Uitspraak Nº 19/1203 AW. Centrale Raad van Beroep, 2020-02-28

Datum uitspraak:28 februari 2020
 
GRATIS UITTREKSEL
19 1203 AW, 19/2452 AW, 19/4310 AW

Datum uitspraak: 28 februari 2020

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak op de hoger beroepen tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van
31 januari 2019, 17/5078 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

de Minister van Justitie en Veiligheid (minister)


[betrokkene] te [woonplaats] (betrokkene)

PROCESVERLOOP

De minister heeft hoger beroep ingesteld.

Namens betrokkene heeft mr. S. Tempel, advocaat, een verweerschrift ingediend en incidenteel hoger beroep ingesteld.

De minister heeft een zienswijze op het incidenteel hoger beroep ingediend.

Bij besluit van 16 mei 2019 (nader besluit) heeft de minister ter uitvoering van de aangevallen uitspraak een nieuwe beslissing op bezwaar genomen.

Namens betrokkene heeft mr. Tempel tegen het nadere besluit bij de rechtbank Noord-Holland beroep ingesteld. De rechtbank heeft dit beroep naar de Raad doorgezonden.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 17 januari 2020. Betrokkene is verschenen, bijgestaan door mr. Tempel. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door

mr. F. Verschuren en J.H. Tibboel.

OVERWEGINGEN
1.1.

Betrokkene was sinds 1 augustus 2007 werkzaam bij de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI), laatstelijk in de [functie], salarisschaal 10, bij [de lokatie].

1.2.

Op 31 juli 2015 heeft een incident plaatsgevonden in het [de lokatie] bij de verplaatsing van een gedetineerde naar een isoleercel. Tijdens dit incident was betrokkene het dienstdoende afdelingshoofd. Naar aanleiding van meldingen over het incident en het onderzoek van de camerabeelden daarvan, hebben twee plaatsvervangend vestigingsdirecteuren op 5 augustus 2015 een gesprek met betrokkene gehad. In dit gesprek hebben zij betrokkene in kennis gesteld van het vermoeden dat betrokkene zich schuldig heeft gemaakt aan zeer ernstig plichtsverzuim, bestaande uit het gebruiken van disproportioneel geweld en het niet volgen van procedures. Betrokkene is gelet daarop de toegang tot de terreinen, gebouwen en dienstlokalen van [de lokatie] ontzegd.

1.3.

In opdracht van de vestigingsdirecteur van [de lokatie] heeft het Bureau Integriteit (BI) van DJI een onderzoek ingesteld naar het vermeende plichtsverzuim van betrokkene. De onderzoeksbevindingen van BI zijn neergelegd in het onderzoeksrapport van 11 oktober 2015.

1.4.

Op 12 november 2015 is betrokkene door de minister geschorst en is het voornemen kenbaar gemaakt om betrokkene met toepassing van artikel 81, eerste lid, aanhef en onder l, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement de disciplinaire straf van onvoorwaardelijk ontslag op te...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT