Uitspraak Nº 16/00323. Gerechtshof Amsterdam, 2017-03-21

ECLIECLI:NL:GHAMS:2017:1505
Date21 Marzo 2017
Docket Number16/00323
CourtGerechtshof Amsterdam (Nederland)
GERECHTSHOF AMSTERDAM

kenmerk 16/00323

21 maart 2017

uitspraak van de derde meervoudige belastingkamer

op het hoger beroep van

[X] B.V., belanghebbende,

gemachtigde: mr. H.H. Drijer en mr. S. Pancham (KDPS International Tax Counsel) te Rotterdam,

tegen de uitspraak van 21 juni 2016 in de zaak met kenmerk HAA 15/25 van de rechtbank Noord-Holland (hierna: de rechtbank) in het geding tussen

belanghebbende

en

de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.

1 Ontstaan en loop van het geding
1.1.

De inspecteur heeft met dagtekening 15 maart 2014 voor het jaar 2010 aan belanghebbende een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd, na verrekening van
€ 558.225 verlies van één dan wel meerdere voorgaande jaren, berekend naar een belastbaar bedrag van € 3.884.399. Gelijktijdig is bij afzonderlijke beschikking heffingsrente in rekening gebracht.

1.2.

Na daartegen gemaakt bezwaar heeft de inspecteur bij uitspraak van 18 november 2014 de aanslag en de beschikking heffingsrente gehandhaafd.

1.3.

De rechtbank heeft bij uitspraak van 21 juni 2016 het beroep ongegrond verklaard.

1.4.

Belanghebbende heeft tegen deze uitspraak op 29 juli 2016 hoger beroep ingesteld en dat bij brief van 12 augustus 2016 gemotiveerd. De inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.

1.5.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 8 februari 2017. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt dat met deze uitspraak wordt meegezonden.

2
2. Feiten
2.1.

De rechtbank heeft in haar uitspraak – waarin belanghebbende en de inspecteur telkens zijn aangeduid als ‘eiseres’ respectievelijk ‘verweerder’ – onder meer de volgende feiten vastgesteld.

“1. Eiseres is een naar Nederlands recht opgerichte besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid.

2. Eiseres houdt 99,43341% van de aandelen in TOO [A] (hierna: [A] ), gevestigd te Kazachstan .

3. De algemene vergadering van aandeelhouders van [A] (hierna: de ava) heeft op 22 april 2010 besloten een dividend uit te keren van in totaal 9.859.110.066 Kazachse tenge (hierna: KZT) inclusief 5% bronheffing, waarvan KZT 9.803.249.334 aan eiseres. De ava heeft in dezelfde vergadering tevens besloten dat de schulden van eiseres aan [A] geherstructureerd zullen worden door verrekening met het dividend. De notulen van de ava luiden in dit verband:

“6.1. It is resolved to approve the restructuring of the [X] B.V. payables due to TOO " [A] ” as per the Promissory Note dd. Ma[r]tch 29th, 2002 in amount of 61 208 239,00 (…) US Dollars, and as per the [A] Contract # 0507 dd. May 8th, 2007 on provision of Temporary Financial Assistance in amount of 510 000,00 (…) EURO, by offsetting the part of the [A] retained earnings in the amount of 9 803 249 334,00 (…) tenge (including tax of 5%) due to [X] B.V. (“Transaction”). The rest of the amount due to [X] B.V. shall be paid via wire transfer to [X] B.V. bank account.”

(…)

5. Eiseres heeft op 22 april 2010 een dividendvordering op haar balans opgenomen van
€ 47.353.876,38 (het dividend van KZT 9.803.249.334 verminderd met 5% bronheffing ten bedrage van KZT 490.162.467 = KZT 9.313.086.868 tegen een wisselkoers per 22 april 2010 van € 1 = KZT 196,67). De winst- en verliesrekening van eiseres laat ultimo 2010 een koerswinst in verband met het dividend zien van € 4.823.203,00.

6. Op 20 mei 2010 hebben eiseres en [A] een 'Set-off Contract’ ondertekend, waarin is vastgelegd dat ter voldoening van wederzijds bestaande verplichtingen, verrekening zal plaatsvinden van het door [A] aan eiseres te betalen dividend met een schuld van
€ 510.000 en met een schuld van USD 61.208.239,27 van eiseres aan [A] en dat het restant van het dividend uiterlijk 22 mei 2010 door [A] zal worden gestort op de bankrekening van eiseres. Voorts is hierin vastgelegd dat de wijze waarop een en ander zal worden uitgevoerd - waaronder begrepen de te hanteren wisselkoersen - wordt vastgelegd in een Set-off Act. Het ‘Set-off Contract’ bepaalt voorts, voor zover hier van belang:

“1.3. Since the moment of this Set-Off Contract and Set-off Act signing by the Authorized Parties Representatives, mutual debts shall be deemed as settled, and the Parties have no claims to each other within Set-off amount.”

7. Op 20 mei 2010 is door eiseres en [A] tevens de ‘Set-off Act’ ondertekend, waarin onder meer is vastgelegd:

“In the performance of the Set-off Contract made between the Parties on 20 May 2010

Valsera shall transfer a part of dividends for the total amount of KZT 9,059,873,053.70 (…), and [A] shall accept them for debt liquidation of received Temporary Financial Assistance under Contract # [A] -0507 dated May 8th, 2007 and liabilities under Promissory note dated 29 March, 2002 as follows:

(1) Amount of KZT 91,029,900.00 (…) equivalent of EUR 510,000.00 (…) under Contract # [A] -0507 dated 8 May 2007 in accordance with NBRK exchange rate as of the date of the set-off act signing.

(2) Amount of KZT 8,968,843,153.70 (…) equivalent of USD 61,208,238.27 (…) under the Promissory Note dated 29 March 2002, in accordance with NBRK exchange rate as of the date of the set-off act signing.

Exchange rate KZT/USD fixed by the RoK National Bank at the date of Set-off Act signing equal to 1 US Dollar = 146.53 Tenge.

Exchange rate KZT/EUR fixed by the RoK National Bank at the date of Set-off Act signing equal to 1 EUR = 178.49 Tenge.”

8. Ter uitvoering van het ‘Set-off Contract’ en de ‘Set-off Act’ heeft [A] op 21 mei 2010 € 1.350.761 per bank aan eiseres betaald.

9. Eiseres heeft haar aangifte vennootschapsbelasting 2010 (hierna: de aangifte) ingediend naar een belastbare winst en een belastbaar bedrag van -/- € 380.579. In de aangifte is een valutaresultaat in verband met het dividend van [A] ten bedrage van € 4.823.203 geëlimineerd uit de fiscale winst.

10. Met dagtekening 15 maart 2014 is de aanslag vastgesteld. Daarbij is de belastbare winst zoals vermeld in de aangifte met € 4.823.203 gecorrigeerd tot € 4.442.624 en is het belastbaar bedrag – als gevolg van verliesverrekening – vastgesteld op € 3.884.399.

11. Met dagtekening 22 maart 2014 is de aanslag als gevolg van verdere verliesverrekening (carry-back van het verlies van het jaar 2011) verminderd. Het belastbaar bedrag voor 2010 is daarbij vastgesteld op € 3.428.093.”

2.2.

De hiervoor vermelde feiten zijn door partijen op zichzelf niet betwist. Het Hof zal ook van deze feiten uitgaan, zij het dat het daarbij in het midden zal laten of TOO [A] (hierna: [A] ) een vennootschap is waarvan – als vermeld in artikel 13, tweede lid, onderdeel a, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (hierna: de Wet) – het kapitaal geheel of ten dele in aandelen is verdeeld, en dat het ervan zal uitgaan dat belanghebbende op 22 april 2010 een dividendvordering op [A] van € 47.353.876,38 in haar administratie (grootboekrekening) heeft opgenomen en dat er op genoemde datum geen balans is opgemaakt. Het Hof voegt hier nog de volgende feiten aan toe.

2.3.

In de ‘Minutes of the ordinary general meeting of the participants of [ [A] ]’ van 22 april 2010 is voorts onder meer het volgende vermeld:


Re item V of the Agenda, the Chairperson of the Meeting proposed to approve the restructuring of the [belanghebbende] payables due to Partnership as per Promisory Note dd. March 29th, 2002 in amount of 61 208 239,00 (…) US Dollars, and as per the [A] Contract # 0507 dd May 8th, 2007 on provision of Temporary Financial Assistance in amount of 510 000,00 (…) EURO, by offsetting the part of the Partnership retained earnings in the amount of 9 803 249 334,00 (…) tenge (including tax of 5%) due to [belanghebbende]. The rest of the amount due to [belanghebbende] shall be paid via wire transfer to [belanghebbendes] bank account.
(…)
The Chairperson of the Partnership raised the V issue of the agenda on voting.
(…)
The Chairperson of the Meeting proposed to note the voting results.
Considering the voting results, unanimously;”

[Hof: volgt het in onderdeel 3 van de rechtbankuitspraak opgenomen punt 6.1]

2.4.

In een brief van mr. H.H. Drijer (gemachtigde) aan de inspecteur van 17 februari 2014 is onder meer het volgende vermeld:


“3. Koerswinst van EUR 21.976.371 op 10a-lening
[Belanghebbende] had een 10a Wet Vpb schuld aan [A] met een nominale waarde van USD 61.208.238 van 29 maart 2002 tot 22 april 2010 in de fiscale aangifte opgenomen. (…)
Dit betekent dat de rente niet aftrekbaar is, maar dat valutaresultaten onbelast zijn op basis van HR 24 februari 2012, nr. 10/03465 (…).
Als gevolg van de waardevermindering van de USD ten opzichte van de Euro, gedurende de periode vanaf 29 maart 2002 tot 22 april 2010, is er een koerswinst van EUR 21.976.371 gerealiseerd, die vrijgesteld is vanwege het bepaalde in artikel 10a Wet Vpb.”

2.5.

In overeenstemming met de in onderdeel 7 van de uitspraak van de rechtbank vermelde gegevens heeft de inspecteur in zijn verweerschrift in hoger beroep het door belanghebbende op de dividendvordering gerealiseerde koersresultaat als volgt berekend:


“3.17. Belanghebbende behaalt door de verrekening op 20 mei 2010 een koerswinst van EUR
4.692.064 (KZT 9.059.873.053 [Hof: KZT 91,029,900.00 + KZT 8,968,843,153.00] *
(1/178,49 -/- 1/196,67)).

3.18.

De tegenwaarde in EUR van de resterende vordering ad. KZT 253.253.814 wordt op 21
mei 2010 per bank betaald aan belanghebbende. Belanghebbende hanteert hierbij een
koers van EUR 1 = KZT 187,46 en maakt een bedrag van EUR 1.350.761 over
(rekening houdend met een bedrag van KZT 253.213.814).

3.19.

Belanghebbende behaalt door de aflossing op 21 mei 2010 een koerswinst van EUR
131.401 (KZT 253.213.814 * (1/178,457 -/- 1/196,67). Dit resulteert in een totale
koerswinst van EUR 4.823.465 (= EUR 4.692.064 + EUR 131.401).

3.20.

...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT

VLEX uses login cookies to provide you with a better browsing experience. If you click on 'Accept' or continue browsing this site we consider that you accept our cookie policy. ACCEPT