Uitspraak Nº 19/05006. Hoge Raad, 2020-12-18

Docket Number19/05006
ECLIECLI:NL:HR:2020:1949

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

BELASTINGKAMER

Nummer 19/05006

Datum 18 december 2020

ARREST

in de zaak van

[X] B.V. te [Z] (hierna: belanghebbende)

tegen

de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN

op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 18 september 2019, nr. BK-18/01097, op het hoger beroep van de Inspecteur tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag (nr. SGR 18/4209) betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2014 opgelegde aanslag in de vennootschapsbelasting, de daarin besloten liggende beschikking als bedoeld in artikel 20b, lid 1, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, en de daarbij gegeven beschikking inzake belastingrente. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

1 Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Staatssecretaris heeft een verweerschrift ingediend.

2 Uitgangspunten in cassatie
2.1

[D] is houder van alle certificaten van de aandelen in belanghebbende en tevens bestuurder van belanghebbende. Hij wordt hierna aangeduid als: de certificaathouder.

2.2

Op 31 december 2014 had belanghebbende een vordering op de certificaathouder van € 5.140.420. Over het jaar 2014 is over deze vordering € 54.940 rente berekend (hierna: de rente). De certificaathouder is de rente schuldig gebleven.

2.3

Belanghebbende heeft de rentevordering ultimo 2014 afgewaardeerd tot nihil. Zij heeft het bedrag van € 54.940 aan de certificaathouder kwijtgescholden.

2.4

De certificaathouder heeft in 2014 een schenking van € 100.000 gedaan aan [E], met wie hij in 2015 onder het maken van huwelijkse voorwaarden is gehuwd.

2.5

Bij het doen van de aangifte voor de vennootschapsbelasting voor het jaar 2014 heeft belanghebbende door de afwaardering van de rentevordering per saldo geen bate ter zake van rente begrepen in haar belastbare winst en daarom een verlies aangegeven. Bij het vaststellen van de aanslag heeft de Inspecteur de aangegeven belastbare winst verhoogd met het bedrag van € 54.940.

2.6

Voor het Hof was in geschil of de Inspecteur terecht het bedrag van € 54.940 tot de belastbare winst heeft gerekend.

2.7

Het Hof heeft geoordeeld dat de kwijtschelding van de rentevordering niet is ingegeven door zakelijke motieven en niet aan de...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT