Uitspraak Nº 14/810569-05. Rechtbank Noord-Holland, 2022-10-25

CourtRechtbank Noord-Holland (Neederland)
ECLIECLI:NL:RBNHO:2022:9518
Date25 Octubre 2022
Docket Number14/810569-05
RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf

Locatie Alkmaar

Meervoudige kamer

Parketnummer: 14/810569-05

Uitspraakdatum: 25 oktober 2022

Beslissing ex artikel 6:6:10 eerste lid Sv

op de vordering van de officier van justitie tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling van

[betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum] 1975 te [geboorteplaats] ,

thans verblijvende in [FPC] ,

hierna: betrokkene,

met twee jaar.

1 De procedure

Bij vonnis van deze rechtbank van 14 november 2006 is aan betrokkene de maatregel van

terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege opgelegd, wegens, kort

weergegeven, verkrachting. Voornoemd vonnis is bij arrest van het gerechtshof Amsterdam

van 3 augustus 2007 bevestigd. Bij arrest van de Hoge Raad van 27 januari 2009 is

betrokkene in zijn cassatieberoep tegen voornoemd arrest niet-ontvankelijk verklaard.

De termijn van de terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege nam

een aanvang op 5 oktober 2009.

De termijn is laatstelijk verlengd bij beslissing van deze rechtbank van 1 oktober 2021 met één jaar.

De onderhavige vordering is op 17 augustus 2022 bij de rechtbank ingediend.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de processtukken, waaronder:

  • -

    een advies als bedoeld in artikel 6:6:12, lid 1, aanhef en onder a van het Wetboek van Strafvordering (Sv), gedateerd 26 juli 2022, afkomstig van [FPC] (hierna: de kliniek) en ondertekend door [naam 1] , eerste geneeskundige en [naam 2] , directeur behandeling;

  • -

    een afschrift van de aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van betrokkene als bedoeld in artikel 6:6:12, lid 1, aanhef en onder b Sv;

  • -

    adviezen van twee onafhankelijke gedragsdeskundigen zoals bedoeld in artikel 6:6:12, lid 3 Sv, te weten een advies gedateerd 30 mei 2022, opgemaakt door B. van Giessen, klinisch psycholoog, en een advies gedateerd 11 augustus 2022, opgemaakt door M.A. Westerborg, forensisch psychiater.

Op 11 oktober 2022 is de vordering op een openbare terechtzitting behandeld. De betrokkene is gehoord, alsmede de deskundige van de kliniek, te weten S. Castilla Carrasco. Verder waren aanwezig de officier van justitie en de raadsman van de betrokkene, mr. M. Berbee, advocaat te Den Helder.

Van het verhandelde tijdens deze zitting is afzonderlijk proces-verbaal opgemaakt.

2 Het advies van de kliniek

Het advies van de kliniek houdt, voor zover relevant, het volgende in:

Bij patiënt is sprake van schizofrenie, zwakbegaafdheid, misbruik van meerdere middelen (in remissie, in een gereguleerde omgeving) en een andere gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis met antisociale en narcistische trekken. De schizofrenie is onder controle door medicatie. Daardoor is het gevaarscriterium op dit moment, in de huidige setting sterk afgenomen ten opzichte van de tijd dat hij op straat leefde en zwaar onder invloed psychotisch ontregelde en seksueel ontremd raakte. De externe structurering, toezicht en begeleiding heeft effect en patiënt leidt nu al lange tijd een regelmatig en delictvrij bestaan binnen de kliniek. Patiënt uit zich al geruime tijd ongemotiveerd voor behandeling. Patiënt vindt dat hij lang genoeg “binnen” heeft gezeten, wil vertrekken naar Somalië en zijn tbs laten beëindigen. Het effect van eerdere gevolgde therapieën blijft gering gezien de beperkte intellectuele vermogens van patiënt en zijn beperkte leerbaarheid. Hij neemt trouw zijn medicatie, maar ziekte-inzicht is beperkt. Hij weet echter wel dat hij geen middelen moet gebruiken om recidive te voorkomen en dit voornemen lijkt hij de laatste tijd vol te houden.

De afgelopen periode is opnieuw getracht om onderliggende delictdynamieken verder inzichtelijk te maken middels een delictanalyse en seksuele anamnese. Patiënt blijft het delict ontkennen waardoor een delictanalyse niet gelukt is. Wat betreft de seksualiteit blijkt er sprake te zijn van een verstoorde seksualiteitsbeleving waarvoor seksuologische behandeling geïndiceerd is om risico op recidive te voorkomen. Wat betreft de seksualiteitsbeleving is

opvallend dat patiënt zijn relaties beschrijft in termen van seks en seksualiteit. Hij koppelt actief de kwaliteit van de relatie aan de frequentie van seksuele interacties. Tevens heeft hij ook onrealistische verwachtingen als het aankomt op de hoeveelheid seksuele interactie en een onrealistische wens ten aanzien van het verlangen/de opwinding van de vrouw. Er is twijfel of patiënt in geval de realiteit anders is dan zijn verwachtingen, in de toekomst vanuit consensualiteit zal handelen, waarbij het risico op nieuwe grensoverschrijdingen op dat...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT

VLEX uses login cookies to provide you with a better browsing experience. If you click on 'Accept' or continue browsing this site we consider that you accept our cookie policy. ACCEPT