Uitspraak Nº 16/013714-20 en 16/148156-20 (gev. ttz) (P). Rechtbank Midden-Nederland, 2020-07-24

Datum uitspraak:2020/07/24
Uitgevende instantie::Rechtbank Midden-Nederland
 
GRATIS UITTREKSEL
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummers: 16/013714-20 en 16/148156-20 (gev. ttz) (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 24 juli 2020

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 2001 te [geboorteplaats] ,

wonende aan de [adres 1] , [postcode] te [woonplaats] ,

thans gedetineerd te [verblijfplaats] .

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 10 juli 2020. De verdachte is in persoon verschenen en heeft zich ter terechtzitting laten bijstaan door mr. B.A.F. van Drimmelen, advocaat te Amsterdam.

De rechtbank heeft de zaken, die bij afzonderlijke dagvaardingen onder de bovenvermelde parketnummers zijn aangebracht, gevoegd.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. G.A. Hoppenbrouwers en van wat verdachte en de raadsvrouw naar voren hebben gebracht.

2 TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Parketnummer 16-013714-20

Feit 1

Primair: zich op 14 januari 2020 te Amersfoort samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan diefstal uit een woning waarbij goederen toebehorende aan [slachtoffer 1] zijn weggenomen;

Subsidiair: zich op 14 januari 2020 te Amersfoort samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan heling van een autosleutel en/of een witte tas en/of een uniformbroek en/of uniformjas en/of schoenen en/of parfum en/of sieraden en/of een bewegingscamera;

Feit 2

Primair: zich op 14 januari 2020 te Amersfoort samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan diefstal van een personenauto en/of autosleutel, toebehorende aan [slachtoffer 2] ;

Subsidiair: zich op 14 januari 2020 te Amersfoort samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan heling van een personenauto en/of autosleutel toebehorende aan [slachtoffer 2] ;

Feit 3 zich op 14 januari 2020 te Amersfoort en/of Apeldoorn schuldig heeft gemaakt aan vernieling van enig goed, toebehorende aan [slachtoffer 2] ;

Parketnummer 16-148156-20

Feit 1

Primair: zich op 21 mei 2020 te Rotterdam schuldig heeft gemaakt aan de diefstal van een bromfiets, toebehorende aan [slachtoffer 3] ;

Subsidiair: zich op 21 mei 2020 te Rotterdam schuldig heeft gemaakt aan een poging tot diefstal van een bromfiets, toebehorende aan [slachtoffer 3] ;

Feit 2 zich op 21 mei 2020 te Rotterdam schuldig heeft gemaakt aan vernieling van een bromfiets toebehorende aan [slachtoffer 3] ;

Feit 3

Primair: zich op 21 mei 2020 te Rotterdam schuldig heeft gemaakt aan de diefstal van een bromfiets, toebehorende aan [slachtoffer 4] ;

Subsidiair: zich op 21 mei 2020 te Rotterdam schuldig heeft gemaakt aan een poging tot diefstal van een bromfiets, toebehorende aan [slachtoffer 4] ;

Feit 4 zich op 21 mei 2020 te Rotterdam schuldig heeft gemaakt aan vernieling van een bromfiets toebehorende aan [slachtoffer 4] ;

3 VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 WAARDERING VAN HET BEWIJS
4.1

Het standpunt van de officier van justitie

Parketnummer 16-013714-20

De officier van justitie acht het onder feit 1 subsidiair, feit 2 subsidiair en feit 3 ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen en verzoekt verdachte van het onder feit 1 primair en feit 2 primair ten laste gelegde vrij te spreken. Verdachte is niet gezien op de plaatsen delict van het onder feit 1 primair en feit 2 primair ten laste gelegde en er zijn in de woning ook geen schoensporen aangetroffen die overeen kunnen komen met de schoenen van verdachte. Uit het proces-verbaal blijkt wel dat verdachte de bestuurder was van de auto waarin een aantal van de weggenomen goederen zijn aangetroffen. Die auto is van de weg geraakt waarna de auto is beschadigd. Verdachte kan zodoende ook verantwoordelijk worden gehouden voor de vernieling van de auto.

Parketnummer 16-148156-20

De officier van justitie acht het onder feit 1 primair en feit 3 primair ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen. De officier van justitie vordert verdachte vrij te spreken van het onder feit 2 en feit 4 ten laste gelegde nu deze feiten liggen besloten in feit 1 primair en feit 3 primair.

4.2

Het standpunt van de verdediging

Parketnummer 16-013714-20

De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit van het onder feit 1, feit 2 en feit 3 ten laste gelegde. Verdachte is niet aangetroffen op de plaatsen delict. Hij wordt gezien als bestuurder maar niet kan worden vastgesteld dat hij vanaf het eerste moment de bestuurder is geweest van de auto. Ten aanzien van het subsidiair ten laste gelegde, de heling van de weggenomen goederen, stelt de verdediging zich op het standpunt dat de spullen die in de auto zijn aangetroffen op de grond bij de bijrijdersstoel, op de achterbank en achter de bestuurdersstoel lagen. Het is mogelijk dat verdachte deze goederen om die reden niet heeft gezien.

Ten aanzien van feit 3, de vernieling, stelt de verdediging zich op het standpunt dat op grond van het dossier niet kan worden vastgesteld dat er schade is ontstaan aan de auto, zodat verdachte van feit 3 moet worden vrijgesproken.

Parketnummer 16-148156-20

De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit van het onder feit 1, feit 2, feit 3 en feit 4 ten laste gelegde. Verdachte kan zich niet meer herinneren wat hij heeft gedaan. Hij heeft in elk geval niet kunnen beschikken over de scooters waardoor er geen sprake is geweest van een (poging) tot diefstal. Verdachte had ook geen opzet op het wegnemen van de scooters.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Parketnummer 16-013714-20

Bewijsmiddelen 1

Feit 1

[slachtoffer 1] heeft aangifte gedaan en het volgende verklaard:

‘Op 14 januari 2020 heb ik de woning aan [adres 2] in [plaatsnaam 1] verlaten. Op 14 januari 2020 te 20:45 uur kwam ik bij de woning. Ik zag dat er in de woning was ingebroken en dat er enig goed was weggenomen. Ik zag namelijk dat het raam opengebroken was aan de achterzijde.2 (…)

Bijlage goederen: Diverse kleding (nieuw), weggenomen in witte "retrobag", paspoort, cosmetica, sieraden3, geld: 600 EUR, geld: 350 GBP, luidspreker (…).’4

[A] heeft het volgende verklaard:

‘Op dinsdag 14 januari 2020 omstreeks 18.00 uur was ik in mijn woning, gevestigd aan [adres 3] te [plaatsnaam 1] . Ik hoorde opeens een soort harde breekgeluiden. Ik hoorde dat het vanaf de achterzijde van mijn woning kwam. Het klonk alsof er iets met veel geweld gebeurde, een soort harde breekgeluiden.’5

Verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] hebben het volgende verklaard:

‘De dader(s) hebben aan de achterzijde van de woning, door met een schroevendraaier en een breekijzer in de sluitnaad van het raam en het raamkozijn te wrikken, een raam opengebroken.’6

Feit 2

[slachtoffer 2] heeft aangifte gedaan en het volgende verklaard:

‘Ik ben de eigenaar van een personenauto van het merk BMW, voorzien van het kenteken [kenteken 1] . Op 14 januari 2020 parkeerde ik mijn auto te [plaatsnaam 1] . Even later, omstreeks 18.45 uur wilde ik vertrekken. Ik zag links voor de woning een jongen staan. Ik zag dat zij (de rechtbank begrijpt: de moeder van aangever) werd aangesproken door die jongen.7 Ik ben in de tussentijd, toen mijn moeder met die jongen sprak, naar boven gelopen via de trap in de hal bij de voordeur. De voordeur bleef toen openstaan. Ik wilde mijn autosleutels pakken maar ik kon ze niet vinden. Ik hoorde toen plotseling een auto starten voor de woning van mijn ouders. Wij zagen dat mijn auto wegreed. Ik zag dat er een manspersoon in mijn auto weg reed.’8

Feit 1, feit 2 en feit 3

Verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] hebben het volgende verklaard:

‘Op dinsdag 14 januari 2020 kregen wij de melding van de meldkamer dat omstreeks 19.56 uur een voertuig door de ANPR (automatic numberplate registration) camera was gereden op de rijksweg A1 rechts ter hoogte van [plaatsnaam 3] in de richting van [plaatsnaam 4] . Het voertuig wat door de genoemde ANPR-camera was gereden betrof een BMW 5 serie met Nederlands kenteken [kenteken 1] (…).’9

Verbalisanten [verbalisant 5] en [verbalisant 6] hebben het volgende verklaard:

‘Ik, verbalisant [verbalisant 5] , stond op de afrit [plaatsnaam 4] Zuid. Onderaan de afrit

kruist de weg met de [straatnaam 1] te [plaatsnaam 2] . Ik zag dat er een voertuig met hoge snelheid de afrit nam. Toen de BMW de kruising naderde zag ik het kenteken [kenteken 1] . Ik zag dat de BMW in een haakse bocht op de [straatnaam 1] linksaf de berm in reed. Ik zag dat er naast deze berm een enkel spoor lag. Ik zag dat de BMW de spoorstaven raakte. Ik zag dit doordat er veel vonken onder het voertuig vandaan kwamen. Ik zag ter hoogte van een bomen rij, dat de BMW tegen een boom10 aanreed. Ik, verbalisant [verbalisant 5] , zag dat bij de BMW met kenteken [kenteken 1] , de voor- en achterportier aan de rechterzijde open gingen. Ik zag dat er twee personen uitstapten. Ik, verbalisant [verbalisant 5] , zag dat deze twee personen in de rechter richting vanuit de BMW gezien weg renden. Ik heb deze bevindingen doorgegeven aan de overige collega's via de mobilofoon. Ik, verbalisant [verbalisant 5] , zag dat het bestuurdersportier open ging. Ik zag dat er een persoon uitstapte. Ik, verbalisant [verbalisant 5] , zag dat deze persoon in de linker richting vanuit de BMW gezien wegrende. Ik ben zelf achter deze verdachte aangerend. Ik zag dat de verdachte hooibalen...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT