Uitspraak Nº 16/013704-20 en 13-741004-18 (tul) (P). Rechtbank Midden-Nederland, 2020-07-24

Datum uitspraak:24 juli 2020
Uitgevende instantie::Rechtbank Midden-Nederland
 
GRATIS UITTREKSEL
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummers: 16/013704-20 en 13-741004-18 (tul) (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 24 juli 2020

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1999 te [geboorteplaats] ,

ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres

[adres 1] , [postcode] te [woonplaats] ,

thans gedetineerd te [verblijfplaats] .

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 24 april 2020 en 10 juli 2020. De verdachte is in persoon verschenen en heeft zich ter terechtzitting laten bijstaan door mr. K.H.T. van Gijssel, advocaat te Amsterdam.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. G.A. Hoppenbrouwers en van wat verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.

2 TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Feit 1

Primair: zich op 14 januari 2020 te Amersfoort samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan diefstal uit een woning waarbij goederen toebehorende aan [slachtoffer 1] zijn weggenomen;

Subsidiair: zich op 14 januari 2020 te Amersfoort samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan heling van een autosleutel en/of een witte tas en/of een uniformbroek en/of uniformjas en/of schoenen en/of parfum en/of sieraden en/of een bewegingscamera;

Feit 2

Primair: zich op 14 januari 2020 te Amersfoort samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan diefstal van een personenauto en/of autosleutel, toebehorende aan [slachtoffer 2] ;

Subsidiair: zich op 14 januari 2020 te Amersfoort samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan heling van een personenauto en/of autosleutel toebehorende aan [slachtoffer 2] .

3 VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 WAARDERING VAN HET BEWIJS
4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het onder feit 1 primair ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen. In de auto waarin verdachte en zijn medeverdachten reden zijn goederen aangetroffen die kort daarvoor waren gestolen. Uit het vergelijkend sporenonderzoek volgt dat bij de inbraak, genoemd onder feit 1, twee schoensporen zijn aangetroffen. Dit is een belangrijk element nu de schoenafdruksporen zijn veroorzaakt met schoenen, soortgelijk aan de schoenen van verdachte respectievelijk de schoenen van één van de medeverdachten.

Ten aanzien van feit 2 acht de officier van justitie het subsidiair ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen en verzoekt verdachte vrij te spreken van het primair ten laste gelegde. Verdachte is niet op de plaats delict aangetroffen maar wel zijn er goederen van de diefstal van feit 2 aangetroffen in de auto waarin verdachte zat.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft primair vrijspraak bepleit van het onder feit 1 primair en feit 2 primair ten laste gelegde.

Verdachte wist niet dat de auto gestolen was. Hij werd door de medeverdachten kort voor de aanhouding opgehaald op station [plaatsnaam 1] . Het tegendeel van die verklaring is niet gebleken. Het was de medeverdachte die reed en verdachte zat als passagier in de auto. Verdachte is niet gezien bij het stelen van de auto of bij de woninginbraak. Het vermoeden dat hij en de medeverdachten eerder op die dag samen waren is nergens op gebaseerd. Met betrekking tot feit 1 beroept de officier van justitie zich op de schoensporen die in de woning zijn aangetroffen. Bij het vergelijkend schoensporenonderzoek konden echter geen specifieke kenmerken worden vastgesteld. Het gaat om fragmenten van schoenzoolafdrukken. De schoenen van mijn cliënt hebben een slijtagepatroon. Dit is niet terug te zien op de aangetroffen sporen. Niet kan worden vastgesteld dat het gaat om dezelfde schoenen. Dat verdachte in de auto zou hebben gezeten maakt nog niet dat er sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking. Er is niet gebleken van eerder contact of een plan. De politie heeft hier ook geen nader onderzoek naar gedaan.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Bewijsmiddelen 1

Feit 1

[slachtoffer 1] heeft aangifte gedaan en het volgende verklaard:

‘Op 14 januari 2020 heb ik de woning aan [adres 2] in [plaatsnaam 1] verlaten. Op 14 januari 2020 te 20:45 uur kwam ik bij de woning. Ik zag dat er in de woning was ingebroken en dat er enig goed was weggenomen. Ik zag namelijk dat het raam opengebroken was aan de achterzijde.2 (…)

Bijlage goederen: Diverse kleding (nieuw), weggenomen in witte "retrobag", paspoort, cosmetica, sieraden3, geld: 600 EUR, geld: 350 GBP, luidspreker (…).’4

[A] heeft het volgende verklaard:

‘Op dinsdag 14 januari 2020 omstreeks 18.00 uur was ik in mijn woning, gevestigd aan [adres 3] te [plaatsnaam 1] . Ik hoorde opeens een soort harde breekgeluiden. Ik hoorde dat het vanaf de achterzijde van mijn woning kwam. Het klonk alsof er iets met veel geweld gebeurde, een soort harde breekgeluiden.’5

Verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 2] hebben het volgende verklaard:

‘De dader(s) hebben aan de achterzijde van de woning, door met een schroevendraaier en een breekijzer in de sluitnaad van het raam en het raamkozijn te wrikken, een raam opengebroken.’6

Op het kozijn van het inklimraam is een schoenspoor aangetroffen. Dit schoenspoor is veilig gesteld en voorzien van het unieke Sporen Identificatie Nummer (hierna: SIN) AAMO5443NL.7

Verbalisanten [verbalisant 11] en [verbalisant 12] hebben het volgende verklaard:

‘Op 3 februari 2020 ontving ik:

[A] Een paar schoenen het merk Nike, maat 44,5 en voorzien van SIN AAMFI7575NL, inbeslaggenomen onder [verdachte] ;

(…)

[C] Een paar schoenen het merk Nike, type Running Zoom Fly SP, maat 45 en voorzien van SIN AAMFI7577NL, inbeslaggenomen onder [medeverdachte 2] .

Het schoenafdrukspoor 1 [voorzien van SIN AAMO5443NL, rechtbank] toont twee fragmenten, hierna te noemen schoenafdrukspoor 1.1 en schoenafdrukspoor 1.2.

Het schoenafdrukspoor 1.1 toont een afdruk van de zool van een schoen met een profiel bestaand uit geometrische vormen, zowel blokken als lijnen.

Het schoenafdrukspoor 1.2 toont een afdruk van de zool van een schoen met een profiel bestaand uit vierkante blokken.8

Op grond van het vergelijkend schoensporenonderzoek concluderen wij, dat:

- het schoenafdrukspoor [1.1 ] is veroorzaakt met een schoen, soortgelijk aan de schoenen [C]. Door het ontbreken van karakteristieke overeenkomsten kon niet worden vastgesteld, dat het spoor daadwerkelijk is veroorzaakt met de linkerschoen [C].

- het schoenafdrukspoor [1.2] is veroorzaakt met een schoen, soortgelijk aan de schoenen [A]. Door het ontbreken van karakteristieke overeenkomsten kon niet worden vastgesteld, dat het spoor daadwerkelijk is veroorzaakt met een van de schoenen [A].9

Feit 2

[slachtoffer 2] heeft aangifte gedaan en het volgende verklaard:

‘Ik ben de eigenaar van een personenauto van het merk BMW, voorzien van het kenteken [kenteken] . Op 14 januari 2020 parkeerde ik mijn auto te [plaatsnaam 1] . Even later, omstreeks 18.45 uur wilde ik vertrekken. Ik zag links voor de woning een jongen staan. Ik zag dat zij (de rechtbank begrijpt: de moeder van aangever) werd aangesproken door die jongen.10 Ik ben in de tussentijd, toen mijn moeder met die jongen sprak, naar boven gelopen via de trap in de hal bij de voordeur. De voordeur bleef toen openstaan. Ik wilde mijn autosleutels pakken maar ik kon ze niet vinden. Ik hoorde toen plotseling een auto starten voor de woning van mijn ouders. Wij zagen dat mijn auto wegreed. Ik zag dat er een manspersoon in mijn auto weg reed.’11

Feit 1, feit 2

Verbalisanten [verbalisant 4] en [verbalisant 5] hebben het volgende verklaard:

‘Op dinsdag 14 januari 2020 kregen wij de melding van de meldkamer dat omstreeks 19.56 uur een voertuig door de ANPR (automatic numberplate registration) camera was gereden op de rijksweg A1 rechts ter hoogte van [plaatsnaam 3] in de richting van [plaatsnaam 4] . Het voertuig wat door de genoemde ANPR-camera was gereden betrof een BMW 5 serie met Nederlands kenteken [kenteken] (…).’12

Verbalisanten [verbalisant 6] en [verbalisant 7] hebben het volgende verklaard:

‘Ik, verbalisant [verbalisant 6] , zag dat bij de BMW met kenteken [kenteken] , de voor- en achterportier aan de rechterzijde open gingen. Ik zag dat er twee personen uitstapten. Ik, verbalisant [verbalisant 6] , zag dat deze twee personen in de rechter richting vanuit de BMW gezien weg renden. Ik heb deze bevindingen doorgegeven aan de overige collega's via de mobilofoon. Ik, verbalisant [verbalisant 6] , zag dat het bestuurdersportier open ging. Ik zag dat er een persoon uitstapte. Ik, verbalisant...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT