Uitspraak Nº 16/274242-19 en 16/142403-18 (gev. ttz) (P). Rechtbank Midden-Nederland, 2020-07-30

Datum uitspraak:30 juli 2020
Uitgevende instantie::Rechtbank Midden-Nederland
 
GRATIS UITTREKSEL
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummers: 16/274242-19 en 16/142403-18 (gev. ttz) (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 30 juli 2020

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [1980] te [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats] , [adres] .

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 20 februari 2020 en 16 juli 2020. Op laatgenoemde datum heeft de inhoudelijke behandeling van de zaken plaatsgevonden.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. R.E. Craenen en van hetgeen verdachte en mr. L. de Leon, advocaat te Utrecht, naar voren hebben gebracht.

2 TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

in de zaak met parketnummer 16/274242-19:

feit 1: op 16 november 2019 te Zeist 40 gram MDMA en/of 202 XTC pillen en/of 47,63 gram cocaïne aanwezig heeft gehad;

feit 2: op 16 november 2019 te Zeist 412 gram hasj en/of 173 gram hennep aanwezig heeft gehad;

feit 3: in de periode van 29 maart 2017 tot en met 16 november 2019 te Zeist samen met (een) ander(en) heeft gehandeld in MDMA (onder andere XTC pillen) en/of cocaïne;

feit 4: in de periode van 29 maart 2017 tot en met 16 november 2019 te Zeist samen met (een) ander(en) op beroepsmatige wijze heeft gehandeld in hasj en/of hennep;

feit 5: (primair) op 14 december 2017 te Zeist meerdere kratjes en/of een koolzuurgas cilinder en/of een AED heeft gestolen dan wel (subsidiair) dat hij zich op 16 november 2019 te Zeist schuldig heeft gemaakt aan heling van die AED;

feit 6: in de periode van 14 december 2017 tot en met 16 november 2019 te Zeist een ploertendoder voorhanden heeft gehad;

feit 7: op 16 november 2019 te Zeist een of meerdere stoomstootwapen(s) voorhanden heeft gehad.

in de zaak met parketnummer 16/142403-18:

( primair ) op 22 januari 2018 te Zeist heeft geprobeerd om [slachtoffer] te doden door hem met een hamer meermalen tegen diens gezicht en/of hoofd en/of lichaam te slaan dan wel ( subsidiair ) dat hij die [slachtoffer] op die wijze zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht dan wel ( meer subsidiair ) dat hij op die wijze heeft geprobeerd om die [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen dan wel ( meest subsidiair ) dat hij op die wijze [slachtoffer] heeft mishandeld.

3 VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 WAARDERING VAN HET BEWIJS
4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich met betrekking tot de feiten onder 16/274242-19 op het standpunt gesteld dat, met uitzondering van de onder 5 primair ten laste gelegde diefstal, alle ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden. De officier van justitie heeft gevorderd verdachte van het onder 5 primair ten laste gelegde vrij te spreken.

Met betrekking tot het onder 16/142403-18 ten laste gelegde heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte het slachtoffer [slachtoffer] met een hamer op het hoofd heeft geslagen. Volgens de officier van justitie heeft verdachte met dit handelen, waarvan onvoldoende vaststaat met welke kracht dat is gebeurd, geprobeerd om het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel toe te brengen. De officier van justitie heeft dan ook gevorderd verdachte vrij te spreken van het primair en subsidiair ten laste gelegde.

4.2

Het standpunt van de verdediging

In de zaak met parketnummer 16/274242-19 heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat, mede gelet op de bekennende verklaring van verdachte, het aanwezig hebben van drugs (feit 1 en 2) en het voorhanden hebben van de wapens (feit 6 en 7) wettig en overtuigend bewezen kunnen worden. Met betrekking tot het dealen van harddrugs (feit 3) kan volgens de raadsman hooguit een periode van 1 maand bewezen worden en bij het handelen in softdrugs (feit 4) was sprake van een zogenaamde vriendendienst, waarbij verdachte softdrugs aan een buurman verstrekte en waarvoor hij in ruil goederen ontving.

Met betrekking tot het ten laste gelegde geweld gepleegd jegens [slachtoffer] staat volgens de raadsman niet vast dat verdachte daar enige betrokkenheid bij heeft gehad en om die reden dient verdachte van het onder 16/142403-18 ten laste gelegde integraal vrijgesproken te worden.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

4.3.1

Beoordeling van het onder 16/274242-19 ten last gelegde

Bewijsmiddelen voor de feiten 1 tot en met 4 1

De bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] voor zover hier van belang en zakelijk weergegeven inhoudende:

Daar er de verdenking bestaat dat een bewoner op de dertiende verdieping binnen

portiek vier (4) van de L-flat aan de [straat] in [woonplaats] zich op dit moment en al langere tijd bezig houdt met het handelen in verdovende middelen, keek ik beelden uit welke gemaakt waren met de camera in de lift binnen portiek vier (4). De bewoner die verdacht wordt van het handelen in verdovende middelen, is genaamd [verdachte] en is geboren op [1980] . Hij is woonachtig op de [adres] te [woonplaats] .

Op de historische camerabeelden van de camera in de lift binnen [portiek] van de

L-flat zag ik het volgende:

Op vrijdag 2 augustus 2019 zie ik dat er om 23.57 uur een man in de lift staat. Ik
zie dat hij zich binnen de lift op verdieping twaalf bevindt. Ik zie namelijk het
pijltje op het display binnen de lift op 12 met een pijltje naar beneden staan. Ik zie
dat de liftdeuren geopend zijn. Ik zie dat de man een wit, soort van
papiertje, in zijn beiden handen vasthoudt en dat hij hiernaar kijkt.

Op donderdag 22 september 2019 zie ik om 02.22 uur de lift op de twaalfde verdieping geopend stilstaan. Ik zie dat er door de openstaande deuren van de lift te zien is dat er een man in het trappenhuis de trap oploopt in de richting van de dertiende verdieping. Om 02.24 uur zie ik deze zelfde man in de lift staan. Ik herken op dit moment deze man als dezelfde man welke ik op vrijdag 2 augustus 2019 in de lift heb zien staan. Ik zie dat hij wederom een wit papiertje in één van zijn handen heeft en dat hij zijn andere hand voor zijn mond houdt.2

Op zaterdag 12 oktober 2019 zie ik om 00.32 uur de lift op de twaalfde verdieping

geopend stilstaan. Ik zie dat er door de openstaande deuren van de lift te zien is

dat er een man in het trappenhuis de trap oploopt in de richting van de dertiende

verdieping. Om 00.36.10 uur staat hij in de lift op de twaalfde verdieping en aan het cijfer twaalf met het pijltje erbij in het display is te zien dat de lift naar beneden gaat. Om 00.36.14 uur zie ik dat de liftdeuren inmiddels gesloten zijn, de lift nog wel op

verdieping twaalf staat en dat [A] op dit moment in de lift het witte papiertje

bij zijn neusgaten houdt. Ik zie dat hij het papiertje vasthoudt met zijn linkerhand

en op de bewegende beelden zie ik dat hij, nadat het papiertje bij zijn neus is

geweest, in de spiegel zijn neusgaten controleert in de spiegel. Mij is bekend dat

deze bewegingen worden gedaan wanneer cocaïne gesnoven wordt.3

De bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] voor zover hier van belang en zakelijk weergegeven inhoudende:

Op zaterdag 14 december 2019 onderzocht ik de inbeslaggenomen telefoon van de verdachte [verdachte] .4 In het berichtenverkeer dat [verdachte] met afnemers had kwamen korte termen veel voorbij, zoals: “Tweede rondje aan het rijden”, “Afspreken bij [portiek] ”, “Kom naar snackbar”, “Bij patatzaak”. Afnemer “ [afnemer ] ” en afnemer “ [getuige 1] ” hadden beiden een profielfoto bij hun telefoonnummer staan en deze personen herken ik beiden alszijnde vaste afnemers van [verdachte] . Ik herken ze van de camerabeelden die gemaakt zijn op de [straat] binnen [portiek] , waar [verdachte] woonachtig was. Beide heren heb ik meerdere keren in de lift zien staan met een wit papiertje in de hand of zelfs dat ze hun neus vol stonden te snuiven.5

Bij een whatsapp contact stond de naam [getuige 2] . Ik zag dat [getuige 2] tussen 12 oktober 2019 en 10 november 2019 communicatie met [verdachte] had over verdovende middelen. Zo las ik onder andere het volgende:

[getuige 2] : “kan je er 1 in brievenbus doen.”

[verdachte] : “Kom patatzaak.”

[getuige 2] : “Ben ADE. Doe geld bij je in de brievenbus.”6

De verklaring van [getuige 1] voor zover hier van belang en zakelijk weergegeven inhoudende:

Op de vraag wat ik op de [adres] gehaald heb kan ik antwoorden dat ik cocaïne heb gehaald. Over ongeveer 3 maanden tijd. Ik denk dat ik een 2 a 3 keer per week ben geweest. Ik denk dat het in september, oktober en november is geweest.7

De verklaring van [getuige 3] voor zover hier van belang en zakelijk weergegeven inhoudende:

Af en toe heb ik zin om een jointje te roken en [verdachte] is mijn buurman (…) Ik heb hem af en toe gevraagd of hij wat hasj of wiet voor mij had en dan in ruil voor Marokkaanse etenswaar zoals honing of olie. U vraagt mij hoelang dit al gebeurt en hoelang ik hierover communicatie heb met [verdachte] . Ik denk zo’n twee a drie jaar.8

De bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] voor zover hier van belang en zakelijk weergegeven inhoudende:

Op 16 november 2019 vond er een doorzoeking plaats in de woning van verdachte in deze zaak, [verdachte] , woonachtig aan de [adres] te [woonplaats] . Tijdens de doorzoeking...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT