Uitspraak Nº 16-094547-20 en 99-000109-12 (herroeping VI). Rechtbank Midden-Nederland, 2020-07-24

Datum uitspraak:24 juli 2020
Uitgevende instantie::Rechtbank Midden-Nederland
 
GRATIS UITTREKSEL
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummers: 16-094547-20 en 99-000109-12 (herroeping VI)

Vonnis van de meervoudige kamer van 24 juli 2020

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1964 te [geboorteplaats] ,
thans gedetineerd in de [verblijfplaats] .

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 10 juli 2020.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. I.M.F. Graumans en van hetgeen verdachte en zijn raadsman, mr. A.C. Vingerling, advocaat te Utrecht, en de benadeelde partij [slachtoffer] , naar voren hebben gebracht.

2 TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Feit 1:
op tijdstippen in de periode van 12 maart 2020 tot en met 4 april 2020 te Utrecht en/of Almelo, althans in Nederland [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling;

Feit 2:
meermalen computervredebreuk heeft gepleegd in de periode van 12 maart 2020 tot en met 4 april 2020 te Utrecht en/of Almelo, althans in Nederland.

3
3 VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 WAARDERING VAN HET BEWIJS
4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht, gelet op de zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen, wettig en overtuigend te bewijzen dat de onder 1 en 2 ten laste gelegde bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en computervredebreuk door verdachte zijn gepleegd. Ten aanzien van feit 1 geldt dit alleen voor het plaatsen van het krantenbericht en het dreigen met de woorden "ik maak je kapot". De officier van justitie acht onvoldoende bewijs voorhanden dat verdachte de overige, ten laste gelegde bedreigingen heeft geuit. Ten aanzien van feit 2 heeft de officier van justitie onderbouwd dat verdachte in aangeefster haar telefoon is geweest en op haar facebookaccount heeft gezeten.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft ten aanzien van feit 1 aangevoerd dat de tenlastelegging aldus moet worden begrepen, dat zij drie aparte bedreigingen bevat. Met betrekking tot de eerste in de tenlastelegging genoemde bedreiging (“ik maak je langzaam dood, ik fileer je ene helft en verbrand de andere helft, er zijn geen regels meer, the game is on!”) heeft de verdediging zich, net als de officier van justitie, op het standpunt gesteld dat voor deze bedreiging onvoldoende bewijs is. Met betrekking tot de woorden “ik maak je kapot” stelt de verdediging primair dat er geen wettig en overtuigend bewijs is dat verdachte deze woorden heeft geuit. Indien de rechtbank hier anders over oordeelt, dan blijkt uit de context waarin verdachte deze woorden zou hebben geuit, dat verdachte met deze woorden bedoelde dat hij aangeefster financieel kapot zou maken. Voor zover verdachte deze woorden al heeft geuit, leveren deze woorden geen strafbare bedreiging op, aangezien hij haar hiermee niet met de dood of zwaar lichamelijk letsel heeft bedreigd. Ten aanzien van het tenlastegelegde plaatsen van een krantenartikel stelt de verdediging dat aangeefster al geruime tijd voor het plaatsen van het krantenartikel op de hoogte was van het verleden van verdachte en dat er om die reden ook geen sprake was van bedreiging van aangeefster. Verdachte heeft bovendien geen opzet gehad op het bedreigen van aangeefster. Verdachte wilde met het plaatsen van het krantenartikel de Facebookcontacten van aangeefster op de hoogte brengen van zijn verleden met als doel om voorgoed een einde te maken aan zijn relatie met aangeefster. Concluderend heeft de verdediging bepleit dat verdachte integraal dient te worden vrijgesproken van feit 1.

De verdediging heeft ten aanzien van feit 2 bepleit dat er onvoldoende bewijs is voor computervredebreuk ten aanzien van de mobiele telefoon en de WhatsApp account van aangeefster. Volgens de verdediging gaat het uitsluitend om het krantenartikel dat zonder toestemming van aangeefster is verspreid dan wel geplaatst. Verdachte heeft aangevoerd dat hij het krantenbericht onder de contacten van aangeefster heeft verspreid via Messenger, een app die los staat van Facebook. Nu het verspreiden van het krantenbericht via Messenger niet ten laste is gelegd, dient vrijspraak te volgen. Mocht de rechtbank van oordeel zijn dat dit bericht wel op of via het Facebookaccount van aangeefster is geplaatst of verspreid, dan refereert de raadsman zich aan het oordeel van de rechtbank.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Feiten 1 en 2

Bewijsmiddelen 1

Aangeefster [slachtoffer] heeft op 4 april 2020 bij de politie verklaard dat zij haar ex, [verdachte] (hierna: verdachte), op donderdag 2 april 2020 heeft medegedeeld dat ze definitief geen relatie meer met hem wilde. Daarna is zij meerdere keren gebeld en werd haar voicemail door hem ingesproken. Hij heeft haar uitgescholden en bedreigd. Zij voelde zich vanaf dat moment niet meer op haar gemak. Op 3 april 2020 werd aangeefster door een kennis gebeld die zei dat er op de oude Facebookaccount van aangeefster een verontrustend bericht geplaatst was. In dit bericht was een krantenartikel van 2 juli 2017 geplaatst met als kop: “Eis: 15 jaar voor moord op [A] .” Aangeefster belde verdachte en vroeg hem of hij de persoon was waarover in het bericht geschreven werd. Aangeefster wist niet dat verdachte iemand vermoord had. Zij schrok zich kapot en werd erg angstig van wat zij hoorde. Zij was bang dat verdachte zijn bedreigingen waar zou maken. Aangeefster heeft verder verklaard dat verdachte haar oude telefoon van haar had meegekregen om foto’s en dergelijke, die ze niet wilde kwijtraken, op een USB-stick te zetten.2

Verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij een keer gebruik heeft gemaakt van de telefoon van aangeefster om er in te kijken. Hij heeft verklaard dat hij een van aangeefsters Facebookaccounts heeft geopend, waar hij nog in kon. Hij heeft het artikel opgezocht waarin hij werd genoemd met de eis van 15 jaar en dit geplaatst op haar Facebook, zodat al aangeefsters contacten dit artikel konden zien.3

Het hiervoor genoemde krantenartikel dateert van 2 juli 2012 en heeft, voor zover van belang, de volgende inhoudt:

Eis: 15 jaar voor moord op [A]

De officier van justitie...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT