de raadsman van mening dat haar verklaring niet wordt ondersteund. Er is slechts één andere persoon die hierover heeft verklaard, maar deze getuige [getuige 1] heeft niets verklaard over of verdachte een mes aan aangeefster heeft getoond of heeft voorgehouden. Hij heeft ook niets verklaard over bedreigingen die zouden zijn geuit. Getuige [getuige 1] heeft ook verklaard dat verdachte en aangeefster rustig de woning hebben verlaten en dat aangeefster vrijwillig mee ging. Er is om die reden geen ondersteuning voor de bedreiging, zodat verdachte daarvan moet worden vrijgesproken.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Ten aanzien van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten

Aangeefster heeft in haar aangifte verklaard dat zij in de ochtend van 28 maart 2020 in de woning van getuige [getuige 1] door verdachte is gewekt met de mededeling dat zij met hem mee moest komen. Toen zij aangaf dat zij niet met verdachte mee wilde gaan, heeft hij haar aan haar haren getrokken, tegen de muur gegooid en in haar gezicht geslagen met zijn vlakke hand.

Vervolgens is aangeefster met verdachte naar buiten gegaan, omdat zij naar haar zeggen hoopte dat de politie dan zou komen. Aangeefster heeft verklaard dat verdachte haar buiten op de grond heeft gegooid, boven op haar is gaan zitten en in haar gezicht heeft geslagen. Vervolgens heeft verdachte aangeefster aan haar haren omhoog getrokken, meegesleurd en begon hij haar te schoppen. Hierna gooide verdachte aangeefster voor een tweede maal op de grond en heeft hij haar tegen haar hoofd getrapt, zo verklaarde ze. Dit wordt door omstanders bevestigd. Getuige [getuige 2] heeft verklaard dat zij zag dat een man (verdachte) een vrouw (aangeefster) duwde waardoor de vrouw op de grond viel. Daarna werd de vrouw bij haar haren gegrepen en omhoog getrokken. Vervolgens zag getuige [getuige 2] dat de man meerdere malen de vrouw in haar gezicht sloeg en dat hij haar meerdere malen schopte. In haar tweede verklaring heeft getuige [getuige 2] verklaard dat de man met ongelofelijke brute kracht meerdere keren in het gezicht en tegen het hoofd van de vrouw schopte. De man was volgens getuige [getuige 2] in een complete waas. Ook getuige [getuige 3] heeft bij de politie verklaard dat zij zag dat een vrouw op de grond lag en dat een man bovenop haar lag. De man was zeer hardhandig en getuige [getuige 3] zag dat er een flinke worsteling gaande was. De vrouw was hierbij hard aan het gillen.

Uit de letselverklaring van het ziekenhuis blijkt dat aangeefster meerdere bloeduitstortingen had aan de rechterzijde van haar gezicht en een gebroken kaak heeft opgelopen.

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij niet meer weet wat er die dag is gebeurd, omdat hij veel had gedronken. Hoewel hij bij aankomst van de politie ter plaatse heeft verklaard dat aangeefster zou zijn gevallen, heeft hij later verklaard dat hij het zich allemaal niet kon herinneren. Gelet op de aangifte, in combinatie met de verschillende getuigenverklaringen en het letsel van aangeefster, acht de rechtbank bewezen dat verdachte aangeefster...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT