Uitspraak Nº 17/6721 AW. Centrale Raad van Beroep, 2019-07-04

ECLIECLI:NL:CRVB:2019:2180
Docket Number17/6721 AW
Date04 Julio 2019
CourtCentrale Raad van Beroep (Nederland)
17 6721 AW

Datum uitspraak: 4 juli 2019

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank [eenheid] van

28 augustus 2017, 16/3619 (aangevallen uitspraak) en uitspraak op het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade

Partijen:

[Appellant] te [woonplaats] (appellant)

de korpschef van politie (korpschef)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft S.A.J.T. Hoogendoorn hoger beroep ingesteld.

Bij brief van 8 november 2017 heeft S.A.J.T. Hoogendoorn te kennen gegeven dat hij niet langer als gemachtigde van appellant optreedt en dat zijn kantoorgenoot mr. M. Abdelkader de opvolgend gemachtigde is van appellant. Namens appellant heeft mr. Abdelkader bij brief van 23 januari 2018 een verzoek om schadevergoeding ingediend.

De korpschef heeft een verweerschrift ingediend.

Op 13 juni 2018 heeft mr. Abdelkader zich onttrokken als gemachtigde. Bij brief van

30 september 2018 heeft S.A. Hoogendoorn zich als opvolgend gemachtigde gesteld.

Bij brieven van 6 maart 2019 en 16 mei 2019 heeft Hoogendoorn namens appellant de gronden van het hoger beroep nader aangevuld.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 mei 2019. Namens appellant is Hoogendoorn verschenen. De korpschef heeft zich laten vertegenwoordigen door

mr. S.C.M.A. Gommans.

OVERWEGINGEN
1.1.

Appellant was werkzaam als [naam functie] van politie bij de [naam afdeling] van de eenheid [eenheid] . In het kader van zijn functie was hij in het bijzonder belast met onderzoek naar in beslag genomen vuurwapens en onderdelen en toebehoren daarvan.

1.2.

Bij besluit van 7 oktober 2015 heeft de korpschef appellant met onmiddellijke ingang buiten functie gesteld wegens verdenking van ernstig plichtsverzuim, bestaande uit het zonder daartoe gerechtigd te zijn wegnemen van (onderdelen van) in beslag genomen voorwerpen en het verrichten van (administratieve) handelingen om dit wegnemen te verhullen.

1.3.

Bij besluit van 30 juni 2016 heeft de korpschef aan appellant de disciplinaire straf van onvoorwaardelijk ontslag opgelegd. Dit besluit is mede gebaseerd op de resultaten van een strafrechtelijk onderzoek dat in opdracht van de Officier van Justitie is uitgevoerd. Het bezwaar tegen dit besluit heeft de korpschef bij besluit van 2 november 2016

(bestreden besluit) ongegrond verklaard.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard, met veroordeling van de korpschef tot vergoeding van proceskosten. De rechtbank heeft vastgesteld dat het bestreden besluit in strijd is genomen met artikel 10:3 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en dat dit bevoegdheidsgebrek in beroep is hersteld. Dit gebrek heeft de rechtbank gepasseerd met toepassing van artikel 6:22 van de Awb. Verder heeft de rechtbank vastgesteld dat appellant de hem verweten gedragingen niet heeft betwist en dat het beroep zich voor het overige beperkt tot de vraag of de gegevens van het strafrechtelijke onderzoek die ten grondslag liggen aan het bestreden besluit, al dan niet op rechtmatige wijze zijn verkregen. Die vraag heeft de rechtbank bevestigend beantwoord, waarbij zij onder meer heeft verwezen naar de uitspraak van de Raad van 30 maart 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:1233.

3. In hoger beroep heeft appellant zich op de hierna te bespreken gronden tegen de aangevallen uitspraak gekeerd.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1.

Onder verwijzing naar de uitspraak van 30 maart 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:1233, moet worden vastgesteld dat gegevens die zijn verkregen in het kader van een strafrechtelijk onderzoek...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT

VLEX uses login cookies to provide you with a better browsing experience. If you click on 'Accept' or continue browsing this site we consider that you accept our cookie policy. ACCEPT