Uitspraak Nº 14/04743. Hoge Raad, 2016-01-15

Datum uitspraak:15 januari 2016
 
GRATIS UITTREKSEL

15 januari 2016

Eerste Kamer

14/04743

LZ/EE

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

1. [eiseres 1] ,
wonende te [woonplaats] ,

2. [eiser 2] ,
wonende te [woonplaats] ,

EISERS tot cassatie,

advocaat: mr. M.E. Gelpke,

t e g e n

de PROVINCIE ZEELAND,
zetelende te Middelburg,

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: mr. J.P. van den Berg.

Eisers zullen hierna ook worden aangeduid als [eisers] en verweerster als de Provincie.

1 Het geding in feitelijke instantie

Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de vonnissen in de zaak 85397/HA ZA 12-235 van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 24 oktober 2012, 30 januari 2013, 16 juli 2014 en 3 september 2014 (herstelvonnis).

De vonnissen van de rechtbank zijn aan dit arrest gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen het vonnis van de rechtbank van 16 juli 2014 hebben [eisers] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Provincie heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de waarnemend Advocaat-Generaal J.C. van Oven strekt tot vernietiging van het vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 16 juli 2014 en verwijzing.

De advocaat van de Provincie heeft bij brief van 18 september 2015 op die conclusie gereageerd.

3 Beoordeling van het middel
3.1

In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.

  • -

    i) Bij vonnis van 24 oktober 2012 heeft de rechtbank Middelburg vervroegd de onteigening uitgesproken ten name van de Provincie van een gedeelte van het perceel kadastraal bekend gemeente Hontenisse, sectie [A] , nummer [001] (totaal groot: 14.15.95 ha), ter grootte van 13.47.82 ha (grondplannummer [002] ), omschrijving: terrein (akkerbouw). Daarbij heeft de rechtbank het voorschot op de schadeloosstelling voor [eisers] bepaald op € 1.158.337,--.

  • -

    ii) Het vonnis van vervroegde onteigening is op 18 april 2013 ingeschreven in de openbare registers.

  • -

    iii) De onteigening is geschied ten behoeve van de uitvoering van het – per 29 juni 2011 onherroepelijke – bestemmingsplan ‘Perkpolder’ van de gemeente Hulst (hierna: de Gemeente). De basis voor de onteigening is het Koninklijk Besluit van 15 november 2011, no. 11.003028, tot aanwijzing ter onteigening van een onroerende zaak in de Gemeente krachtens art. 78 van Titel IV van de Ow (onteigeningsplan Perkpolder), Stcrt. nr. 2472 van 14 februari 2012.

  • -

    iv) Het bestemmingsplan ‘Perkpolder’ voorziet in de integrale herontwikkeling van het poldergebied ten noorden van de kernen Kloosterzande en Walsoorden in de Gemeente. Deze herontwikkeling is nodig geacht ter versterking van de sociaaleconomische structuur van de regio na de opheffing (in 2003) van de veerdienst Kruiningen-Perkpolder in verband met de ingebruikneming van de Westerscheldetunnel. Het plangebied heeft een oppervlakte van ca. 350 ha en kent vijf deelgebieden.

  • -

    v) Het onteigende ligt in het deelgebied ‘Westelijke Perkpolder’, waarin is voorzien in groenontwikkeling in combinatie met maximaal 50 woningen. Op grond van het bestemmingsplan ‘Perkpolder’ rustte op de peildatum op het onteigende de bestemming ‘Woongebied-2’, met nadere aanduiding ‘wijzigingsbevoegdheid golfbaan’.

  • -

    vi) In het verleden zijn afspraken gemaakt om tot ontwikkeling te komen van de Perkpolder. Tot die afspraken behoort een op 19 december 2007 gesloten bestuursovereenkomst tussen zeven publieke partijen, waaronder de Gemeente, Rijkswaterstaat, de Provincie en het desbetreffende Waterschap, waarin onder meer is afgesproken dat de Gemeente en de Provincie de inspanningsverplichting op zich nemen om tijdig de planologische kaders te scheppen voor het conform het schetsontwerp en uitwerkingen daarvan realiseren van het ‘Deelproject’, dat in beginsel door Gemeente en Provincie via een publiek-private samenwerking zou worden ontwikkeld en gerealiseerd, waarbij de Gemeente en de Provincie samen voor 50% zouden deelnemen in een nog op te richten entiteit. Dit Deelproject voorzag onder meer in de bouw van zogenoemde deeltijdwoningen in het deelgebied Westelijke Perkpolder, waarvan het onteigende deel uitmaakt.

3.2.1

Op grond van de hiervoor in 3.1 onder (vi) vermelde afspraken zijn de door de rechtbank benoemde deskundigen tot de conclusie gekomen dat ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan op 20 november 2008 reeds sprake was van een (voldoende) concreet plan voor de ontwikkeling en realisatie van het Deelproject (en daarmee ook van het deelgebied ‘Westelijke Perkpolder’) als plan voor het werk waarvoor onteigend wordt, dat het bestemmingsplan ‘Perkpolder’ beschouwd moet worden als een onderdeel van het plan voor het werk waarvoor onteigend wordt en dat daarom bij de waardering van het onteigende de daarop ten tijde van de peildatum rustende bestemming dient te worden...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT