Uitspraak Nº 18/4353 WIA. Centrale Raad van Beroep, 2020-12-31

CourtCentrale Raad van Beroep (Nederland)
Docket Number18/4353 WIA
ECLIECLI:NL:CRVB:2020:3478
18 4353 WIA

Datum uitspraak: 31 december 2020

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 6 juli 2018, 18/16 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. K. Aslan, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Partijen hebben nadere stukken ingezonden.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 25 november 2020. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Aslan. Het Uwv heeft zich via videobellen laten vertegenwoordigen door I. Smit.

OVERWEGINGEN

1. Appellant is laatstelijk werkzaam geweest als medewerker van [naam stichting] voor 35,86 uur per week. Op 29 maart 2014 heeft appellant zich ziek gemeld. In het kader van een aanvraag op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) heeft appellant het spreekuur bezocht van een verzekeringsarts. Deze arts heeft vastgesteld dat appellant belastbaar is met inachtneming van de beperkingen die hij heeft neergelegd in een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 16 februari 2017. Een arbeidsdeskundige heeft vastgesteld dat appellant niet meer geschikt is voor het laatst verrichte werk. Hij heeft vervolgens functies geselecteerd en op basis van de drie functies met de hoogste lonen de mate van arbeidsongeschiktheid berekend. Bij besluit van 21 februari 2017 heeft het Uwv, na een verlengde loondoorbetalingsverplichting van de werkgever, appellant met ingang van 13 december 2016 (datum in geding) een loongerelateerde WGA-uitkering toegekend, omdat hij met ingang van die datum 35,70% arbeidsongeschikt is. Het bezwaar van appellant tegen dit besluit heeft het Uwv bij besluit van 21 november 2017 (bestreden besluit) ongegrond verklaard. Aan het bestreden besluit ligt een rapport van 6 november 2017 van een verzekeringsarts bezwaar en beroep ten grondslag.

2. De rechtbank heeft het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Hiertoe heeft de rechtbank overwogen dat aan het bestreden besluit een zorgvuldig medisch onderzoek ten grondslag ligt. Niet is gebleken dat de verzekeringsartsen medische informatie over appellant hebben gemist. De belastbaarheid van appellant op de datum in geding is op navolgbaar gemotiveerde wijze weergegeven in de rapporten van de verzekeringsarts en de verzekeringsarts bezwaar en beroep. Niet is gebleken van het bestaan van een ernstige depressie bij...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT