Uitspraak Nº 16/659507-18 (P). Rechtbank Midden-Nederland, 2019-01-29

Datum uitspraak:29 januari 2019
Uitgevende instantie::Rechtbank Midden-Nederland
 
GRATIS UITTREKSEL
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummer: 16/659507-18 (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 29 januari 2019

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [1998] te [geboorteplaats] ,
ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres

[adres] , [woonplaats] .

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 16 oktober 2018 en 15 januari 2019. Tijdens de laatste terechtzitting is de zaak inhoudelijk behandeld.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van de officier van justitie, mr. C.J. Booij, en van hetgeen verdachte en mr. M.F. van Hulst, advocaat te Utrecht, alsmede de benadeelde partijen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] naar voren hebben gebracht.

2 TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1 op 15 juli 2018 te Zeist in vereniging met bedreiging van geweld en/of geweld goederen toebehorende aan [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] heeft weggenomen;

feit 2 op 15 juli 2018 te Zeist in vereniging [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] heeft afgeperst;

feit 3 op 15 juli 2018 te Zeist een boksbeugel voorhanden heeft gehad.

3 VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 WAARDERING VAN HET BEWIJS
4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen en verwijst daartoe naar de zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen. Wat betreft de kwalificatie van het onder 1. en 2. ten laste gelegde feitencomplex heeft de officier van justitie gevorderd het feit waarbij de goederen zijn afgegeven te kwalificeren als afpersing en het feit waarbij de goederen zijn weggenomen te kwalificeren als diefstal met geweld.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat het er niet toe doet of het feitencomplex kan worden gekwalificeerd als het onder 1. of 2. ten laste gelegde. Het betreft immers een eendaadse samenloop. Wat de verdediging betreft is er in deze zaak sprake van diefstal met geweld. Ten aanzien van het trappen tegen [slachtoffer 2] heeft de raadsman vrijspraak bepleit. Zijn cliënt stond immers vlakbij [slachtoffer 2] en hij heeft dat niet gedaan en ook niet gezien dat dit is gebeurd.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Bewijsmiddelen 1

Ten aanzien van het onder 1. en 2. ten laste gelegde

Op 15 juli 2018 heeft [slachtoffer 2] aangifte gedaan van een straatroof, gepleegd op

15 juli 2018 om 00.59 uur te Zeist. Aangever [slachtoffer 2] was met [slachtoffer 3] en met [slachtoffer 1] . Uit een rode auto kwamen vier personen. Twee liepen er linksom en twee rechtsom. Er kwamen twee personen op [slachtoffer 2] aflopen, die op dat moment samen met [slachtoffer 1] (de rechtbank begrijpt: [slachtoffer 1] ) stond.2 Eén van deze jongens had een vuurwapen in zijn handen. [slachtoffer 2] hoorde deze jongen roepen ‘geef me je spullen, zakken leeg maken, geef alles’. De jongen met het vuurwapen zwaaide daarmee heen en weer tussen [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] . [slachtoffer 2] heeft zijn portemonnee en telefoon aan de jongen afgegeven.3 In de portemonnee zaten een bankpas, een rijbewijs en een ov-jaarkaart.4 Een andere jongen kwam naar [slachtoffer 2] toe en begon hem te duwen. Deze jongen pakte hem ook rond zijn middel bij zijn jas vast. Door de jongen met het vuurwapen werd [slachtoffer 2] op de grond gegooid. Op het moment dat [slachtoffer 2] op de grond lag, werd hij tegen zijn rug en in zijn gezicht getrapt. Hij heeft niet gezien wie dit gedaan heeft. Hij voelde pijn in zijn gezicht.5 [slachtoffer 2] kan de jongen met het vuurwapen als volgt omschrijven:

  • -

    Turkse of Marokkaanse jongen;

  • -

    getinte huidskleur;

  • -

    ongeveer 1,70 meter lang;

  • -

    ongeveer 23 jaar of ouder;

  • -

    baseball petje donkere kleur.

[slachtoffer 2] kan de jongen die hem geduwd heeft als volgt omschrijven:

  • -

    Nederlandse jongen;

  • -

    blanke huidskleur;

  • -

    ongeveer 1,85 meter lang;

  • -

    ongeveer 20 jaar of ouder.6

Op 15 juli 2018 heeft [slachtoffer 1] aangifte gedaan van een diefstal met geweld, gepleegd op 15 juli 2018 om 00.45 uur te Zeist. [slachtoffer 1] verklaart dat er een groepje van vier personen aan kwam lopen. [slachtoffer 1] omschrijft de personen als volgt:

Persoon 1:

  • -

    man;

  • -

    blank;

  • -

    begin 20;

  • -

    1,90 meter.

Dit was de persoon die later bij hem kwam staan.7

Persoon 3:

  • -

    man;

  • -

    licht getint;

  • -

    23 à 24 jaar;

  • -

    1,75 meter.

Persoon 3 was degene met het pistool. Persoon 3 bewoog het wapen steeds in de richting van [slachtoffer 2] (de rechtbank begrijpt: [slachtoffer 2] ) of [slachtoffer 1] . [slachtoffer 3] (de rechtbank begrijpt: [slachtoffer 3] ) stond een meter of 5 à 10 achter [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] bij het klimrek. Toen persoon 3 het vuurwapen had getrokken, zei hij dat ze alle spullen aan hem moesten geven. Persoon 1 kwam toen bij [slachtoffer 1] staan en [slachtoffer 1] heeft hem toen zijn iPhone 6S, sigaretten en tas gegeven. De tas van [slachtoffer 1] was blauw met oranje accenten van het merk Burton.8 Hierin zaten onder andere een hoofdtelefoon, oortjes en een powerbank.9 [slachtoffer 1] verklaart dat [slachtoffer 2] opeens op de grond lag. [slachtoffer 1] zag toen dat persoon 1 [slachtoffer 2] trapte. Persoon 1 bleef maar vragen om spullen.10

Op 15 juli 2018 heeft [slachtoffer 3] aangifte gedaan van een straatroof, gepleegd op 15 juli 2018 tussen 00.30 en 01.00 uur te Zeist. [slachtoffer 3] verklaart dat hij hoorde dat er allemaal mensen om het klimrek heen stonden. [slachtoffer 3] zag dat er een jongen een vuurwapen op [slachtoffer 2] (de rechtbank begrijpt: [slachtoffer 2] ) had gericht. Hij hoorde de jongens zeggen: ‘geef je spullen, nu alles bij elkaar’.11 Hij zag dat de jongen de hele tijd met het vuurwapen heen en weer bewoog. [slachtoffer 3] zag dat [slachtoffer 2] ging vechten met een andere jongen. [slachtoffer 2] lag toen op de grond en werd tegen zijn hoofd getrapt. [slachtoffer 3] stond toen nog steeds op het klimrek. Er stond een jongen onder het klimrek. [slachtoffer 3] is toen naar beneden geklommen, waarna hij door de jongen bij zijn arm werd gepakt. De jongen pakte [slachtoffer 3] telefoon en portemonnee uit zijn broek. [slachtoffer 3] heeft toen niets gedaan, omdat hij bang was voor de consequenties.12 De telefoon betrof een Samsung. In de portemonnee zaten een bankpas, een zorgpas, een identiteitskaart en een ov-jaarkaart.13 [slachtoffer 3] herkende de jongen (de rechtbank begrijpt: die bij het klimrek) aan zijn ogen, postuur en stem als [medeverdachte 1] . [medeverdachte 1] kan door [slachtoffer 3] als volgt worden omschreven:

  • -

    buitenlandse afkomst;

  • -

    getinte huidskleur;

  • -

    ongeveer 1,70 meter lang;

  • -

    ongeveer 18 jaar oud.14

De bij het incident ter plaatse gekomen verbalisanten hoorden dat er een rode Peugeot bij het incident betrokken is geweest.15 De centralist meldde hen dat [medeverdachte 1] goed bevriend is met [medeverdachte 2] en dat deze laatste een rode Peugeot met het kenteken [kenteken] op naam heeft.16

Om 01.49 uur zagen verbalisanten een rode Peugeot met het kenteken [kenteken] rijden.17 De inzittenden werden geboeid. De bestuurder bleek te zijn [medeverdachte 2] . De bijrijder was een persoon genaamd [medeverdachte 3] en op de achterbank zat een persoon genaamd [verdachte] .18 Onder de bijrijdersstoel lag een op een zwart handwapen gelijkend voorwerp.19 Onder de bestuurdersstoel werd een mobiele telefoon van het merk Samsung aangetroffen.20 In de Samsung werden elf documenten gezien waarvan er drie in de bestandsnaam de naam [slachtoffer 3] hadden.21

[medeverdachte 2] verklaart op 15 juli 2018 dat [medeverdachte 3] (de rechtbank begrijpt: [medeverdachte 3] ) een vuurwapen bij zich had.22 [medeverdachte 2] heeft een blanke huidskleur en is ongeveer 1,75 meter lang. [verdachte] (de rechtbank begrijpt: [verdachte] )23 is ongeveer 2,00 meter lang en heeft een blanke huidskleur. [medeverdachte 3] heeft een getinte huidskleur en is ongeveer 1,70 meter lang. [medeverdachte 1] heeft een getinte huidskleur en is ongeveer 1,75 meter lang. Na de ruzie bij de school zijn [verdachte] ,, [medeverdachte 3] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2]...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT