Uitspraak Nº 19/00804 t/m 19/00807. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 2020-07-28

Datum uitspraak:28 juli 2020
Uitgevende instantie::Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
 
GRATIS UITTREKSEL
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN

locatie Arnhem

nummers 19/00804 tot en met 19/00807

uitspraakdatum: 28 juli 2020

Uitspraak van de tweede meervoudige belastingkamer

op het hoger beroep van

de inspecteur van de Belastingdienst/Kantoor Almere (hierna: de Inspecteur)

tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 7 mei 2019, nummers AWB 17/6309 tot en met 17/6312, ECLI:NL:RBGEL:2019:1953, in het geding tussen de Inspecteur en

[X] B.V. te [Z] (hierna: belanghebbende)

1 Ontstaan en loop van het geding
1.1.

Aan belanghebbende zijn over de tijdvakken 1 januari 2011 tot en met 31 december 2011, 1 januari 2012 tot en met 31 december 2012, 1 januari 2013 tot en met 31 december 2013 en 1 januari 2014 tot en met 31 december 2014 naheffingsaanslagen omzetbelasting opgelegd. Bij beschikkingen is heffingsrente (tijdvak 2011) dan wel belastingrente (overige tijdvakken) berekend en zijn verzuimboeten opgelegd.

1.2.

De Inspecteur heeft bij uitspraken op bezwaar de naheffingsaanslag voor het tijdvak 2011 en de daarbij horende beschikkingen verminderd en de overige naheffingsaanslagen en beschikkingen gehandhaafd.

1.3.

Belanghebbende is tegen die uitspraken in beroep gekomen bij de rechtbank Gelderland (hierna: de Rechtbank). De Rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard, de uitspraken van de Inspecteur, behoudens de beslissing over de proceskosten, de naheffingsaanslagen en de beschikkingen vernietigd. Voorts heeft de Rechtbank een proceskostenvergoeding toegekend en de Inspecteur gelast het griffierecht aan belanghebbende te vergoeden.

1.4.

De Inspecteur heeft hoger beroep ingesteld.

1.5.

Het onderzoek ter zitting heeft via beeldbellen plaatsgevonden op 14 juli 2020. Het hoger beroep is met instemming van partijen gelijktijdig behandeld met de hoger beroepen die de Inspecteur heeft ingediend betreffende [A] B.V. (nummers Hof 19/00808 tot en met 19/00810) en [B] B.V. (nummer Hof 19/00811). Van de zitting is een proces-verbaal opgemaakt, dat aan deze uitspraak is gehecht.

2 Vaststaande feiten
2.1.

Belanghebbende is op 24 november 2011 opgericht en exploiteert verschillende bosparken en camping- en chaletparken (hierna: de parken). Belanghebbende verhuurt een deel van de kavels in de parken aan parkrecreanten. Hiervoor ontvangt belanghebbende huur. Ook is een deel van de kavels eigendom van parkrecreanten. In dat geval betalen de parkrecreanten een bijdrage aan belanghebbende voor - kort gezegd - de toegang tot het park, waar zij gebruik kunnen maken van de faciliteiten zoals water en elektriciteit.

2.2.

Huurders en eigenaren van een kavel gebruiken de kavel voor het plaatsen van een chalet. Elk chalet heeft een aansluiting op het waterleidingnetwerk op het park.

2.3.

Het Gemeenschappelijk Belastingkantoor Lococensus-Tricijn (hierna: GBLT) brengt zuiveringsheffing in rekening bij belanghebbende. De hoogte hiervan wordt vastgesteld door vermenigvuldiging van het aantal vervuilingseenheden met een tarief.

2.4.

Belanghebbende berekent waterschapslasten door aan de huurders en eigenaren van de kavels. In de praktijk betreft dit de zuiveringsheffing. De hoogte van het bedrag wordt vastgesteld door vermenigvuldiging van het aantal kubieke meters afgenomen water met € 1,25. De waterafname wordt niet bij elke parkrecreant tegelijk gemeten, maar gewoonlijk eenmaal per jaar en bij beëindiging van het verblijf. Over deze waterschapslasten berekent belanghebbende geen omzetbelasting. Zij heeft hierover ook geen omzetbelasting aangegeven en voldaan.

2.5.

Op basis van de door belanghebbende opgenomen meterstanden van de afzonderlijke kavels is van juli 2012 tot en met juni 2013 3.844 m3 water verbruikt. Volgens waterleverancier [C] is in de periode 6 september 2012 tot en met 2 september 2013 4.753 m3 verbruikt. Dit betekent een verschil van 909 m3, zijnde 19%. Belanghebbende voert aan dat dit wordt veroorzaakt door:

• Niet gelijktijdig opnemen van meters van [C] en de individuele parkrecreanten.

• Niet precies een jaar later opnemen van meters van individuele parkrecreanten.

• Lekverliezen doordat meters niet geijkt zijn en daardoor langzamer kunnen lopen. Hierdoor wordt het waterverbruik te laag vastgesteld. Het langzamer lopen wordt doorgaans veroorzaakt door slijtage van meters. In dit kader merkt belanghebbende op dat de parken beschikken over gedateerde meters, hetgeen eerder leidt tot lekverliezen. Het is niet aannemelijk dat meters sneller gaan lopen.

• Lekverliezen doordat gebruik wordt gemaakt van koppelingen. Deze koppelingen zijn niet altijd precies goed (af)gemonteerd of zijn onderhevig aan slijtage. Hierdoor lekt water weg.

...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT