Uitspraak Nº 16/041549-20 (P). Rechtbank Midden-Nederland, 2020-07-31

Datum uitspraak:31 juli 2020
Uitgevende instantie::Rechtbank Midden-Nederland
 
GRATIS UITTREKSEL
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht

Zittingsplaats Lelystad

Parketnummer: 16/041549-20 (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 31 juli 2020

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [1989] te [geboorteplaats] (Chili),

gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting te Ter Apel,

hierna te noemen: verdachte.

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 1 mei 2020 en 17 juli 2020.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van de officier van justitie mr. A. Lobregt en van hetgeen verdachte en zijn raadsman mr. J.D. van der Heijden, advocaat te Hilversum, naar voren hebben gebracht.

2 TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt erop neer dat verdachte:

op 14 februari 2020 te Naarden samen met een ander uit een woning sieraden en geld heeft gestolen, waarbij de verdachte en zijn mededader de woning binnen zijn gekomen door middel van braak, verbreking en/of inklimming en waarbij geweld en bedreiging met geweld is gebruikt tegen [slachtoffer] .

3 VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 WAARDERING VAN HET BEWIJS
4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat de bedreigende en gewelddadige handelingen uitsluitend door de medeverdachte zijn verricht en dat het opzet van verdachte hierop niet was gericht. Gelet op die omstandigheden meent de raadsman dat enkel tot een bewezenverklaring van de in vereniging gepleegde woninginbraak kan worden gekomen.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Op grond van de feiten en omstandigheden die volgen uit de bewijsmiddelen komt de rechtbank tot het oordeel dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde.

Bewijsmiddelen 1

Aangever [slachtoffer] heeft blijkens het daarvan opgemaakte proces-verbaal op 14 februari 2020 aangifte gedaan en het volgende verklaard:

Ik ben woonachtig op het adres [adres] te [woonplaats] . Op 14 februari 2020 lag ik in mijn slaapkamer te slapen. Op een gegeven moment zag ik dat een manspersoon in mijn slaapkamer stond. Ik hoorde hem roepen: "money money".2 Ik zag dat deze man, nader te noemen dader 1, een schroevendraaier in zijn handen vasthield. Ik zag dat de man dreigend met die schroevendraaier stekende bewegingen maakte. Ik zag dat er ook een andere man de slaapkamer in kwam lopen. Deze man, nader te noemen dader 2, pakte mijn armen vast en deed deze achter mijn rug. Vervolgens heeft hij mijn handen vastgebonden. Tevens gaf dader 1 mij klappen met zijn handpalm tegen mijn linkeroor. Ik maakte veel geluid en dader 2 propte een sok in mijn mond. Daarna pakte dader 1 het slaapkamermasker van mijn moeder en deed deze voor mijn ogen. Dader 2 heeft mijn voeten aan elkaar vastgebonden. Ik zag dat de daders een envelop wegnamen. Ik hoorde later van mijn moeder dat daar 2000 euro in zat. Verder hebben ze sieraden meegenomen.3

Ter terechtzitting van 17 juli 2020 heeft verdachte verklaard:

Wij besloten in te breken bij de woning aan de [adres] in [woonplaats] . Ik heb die jongen die in die woning aanwezig was op een bed gezien.

Medeverdachte [medeverdachte] heeft blijkens het daarvan opgemaakte proces-verbaal op 14 februari 2020 het volgende verklaard:

Ik klom op het dak van de garage en toen naar het balkon. Ik heb het glas kapot geslagen met een schroevendraaier.4

Medeverdachte [medeverdachte] heeft blijkens het daarvan opgemaakte proces-verbaal op 15 februari 2020 het volgende verklaard:

V: Wat heb je in je handen?

A: Een schroevendraaier

V: Waarom had je die in je hand?

A: Om hem bang te maken zodat hij niet zou gaan schreeuwen.5

V: Heb jij hem ook geblinddoekt?

A: Ja met een slaapmasker.6

V: Wat nam je mee uit het huis?

A: Verschillende dingen. Goud, kettingen, ringen.7

Bewijsoverwegingen

Het verweer van de raadsman vindt weerlegging in de inhoud van de bewijsmiddelen. Immers, uit die bewijsmiddelen volgt dat twee personen op 14 februari 2020 in [woonplaats] hebben ingebroken in de woning aan de [adres] , dat ten aanzien van die twee personen te relateren handelingen van geweld en/of bedreiging met geweld zijn vastgesteld en voorts dat verdachte en zijn medeverdachte hebben bekend de personen te zijn geweest die in die woning hebben ingebroken.

Uit de verklaring die aangever heeft afgelegd volgt dat verdachte degene is geweest die hem heeft vastgebonden en die een sok in zijn mond heeft gepropt, terwijl aangever door medeverdachte werd geslagen, met een schroevendraaier werd bedreigd en werd geblinddoekt. De rechtbank acht de verklaring van aangever betrouwbaar, temeer nu deze gedetailleerd is, kort na het plegen van het feit is afgelegd en steun vindt in de overige onderzoeksresultaten. Gelet op deze verklaring hebben verdachte en zijn medeverdachte zodanig hecht en intensief samengewerkt, dat tussen hen van een nauwe en bewuste samenwerking (ook) gericht op het geweld en de bedreiging met geweld sprake is geweest. De rechtbank heeft hierbij mede gelet op de omstandigheden dat verdachte zich op geen enkele wijze heeft gedistantieerd van het geweld en de bedreiging met geweld door zijn (minderjarige) medeverdachte, maar daar juist actief en substantieel aan heeft bijgedragen en dat zijn bijdrage aan het geweld van zodanig gewicht is geweest dat hij als medepleger van het delict is aan te merken.

5 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

op 14 februari 2020 te [woonplaats] tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, uit een woning gelegen aan de [adres] heeft weggenomen sieraden en geld, die geheel aan een ander dan aan verdachte en zijn mededader toebehoorden, te weten aan [slachtoffer] en/of de ouders van die...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT