Uitspraak Nº 19/00155. Hoge Raad, 2020-04-24

Datum uitspraak:24 april 2020
 
GRATIS UITTREKSEL

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 19/00155

Datum 24 april 2020

ARREST

In de zaak van

Dingenis MEULENBERG, in zijn hoedanigheid van curator van [A] B.V.,
kantoorhoudende te Zwolle,

EISER tot cassatie,

hierna: de curator,

advocaat: F.E. Vermeulen,

tegen

[verweerster] ,
gevestigd te [plaats] ,

VERWEERSTER in cassatie,

hierna: [verweerster],

niet verschenen.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

  1. het vonnis in de zaak C/08/213787/KG ZA 18-36 van de voorzieningenrechter in de rechtbank Overijssel van 5 maart 2018;

  2. het arrest in de zaak 200.238.640/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 18 december 2018.

De curator heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.

Tegen [verweerster] is verstek verleend.

De zaak is voor de curator toegelicht door zijn advocaat en mede door P.B. Fritschy.

De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot vernietiging van het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden van 18 december 2018 en tot verwijzing.

De advocaat van de curator heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Uitgangspunten en feiten
2.1

In deze zaak is aan de orde of de rechter in een kort geding de afstemmingsregel heeft geschonden als zijn oordeel is afgestemd op de ten tijde van het wijzen van zijn uitspraak meest recente uitspraak in de bodemprocedure, maar laatstgenoemde uitspraak na de uitspraak in het kort geding door de Hoge Raad is vernietigd. Voorts is aan de orde of het oordeel dat een uitspraak in de bodemprocedure berust op een klaarblijkelijke juridische misslag, steeds meebrengt dat de executant door tenuitvoerlegging van die uitspraak misbruik maakt van bevoegdheid.

2.2

In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.

(i) In 2010 hebben verscheidene samenhangende transacties plaatsgevonden tussen [verweerster], [A] B.V. (hierna: [A] ) en de Liberiaanse vennootschap [B] Inc. (hierna: [B]).

(ii) [verweerster] heeft in 2010 het merendeel van haar aandelen in [A] voor € 500.000,-- verkocht aan [B]. De afspraken die over de betaling van de koopsom zijn gemaakt, kwamen erop neer dat [B] deze niet aan [verweerster] zou voldoen, maar zou betalen aan [A] en dat met die betaling voor hetzelfde bedrag een vordering uit geldlening van [verweerster] op [A] zou ontstaan. [B] heeft deze betaling echter nooit verricht.

(iii) Bij het geschil dat hieruit is voortgevloeid, speelt [betrokkene 1], de aandeelhouder en statutair bestuurder van [B], een centrale rol. Hij is op 20 mei 2010, tegelijk met de aandelenoverdracht aan [B], benoemd tot enig statutair bestuurder van [A] .

(iv) [betrokkene 1] heeft op 15 juni 2010, in zijn hoedanigheid van statutair bestuurder van [A] , opzettelijk in strijd met de waarheid aan [verweerster] bevestigd dat [B] namens [verweerster] € 500.000,-- aan [A] heeft betaald (de lening).

(v) Na het faillissement van [A] heeft de curator in rechte gevorderd dat [verweerster] zou worden veroordeeld tot betaling van de schuld uit rekening-courant. [verweerster] heeft zich tegen die vordering verweerd met een beroep op verrekening van haar vordering tot terugbetaling van de lening met die rekening-courantschuld. Deze procedure wordt hierna aangeduid als de bodemprocedure.

(vi) De rechtbank heeft de vordering van de curator toegewezen en [verweerster] veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 547.386,--. Het beroep op verrekening van [verweerster] is verworpen.

(vii) Ter uitvoering van deze veroordeling heeft [verweerster] op 27 december 2013 een bedrag van € 591.063,-- aan de curator betaald.

(viii) Het gerechtshof heeft bij arrest van 24 oktober 2017 (hierna: het eindarrest in de bodemprocedure) het beroep van [verweerster] op verrekening alsnog gehonoreerd en het vonnis van de rechtbank in de bodemprocedure vernietigd.1 [verweerster] is veroordeeld tot betaling van een restantschuld – na verrekening – van € 16.509,29 met wettelijke rente. De curator is veroordeeld in de kosten van de procedure in beide instanties ten belope van € 40.804,52. Beide veroordelingen zijn uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

(ix) De curator heeft cassatieberoep tegen dit arrest ingesteld.

(x) De Hoge Raad heeft het tussenarrest en het eindarrest in de bodemprocedure vernietigd en het geding verwezen ter verdere behandeling en beslissing.2

2.3.1

In dit kort geding, dat is aangespannen kort nadat de curator het hiervoor in 2.2 onder (ix) bedoelde cassatieberoep had ingesteld, vordert [verweerster] de curator te veroordelen...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT