Uitspraak Nº 19/01718. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 2020-07-28

Datum uitspraak:28 juli 2020
Uitgevende instantie::Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
 
GRATIS UITTREKSEL
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN

locatie Arnhem

nummer 19/01718

uitspraakdatum: 28 juli 2020

Uitspraak van de zevende enkelvoudige belastingkamer

op het hoger beroep van

[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)

tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 12 november 2019, nummer Awb 19/714, in het geding tussen belanghebbende en

de invorderingsambtenaar van het Gemeenschappelijk Belastingkantoor Lococensus-Tricijn (hierna: de invorderingsambtenaar)

1 Ontstaan en loop van het geding
1.1.

De invorderingsambtenaar heeft aan belanghebbende aanmaningskosten en kosten voor de betekening van een dwangbevel in rekening gebracht.

1.2.

Op het bezwaarschrift van belanghebbende heeft de invorderingsambtenaar bij uitspraak op bezwaar het bezwaar tegen de aanmaningskosten niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding en de aanmaningskosten ambtshalve verminderd tot nihil. De invorderingsambtenaar heeft het bezwaar tegen de kosten voor betekening van het dwangbevel gegrond verklaard en de betekeningskosten verminderd tot nihil. De invorderingsambtenaar heeft het verzoek om vergoeding van proceskosten afgewezen.

1.3.

Belanghebbende is tegen het besluit inzake de proceskosten in beroep gekomen bij de rechtbank Overijssel (hierna: de Rechtbank). De Rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.

1.4.

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld.

1.5.

Het Hof heeft partijen gevraagd of zij ter zitting willen worden gehoord. De invorderingsambtenaar heeft verklaard van dat recht geen gebruik te willen maken. Belanghebbende heeft binnen de gestelde termijn van twee weken daarop niet gereageerd. Het Hof heeft vervolgens bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft.

2 Vaststaande feiten
2.1.

De invorderingsambtenaar heeft met dagtekening 28 juli 2018 een aanmaning aangemaakt en € 7 aanmaningskosten in rekening gebracht. De invorderingsambtenaar heeft met dagtekening 11 september 2018 een dwangbevel betekend en hierbij € 53 kosten in rekening gebracht.

2.2.

Belanghebbende, advocaat van beroep, heeft bij brief van 22 oktober 2018 bezwaar gemaakt. Het bezwaarschrift luidt als volgt:

“Ondergetekende, de heer [X] , wonende aan het adres [a-straat] 23 te [Z] , maakt hierbij bezwaar tegen de in kopie bijgevoegde dwangbevel van 11 september 2018. Ondergetekende acht deze beschikking in strijd met de betreffende en hieraan ten grondslag gelegde wettelijke bepalingen, de algemene beginselen van behoorlijk bestuur en de overige ter zake geldende bepalingen. Belanghebbende is tevens van mening dat de beschikking berust op een onjuiste feitelijke grondslag. Omdat ik of mijn vrouw ontkennen, zoals u stelt, dat u eerder een aanslagbiljet en/ of aanmaning heeft gestuurd.

Niet wij, maar uw organisatie moet, bij onze betwisting, bewijzen dat wij dat gesteld verzonden/ gesteld ontvangen aanslagbiljet/ en/ of gesteld verzonden/ gesteld ontvangen aanmaning wél hebben ontvangen.

Wij kunnen niet bewijzen dat u een bepaald stuk wel heeft gezonden...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT