Uitspraak Nº 18/2065 WAJONG. Centrale Raad van Beroep, 2020-07-30

CourtCentrale Raad van Beroep (Nederland)
Docket Number18/2065 WAJONG
ECLIECLI:NL:CRVB:2020:1676
18 2065 WAJONG

Datum uitspraak: 30 juli 2020

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van

12 maart 2018, 17/4752 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. R.S. Pot, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft op 9 juli 2020 plaatsgevonden. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Pot. Het Uwv is niet verschenen.

OVERWEGINGEN

1. Appellant, geboren op [geboortedag] 1982 te Curaçao, heeft met een op 14 juni 2017 ontvangen formulier een aanvraag ingediend voor een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong). Bij besluit van 18 juli 2017 heeft het Uwv deze aanvraag afgewezen, omdat appellant op zijn achttiende verjaardag, [geboortedag] 2000, niet in Nederland of een land van de EU, EER of Zwitserland woonde. Bij besluit van 23 oktober 2017 (bestreden besluit) heeft het Uwv het door appellant tegen dit besluit gemaakte bezwaar kennelijk ongegrond verklaard.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft geoordeeld dat de grond dat het op de weg van het Uwv had gelegen appellant te horen, zodat hij had kunnen toelichten dat hij op zijn achttiende wel in Nederland woonde, niet slaagt, omdat appellant in zijn bezwaarschrift geen nadere onderbouwing heeft gegeven om zijn stelling een begin van aannemelijkheid te geven. De rechtbank heeft geoordeeld dat het beroep van appellant geen aanleiding geeft aan te nemen dat hij op zijn achttiende verjaardag in Nederland woonde. Daarnaast kan appellant volgens de rechtbank ook op grond van de hardheidsclausule van artikel 24 van het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1999 (de hardheidsclausule) niet als ingezetene aangemerkt worden, omdat appellant niet valt onder de reikwijdte van dit besluit.

3.1.

Appellant heeft in hoger beroep aangevoerd dat het Uwv hem, door het overslaan van een hoorzitting, geen gelegenheid heeft gegeven zijn standpunt naar voren te brengen en eventuele stukken te overleggen om zijn eerdere verblijf in Nederland aannemelijk te maken. Ook blijkt uit het bestreden besluit niet dat het beroep op de hardheidsclausule voldoende is onderzocht. Appellant heeft naar zijn mening in beroep aannemelijk gemaakt dat hij op de dag dat hij achttien jaar werd in Nederland was, omdat uit het in beroep overgelegde uittreksel uit de basisadministratie persoonsgegevens van Curaçao blijkt dat hij [in] 2000, vijf dagen na zijn achttiende verjaardag, is uitgeschreven. Appellant heeft gesteld dat het heel goed zou kunnen dat hij zich niet meteen bij aankomst heeft laten inschrijven bij een gemeente, bijvoorbeeld omdat zijn huisvestingssituatie nog niet duidelijk was. Appellant heeft er op gewezen dat het...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT