Uitspraak Nº 13/279366-19 (A) + 13/029522-18 (TUL), 13/262786-19 (B) en 13/262837-19 (C). Rechtbank Amsterdam, 2020-07-29

Datum uitspraak:29 juli 2020
Uitgevende instantie::Rechtbank Amsterdam
 
GRATIS UITTREKSEL
RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS

Parketnummers: 13/279366-19 (A) + 13/029522-18 (TUL), 13/262786-19 (B) en 13/262837-19 (C) (Promis)

Datum uitspraak: 29 juli 2020.

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1998,

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

gedetineerd [detentieplaats] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 15 juli 2020.

De rechtbank heeft de zaken, die bij afzonderlijke dagvaardingen onder de bovenvermelde parketnummers zijn aangebracht, gevoegd. Deze zaken worden hierna als respectievelijk zaak A, zaak B en zaak C aangeduid.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. S.H.S. Kurniawan-Ayre, en van wat verdachte en zijn raadsvrouw, mr. M.H. Aalmoes, naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

Aan verdachte is – kort gezegd – ten laste gelegd dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan:

zaak A:

medeplegen van diefstal met geweld tegen [slachtoffer 1] op 12 juni 2019 in Amsterdam, waarbij onder meer een geldbedrag en meerdere mobiele telefoons uit zijn

woning zijn weggenomen;

zaak B:

medeplegen van diefstal met geweld tegen [slachtoffer 2] op 11 juni 2018 te Amsterdam, waarbij een telefoon is weggenomen;

zaak C:

diefstal met braak op 17 mei 2019 te Amsterdam, waarbij een geldbedrag en goederen uit de auto van [slachtoffer 3] zijn weggenomen.

De tekst van de integrale tenlastelegging is opgenomen in bijlage I die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs
4.1.

Standpunten van de officier van justitie en de raadsvrouw

De officier van justitie

Zaak A

Medeplegen van diefstal met geweld kan worden bewezen. Verdachte had een actieve rol bij het doorzoeken van de woning en hij had een mes voorhanden. Hij heeft zich niet gedistantieerd van het geweld dat door de medeverdachten is uitgeoefend. Verdachte beschikte over daderinformatie en heeft bij de politie een gedetailleerde, bekennende verklaring afgelegd. Van die verklaring dient te worden uitgegaan. Er is geen reden om daaraan te twijfelen. Zijn verklaring komt bovendien op belangrijke punten overeen met de aangifte. Verder heeft de jas die verdachte ten tijde van de aanhouding droeg dezelfde kenmerken als de jas die één van de daders van de overval droeg.

Zaak B

Verdachte dient te worden vrijgesproken wegens gebrek aan overtuigend bewijs. Het staat vast dat er een diefstal met geweld heeft plaatsgevonden, maar verdachte kan hier onvoldoende aan worden gelinkt. Er is onvoldoende steun voor de verklaring van aangeefster dat verdachte één van de daders was. Niet kan worden uitgesloten dat iemand anders dan verdachte op zijn account heeft ingelogd, van daaruit berichten naar aangeefster heeft gestuurd en vervolgens naar haar woning is gegaan.

Zaak C

Het ten laste gelegde feit kan wettig en overtuigend worden bewezen. Ook de diefstal van de jas en de zonnebril kan worden bewezen.

De raadsvrouw

Zaak A

Primair dient verdachte te worden vrijgesproken wegens gebrek aan wettig bewijs, nu er geen andere bewijsmiddelen zijn die zijn bekennende verklaring ondersteunen. Verdachte heeft zich midden in de nacht bij de politie gemeld om zich aan te geven. Er dient rekening te worden gehouden met het scenario dat hij voor iemand anders de schuld op zich neemt. Het enige andere bewijsmiddel is het proces-verbaal van bevindingen waarin de jas van verdachte wordt vergeleken met de jas van één van de personen die op de camerabeelden te zien was. Dit is onvoldoende, omdat veel jonge jongens in Amsterdam Zuid-Oost dezelfde kleding dragen. Subsidiair dient verdachte te worden vrijgesproken omdat medeplegen niet kan worden bewezen. Verdachte heeft niet deelgenomen aan het geweld. Hij was slechts medeplichtig.

Zaak B

Verdachte dient te worden vrijgesproken. De enkelvoudige herkenning van verdachte door aangeefster kan niet voor het bewijs worden gebruikt. Er is geen ander bewijsmiddel dan de verklaring van aangeefster. Het kan niet worden uitgesloten dat één van de meisjes aan wie verdachte zijn inloggegevens heeft verstrekt, gebruik heeft gemaakt van zijn account. Aangeefster heeft verklaard dat [naam verdachte] een gouden ketting droeg. Verdachte draagt nooit een gouden ketting.

Zaak C

De raadsvrouw heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

4.2.

De beoordeling door de rechtbank

4.2.1.

Zaak A

De rechtbank staat allereerst voor de vraag of er voldoende wettig bewijs is. De rechtbank beantwoordt die vraag bevestigend, nu de bekennende verklaring van verdachte door meerdere – in bijlage II uitgewerkte – bewijsmiddelen wordt ondersteund.

De rechtbank heeft op grond daarvan ook de overtuiging gekregen dat verdachte bij de woningoverval betrokken is geweest. Zij overweegt daartoe als volgt.

Allereerst is van belang dat de aangifte op belangrijke punten overeenkomt met de verklaring van verdachte. Zo heeft aangever verklaard dat er drie mannen de woning binnenkwamen. NN1 had een mes in zijn hand en kwam als eerste binnen. Dit komt overeen met de verklaring die verdachte in zijn verhoor bij de politie op 21 november 2019 heeft afgelegd, namelijk dat hij de deur van de woning open trok en een mes in zijn hand had. Verder is op de zitting het door medeverdachte [medeverdachte 1] gemaakte filmpje van de overval afgespeeld. Verdachte heeft verklaard dat hij de persoon op de beelden is die een mes in zijn hand heeft. Op de beelden is te zien dat de dader met het mes een zwarte jas droeg met opvallende groene en blauwe banden. Na de aanhouding van verdachte is zijn zwarte Moncler jas in beslag is genomen, die dezelfde accenten heeft. Toen aan verdachte werd medegedeeld dat zijn jas in beslag was genomen, verklaarde hij spontaan: “dit is de jas die ik ook aan had tijdens het delict. Hoe weten jullie dat ik die jas aan had?” Uit deze verklaring volgt dat sprake is van belangrijke daderinformatie. Verder heeft de moeder van verdachte verklaard dat zij in het bezit is van een Volkswagen Golf met het kenteken [kenteken 1] en dat verdachte regelmatig gebruik maakt van haar auto. In het politiesysteem is verdachte bovendien gekoppeld aan meerdere registraties in combinatie met voorgenoemd voertuig. De politie heeft de camerabeelden bekeken van het [adres 1] , waar medeverdachte [medeverdachte 2] woonachtig is. Verbalisant [naam verbalisant 1] heeft verklaard dat op de beelden te zien was dat een persoon – vermoedelijk [medeverdachte 2] - de trap af kwam lopen en in een donkergrijze Volkswagen Golf stapte. De Volkswagen Golf van de moeder van verdachte komt qua type, kleur, achterlichten en velgen overeen met de Volkswagen Golf die op de camerabeelden van de [adres 1] te zien was. Op basis daarvan rijst het vermoeden dat verdachte [medeverdachte 2] voorafgaand aan de overval heeft opgehaald. Concluderend kan buiten redelijke twijfel worden vastgesteld dat verdachte bij de woningoverval betrokken was.

Vervolgens rijst de vraag of ook medeplegen bewezen kan worden. Voor het bewijs van medeplegen is nodig dat sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking, waaraan verdachte een bijdrage van voldoende gewicht heeft geleverd. In zijn verhoor bij de politie op 21 november 2019 heeft verdachte verklaard dat hij een mes in zijn hand had toen hij de woning binnenging en dat hij aangever met een honkbalknuppel heeft geslagen. Dat verdachte op de zitting heeft verklaard dat hij nog geen mes in zijn hand had bij binnenkomst in de woning en dat hij aangever niet geslagen heeft, doet hier niet aan af. De rechtbank ziet geen reden om te twijfelen aan de inhoud van de verklaring die hij bij de politie heeft afgelegd. Verder heeft verdachte verklaard dat hij heeft geholpen met het doorzoeken van de woning.

Op basis hiervan concludeert de rechtbank dat sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn mededaders en dat verdachte zowel een actieve bijdrage heeft geleverd aan de wegnemingshandelingen als aan het geweld. De rechtbank acht het in zaak A ten laste gelegde feit dan ook bewezen.

4.2.2.

Zaak B

Aangeefster heeft verklaard dat zij haar iPhone 8 op Facebook had aangeboden en een persoon die zich [naam verdachte] noemde hierop heeft gereageerd. Op 11 juni 2018 zou [naam verdachte] de telefoon bij haar in de woning komen ophalen. Op die datum kwam [naam verdachte] samen met een andere man de woning binnen. Uit de aangifte volgt dat [naam verdachte] en de andere man een woordenwisseling kregen over de betaling. Ineens renden beide mannen naar de voordeur. [naam verdachte] had de iPhone in zijn hand. Aangeefster rende achter hen aan en pakte de capuchon van [naam verdachte] vast. [naam verdachte] zwaaide met zijn armen, raakte aangeefster op haar neus en sloeg haar hand tegen de deurpost. [naam verdachte] en de andere man zijn weggevlucht. Aangeefster heeft het Facebook-profiel van [naam verdachte] bekeken en zag hierop dat hij ook een Snapchat-profiel had. Aangeefster heeft [naam verdachte] herkend op een filmpje op Snapchat en op de foto op zijn Facebook-profiel. De politie heeft onderzoek gedaan naar het Facebook-profiel van [naam verdachte] . Hieruit is verdachte als mogelijke dader naar voren gekomen. Verbalisant [naam verbalisant 2] heeft verdachte verhoord en zag dat hij dezelfde persoon is als de persoon op het door aangeefster overhandigde screenshot...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT