Uitspraak Nº 16/659749-18 (P). Rechtbank Midden-Nederland, 2019-01-25

Datum uitspraak:25 januari 2019
Uitgevende instantie::Rechtbank Midden-Nederland
 
GRATIS UITTREKSEL
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummer: 16/659749-18 (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 25 januari 2019

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [1980] te [geboorteplaats] ,

thans gedetineerd in Penitentiair Psychiatrisch Centrum Haaglanden, te Scheveningen.

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING


2 TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

op 26 september 2018 in Amersfoort [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , werkzaam als kassamedewerksters bij Jumbo supermarkt, heeft afgeperst door een bijl aan hen te tonen en hen te sommeren om hun kassalades te openen en hem geld te geven.

3 VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 WAARDERING VAN HET BEWIJS
4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft het ten laste gelegde feit bekend en de raadsvrouw heeft geen vrijspraak bepleit. De rechtbank acht het feit wettig en overtuigend bewezen en volstaat onder deze omstandigheden met een opsomming van de volgende bewijsmiddelen:

  • -

    de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 11 januari 2019;

  • -

    een geschrift, als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 2 van het Wetboek van Strafvordering, te weten een proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 1] opgemaakt door verbalisant [verbalisant 1] op 26 september 2018, onderdeel uitmakend van het proces-verbaal van politie van 27 september 2018 met kenmerk PL0900-2018277917, pagina’s 45 t/m 47;

  • -

    een geschrift, als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 2 van het Wetboek van Strafvordering, te weten een proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 2] opgemaakt door verbalisant [verbalisant 2] op 26 september 2018, onderdeel uitmakend van het proces-verbaal van politie van 27 september 2018 met kenmerk PL0900-2018277917, pagina’s 48 t/m 50;

  • -

    een geschrift, als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 2 van het Wetboek van Strafvordering, te weten een proces-verbaal verhoor aangever [aangever] , namens Jumbo, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 3] op 27 september 2018, onderdeel uitmakend van het proces-verbaal van politie van 27 september 2018 met kenmerk PL0900-2018277917, pagina’s 75 t/m 77.

5 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

op 26 september 2018 te Amersfoort, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , beiden werkzaam als kassamedewerkster bij de Jumbo, heeft gedwongen tot de afgifte van een hoeveelheid bankbiljetten (in totaal ter waarde van 1055,- euro) toebehorende aan “supermarkt Jumbo” (vestiging [vestiging] ), welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte

- met een grote bijl naar de supermarkt is gegaan en die bijl aan die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] heeft getoond en

- daarbij tegen die [slachtoffer 1] heeft gezegd: “Dit is een overval” en

“maak je lade open”, en

- vervolgens een plastic tas op de band van de kassa van die [slachtoffer 1]

heeft gelegd, en

- met die bijl heeft bewogen en

- tegen die op een naast de kassa van [slachtoffer 1] gelegen kassa werkzame

[slachtoffer 2] heeft gezegd: “Jij moet ook je lade openen” en “Ik wil ook jouw geld hebben”.

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte wordt hiervan vrijgesproken.


6 STRAFBAARHEID VAN HET FEIT

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert volgens de wet het volgende strafbare feit op:

afpersing, meermalen gepleegd.

7 STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 OPLEGGING VAN STRAF
8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie acht het met de bijl in de richting van [slachtoffer 1] bewegen niet bewezen. Wel acht hij het tonen van de bijl bewezen. De officier van justitie vordert verdachte ter zake van het door hem bewezen geachte te veroordelen tot:

een gevangenisstraf van 18 maanden, met aftrek van het voorarrest, waarvan een gedeelte van 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met als bijzondere voorwaarden - kort gezegd - een meldplicht, klinische opname voor de duur van maximaal 12 maanden, meewerken aan begeleid wonen en een locatieverbod van een straal van 500 meter rondom de Jumbo aan het [vestiging] te Amersfoort.

Ter onderbouwing van zijn eis voert de officier van justitie het volgende aan.

Vaststaat dat verdachte lijdende is aan een ziekelijke stoornis. Echter heeft verdachte zichzelf door alcohol en drugs in te nemen voor een gedeelte zelf in een bepaalde toestand gebracht. Nu verdachte niet in gesprek wilde gaan met de psychiater, is niet bekend in welke mate de stoornis heeft doorgewerkt in het handelen van verdachte. Verdachte was in staat om aan een bijl te komen, deze te verstoppen en om zich tijdens de vlucht van enige kledingstukken te ontdoen. Uit deze handelwijze kan worden afgeleid dat verdachte wist waar hij mee bezig was. Wel houdt de officier van justitie, gelet op de ziekelijke stoornis van verdachte, bij zijn eis in het voordeel van verdachte rekening met zijn verminderde toerekeningsvatbaarheid. Strafverzwarend is de door verdachte gecreëerde angst bij de caissières en de aanwezige klanten.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft bepleit om haar cliënt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen van maximaal de duur dat haar cliënt in voorlopige hechtenis heeft verbleven, alsmede een voorwaardelijke straf, met de bijzondere voorwaarden, zoals voorgesteld door de reclassering. De raadsvrouw heeft daarbij aangegeven dat duidelijk is dat bij haar...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT