Uitspraak Nº 17/7636 ZW. Centrale Raad van Beroep, 2020-04-29

Datum uitspraak:29 april 2020
 
GRATIS UITTREKSEL
17/7636 ZW

Datum uitspraak: 29 april 2020

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 21 november 2017, 16/5365 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellante] te [woonplaats] (appellante)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. E.P. Koevoets, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Appellante heeft nadere stukken ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 5 februari 2020. Appellante is verschenen, bijgestaan door mr. Koevoets. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M.J.H.H. Fuchs.

OVERWEGINGEN
1.1.

Appellante was werkzaam als assistent-bedrijfsleider bij [bedrijf] , in dienst van

[werkgeefster] (werkgeefster). Zij is op 26 oktober 2015 wegens ziekte uitgevallen. Het bedrijf is op 8 april 2016 gesloten. Bij beslissing op bezwaar van 8 september 2016 heeft het Uwv appellante een uitkering wegens betalingsonmacht op grond van hoofdstuk IV van de Werkloosheidswet (WW) toegekend over de periode van 8 januari 2016 tot en met 19 mei 2016.

1.2.

Appellante is op 24 augustus 2016 ziek gemeld. Bij besluit van 23 september 2016 heeft het Uwv appellante met ingang van 8 april 2016 in aanmerking gebracht voor ziekengeld op grond van de Ziektewet (ZW), gebaseerd op een dagloon van € 25,23. Bij beslissing op bezwaar van 29 november 2016 (bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van appellante tegen het besluit van 23 september 2016 ongegrond verklaard.

2. De rechtbank heeft het beroep van appellante tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Daartoe heeft de rechtbank overwogen dat het Uwv bij de dagloonberekening terecht is uitgegaan van het door werkgeefster opgegeven loon volgens de polisadministratie. Het is aan appellante om aan te tonen dat het loon zoals opgegeven in de polisadministratie onjuist is. Naar het oordeel van de rechtbank is appellante daarin niet geslaagd. Dat appellante geen salarisstroken of jaaropgaven heeft ontvangen van werkgeefster komt voor haar risico. Uit de door appellante ingediende stukken – waaronder bankafschriften, verklaringen van twee collega’s en een vonnis van de kantonrechter van 7 maart 2016 – blijkt niet dat aan haar een hoger loon is betaald dan het door...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT