Uitspraak Nº 13/994070-18. Rechtbank Amsterdam, 2020-05-28

Datum uitspraak:28 mei 2020
Uitgevende instantie::Rechtbank Amsterdam
 
GRATIS UITTREKSEL
RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS

Parketnummer: 13/994070-18

Datum uitspraak: 28 mei 2020

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige economische strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren in [geboortegegevens] 1985,

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres [adres]

.

1 Onderzoek op de zitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de zitting van 14 mei 2020.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. H.H.M. Beune, en van wat verdachte en zijn raadsvrouw mr. K.C. Hoogmoed, naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat hij zich op 15 november 2018 heeft schuldig gemaakt aan:

1. (medeplegen van) het in Vijfhuizen opslaan en/of voorhanden hebben en/of aan een ander ter beschikking stellen van professioneel vuurwerk bestemd voor particulier gebruik in Vijfhuizen;

subsidiair het in Vijfhuizen opslaan en/of voorhanden hebben van dat professionele vuurwerk in de hoedanigheid van een ander dan een persoon met gespecialiseerde kennis;

2. ( (medeplegen van) het voorhanden hebben van dat vuurwerk buiten een inrichting waarvoor een vergunning is verleend of een melding is gedaan;

2. ( het voorhanden hebben van drie stroomstootwapens in Haarlem.

De gehele tekst van de tenlastelegging is opgenomen in bijlage Ⅰ die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.

3 Waardering van het bewijs
3.1.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van feit 1 en feit 2. Ten aanzien van feit 1 heeft zij zich op het standpunt gesteld dat het primair tenlastegelegde kan worden bewezen, met uitzondering van het ter beschikking stellen. Volgens de officier van justitie moet verdachte worden vrijgesproken van feit 3.

3.2.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte moet worden vrijgesproken van het onder 1 tenlastegelegde ter beschikking stellen van professioneel vuurwerk. Ook feit 3 kan volgens haar niet worden bewezen, zodat verdachte ook van dat feit moet worden vrijgesproken. De overige feiten kunnen volgens de raadsvrouw wel worden bewezen.

3.3.

Oordeel van de rechtbank

3.3.1.

Vrijspraak feit 3

In de woning van verdachte zijn drie stroomstootwapens aangetroffen. Uit het dossier volgt dat de wapens onder de vader van verdachte in beslag zijn genomen en dat deze als rechthebbende afstand heeft gedaan van de wapens. Tijdens de zitting heeft verdachte verklaard dat zijn vader en broer ten tijde van het tenlastegelegde in zijn huis woonden en dat hij toen bij zijn vriendin woonde. De raadsvrouw heeft tijdens de zitting een verklaring van de vader van verdachte overgelegd waarin hij aangeeft dat de wapens niet van verdachte maar van hem waren. De rechtbank is daarom van oordeel dat niet kan worden bewezen dat verdachte deze wapens voorhanden heeft gehad en spreekt verdachte daarvan vrij.

3.3.2.

Feit 1

Vrijspraak aan een ander ter beschikking stellen

Het dossier bevat sterke aanwijzingen dat verdachte zich samen met anderen bezig hield met de verkoop van professioneel vuurwerk, maar op grond van het dossier kan niet worden bewezen dat verdachte vuurwerk op of omstreeks de in de tenlastelegging genoemde datum van 15 november 2018 in Vijfhuizen aan anderen ter beschikking heeft gesteld. Daarom spreekt de rechtbank verdachte vrij van het ter beschikking stellen van professioneel vuurwerk.

Bewijsoverweging voorhanden hebben en opslaan

De rechtbank is van oordeel dat kan worden bewezen dat verdachte samen met anderen professioneel vuurwerk heeft opgeslagen en voorhanden heeft gehad en overweegt daartoe als volgt.

Verdachte is aangetroffen in een loods waar een grote hoeveelheid vuurwerk lag opgeslagen. Bij de loods stonden twee transportbussen; een witte bus van waaruit vuurwerk werd overgeladen in de loods en een blauwe bus waarin ook vuurwerk aanwezig was.

Verdachte heeft verklaard dat hij samen met medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] in de loods aanwezig was om vuurwerk uit te laden. Op grond daarvan kan worden bewezen dat verdachte samen met de medeverdachten de beschikkingsmacht over en de wetenschap had van het ter plaatse aangetroffen vuurwerk en dat hij dit vuurwerk dus samen met anderen voorhanden heeft gehad. De rechtbank rekent hier ook het vuurwerk onder dat in de blauwe bus is aangetroffen. Verdachte heeft verklaard dat hij beide bussen zag staan toen hij aankwam en dat de witte bus klaar stond om te worden uitgeladen. Verder heeft verdachte verklaard dat hij voor 15 november 2018 twee keer eerder vuurwerk had uitgeladen en dat er bij één van die keren ook twee bussen aanwezig waren. Hieruit leidt de rechtbank af dat het niet anders kan dan dat verdachte ook moet hebben geweten dat er vuurwerk lag in de blauwe bus en dat hij hier ook beschikkingsmacht over had, temeer nu uit het dossier er geen andere reden voor de aanwezigheid van die bus volgt dan dat ook die zou worden uitgeladen.

Volgens verdachte is hij door iemand benaderd om het vuurwerk uit te laden. De rechtbank sluit niet uit dat er naast verdachte en medeverdachten ook anderen betrokken waren bij het aangetroffen vuurwerk, mogelijk als eigenaar dan wel als...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT