Uitspraak Nº 19/00746. Hoge Raad, 2020-04-24

Datum uitspraak:24 april 2020
 
GRATIS UITTREKSEL

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 19/00746

Datum 24 april 2020

ARREST

In de zaak van

GEMEENTE NIJMEGEN,
zetelende te Nijmegen,

EISERES tot cassatie,

hierna: de Gemeente,

advocaat: T. van Malssen,

tegen

EVERGREEN GGZ B.V.,
gevestigd te Arnhem,

VERWEERSTER in cassatie,

hierna: Evergreen,

advocaat: D.Th.J. van der Klei.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

  1. het vonnis in de zaak C/05/329320/KG ZA 17-568 van de voorzieningenrechter in de rechtbank Gelderland van 5 januari 2018;

  2. de arresten in de zaak 200.234.029 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 3 juli 2018 en 8 januari 2019.

De Gemeente heeft tegen het arrest van het hof van 8 januari 2019 beroep in cassatie ingesteld.

Evergreen heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor Evergreen toegelicht door haar advocaat.

De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot vernietiging en tot verwijzing.

De advocaat van Evergreen heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Uitgangspunten en feiten
2.1

In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.

(i) Regio Gemeente Nijmegen is een samenwerkingsverband van de gemeenten Berg en Dal, Beuningen, Druten, Heumen, Mook en Middelaar en Nijmegen. Dit samenwerkingsverband (hierna: de Aanbestedende dienst) heeft op 25 september 2017 een offerteaanvraag gepubliceerd voor geestelijke gezondheidszorg (hierna: ggz) in het kader van de jeugdzorg. De aanbesteding betrof de inkoop van ggz-diensten voor één jaar ingaande 1 januari 2018. Deze termijn kon driemaal met een jaar worden verlengd, dus uiterlijk tot eind 2021.

(ii) De offerteaanvraag maakte onderscheid tussen twee zogeheten dienstpercelen, te weten basis-ggz en specialistische-ggz, en tussen zes zogeheten geografische percelen, overeenkomend met het grondgebied van de zes hiervoor onder (i) genoemde gemeenten. Een inschrijver aan wie een dienstperceel werd gegund, werd een raamovereenkomst aangeboden op grond waarvan hij in elk van de zes gemeenten de desbetreffende dienst kon aanbieden, ook in gemeenten die hij niet in zijn inschrijving had opgegeven.

(iii) De offerteaanvraag vermeldt, voor zover in cassatie van belang, het volgende:

“3.3 INDELING EN INHOUD INSCHRIJVING

De Aanbestedende dienst toetst op uitsluitingsgronden en geschiktheidseisen.

(…)

Op basis van uitsluitingsgronden en geschiktheidseisen moet de Inschrijver verschillende bewijsstukken overleggen.

3.3.1

AANLEVEREN BEWIJSSTUKKEN

De Inschrijving dient (op straffe van ongeldigheid) de bewijsstukken te bevatten die in deze paragraaf worden benoemd. (...).”

(iv) De toelichting op het onderdeel ervaring vermeldt het volgende:

“10. Bewijs ervaring

Inschrijver dient te beschikken over aantoonbare kennis en ervaring. De vereiste capaciteit, kennis en ervaring moet zijn opgedaan in en moet blijken uit één relevante referentieopdracht (bijlage 10), die in de afgelopen 3 jaar is uitgevoerd. De gevraagde kerncompetentie voor deze Opdracht is:

1. ZIN-referentie (1 of meerdere referenties met minimaal 5 Cliënten), of

2. PGB-referentie geanonimiseerd (1 of meerdere referenties met minimaal 5 Cliënten).

Referenties moeten per dienstperceel waarop Inschrijver zich inschrijft worden aangeleverd middels het Standaardformulier Referentie (Bijlage 10).”

(v) De nota van inlichtingen, die onderdeel uitmaakt van de aanbestedingsstukken, bevat met betrekking tot bijlage 10 het volgende antwoord op de vraag hoe de referenties moesten worden vormgegeven:

“In geval van een ZIN-referentie moet u een contractrelatie ofwel Opdrachtgever, zijnde een financier, opgeven.”

(vi) Ten aanzien van de mogelijkheid van bezwaar tegen een voornemen tot gunning, een afwijzing of een uitsluiting bepaalt de offerteaanvraag:

“4. GUNNING

(…)

4.5.

Inschrijver kan schriftelijk bezwaar maken tegen een voornemen tot gunning respectievelijk zijn afwijzing/uitsluiting. Een Inschrijver verwerkt (echter) zijn recht om op te komen tegen het voornemen tot gunning respectievelijk afwijzing/uitsluiting wanneer de Aanbestedende Dienst niet binnen twintig (20) kalenderdagen na de datum van verzending van het voornemen tot gunning respectievelijk afwijzing/uitsluiting is gedagvaard in kort geding voor de voorzieningenrechter van de Rechtbank Gelderland, locatie Arnhem door de rechtsgeldige betekening binnen de genoemde termijn van een kort gedingdagvaarding.

(...).”

(vii) Evergreen, een ggz-instelling, heeft zich...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT