Uitspraak Nº 18/1237 WGA. Centrale Raad van Beroep, 2020-04-29

Datum uitspraak:29 april 2020
 
GRATIS UITTREKSEL

18/1237 WGA

Datum uitspraak: 29 april 2020

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 7 februari 2018, 17/1399 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellante] te [woonplaats] (appellante)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Appellante heeft hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Appellante heeft medische stukken overgelegd. Het Uwv heeft hierop gereageerd.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 19 februari 2020. Appellante is niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. I.M. Veringmeijer.

OVERWEGINGEN
1.1.

Appellante is laatstelijk werkzaam geweest als orderpikker. Op 21 november 2011 heeft zij zich ziek gemeld met fysieke en psychische klachten. Per einde wachttijd is appellante met ingang van 18 november 2013 een loongerelateerde WGA-uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) toegekend, waarbij de mate van arbeidsongeschiktheid is vastgesteld op 44,21%.

1.2.

Appellante heeft op 22 juli 2016 een melding van toegenomen arbeidsongeschiktheid gedaan. In het kader daarvan heeft appellante het spreekuur bezocht van een verzekeringsarts. Deze arts heeft vastgesteld dat de gezondheid van appellante is verslechterd. Zij heeft een hartaandoening ontwikkeld en er zijn meer beperkingen ten aanzien van energetische belasting. De verzekeringsarts heeft de beperkingen neergelegd in een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 30 augustus 2016. Een arbeidsdeskundige heeft vastgesteld dat appellante niet meer geschikt is voor het laatstelijk verrichte werk. Hij heeft vervolgens functies geselecteerd en op basis van de drie functies met de hoogste lonen de mate van arbeidsongeschiktheid bepaald op 57,61%. Bij besluit van 19 september 2016 heeft het Uwv vastgesteld dat appellante per 14 september 2016 minder arbeidsgeschikt is dan voorheen en dat zij tot en met 17 januari 2017 een loongerelateerde WGA-uitkering ontvangt naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 57,61% en daarna een vervolguitkering. Het bezwaar van appellante tegen dit besluit heeft het Uwv bij besluit van 2 februari 2017 (bestreden besluit) ongegrond verklaard. Aan het bestreden besluit liggen rapporten van een verzekeringsarts bezwaar en beroep en van een arbeidsdeskundige bezwaar en beroep ten...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT