Uitspraak Nº 16-7569 WIA. Centrale Raad van Beroep, 2019-01-31

Datum uitspraak:31 januari 2019
 
GRATIS UITTREKSEL
16 7569 WIA

Datum uitspraak: 31 januari 2019

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van

4 november 2016, 15/7591 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. K.M. van Wijngaarden, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 29 november 2018. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Van Wijngaarden. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. W.M.J. Evers.

OVERWEGINGEN
1.1.

Appellant is werkzaam geweest als teamleider agrarisch bedrijf/orderpikker. Op 27 december 2012 heeft hij zich ziek gemeld vanuit een uitkeringssituatie ingevolge de Werkloosheidswet met fysieke en psychische klachten.

1.2.

Bij besluit van 9 februari 2015 heeft het Uwv vastgesteld dat voor appellant met ingang van 25 december 2014 geen recht op een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeid (Wet WIA) is ontstaan, omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was. Dit besluit berust op rapporten van een verzekeringsarts van 22 oktober 2014 en van 11 december 2014, alsmede op een rapport van een arbeidsdeskundige. Bij besluit van 23 oktober 2015 (bestreden besluit) heeft het Uwv het door appellant tegen het besluit van 9 februari 2015 ingediende bezwaar ongegrond verklaard. Dit besluit berust op een rapport van een verzekeringsarts bezwaar en beroep van 14 oktober 2015 met daarbij een bijgestelde Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 21 oktober 2015 en op een rapport van een arbeidsdeskundige bezwaar en beroep.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Hiertoe heeft de rechtbank overwogen dat het medisch onderzoek zorgvuldig was. De rechtbank heeft voorts overwogen dat het medisch oordeel voldoende is gemotiveerd. De rechtbank heeft geoordeeld dat niet blijkt dat het Uwv een onvolledig beeld heeft gehad van de medische situatie van appellant per 25 december 2014 of dat met de door appellant in beroep genoemde klachten onvoldoende rekening is gehouden in de FML. De rechtbank heeft de motivering van de...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT